vrijdag 23 december 2011

Communicatie met peuters

Een peutergrapje:
Kind 1 grapt dat kind 2 in plaats van pasta, hondenpoep op zijn brood heeft. "Hondenpoep, hondenpoep!", schreeuwen de kinderen vrolijk. Kind 3 (3 jaar) aanschouwt dit alles en zegt: "Hondenpoep? Honderdpoep! Duizendpoep!"

De laatste in het drieluik over communicatie: communicatie met peuters. In de communicatie met je peuter zijn er een hoop dingen die hetzelfde gaan als in de communicatie met je dreumes. Maar, er zijn zeker ook verschillen. Deze verschillen hebben er voornamelijk mee te maken dat een peuter meer verbaal communiceert (meer praat) en dat hij meer begrijpt dean een dreumes. Hieronder zal vooral op deze punten worden ingegaan. Als peuterleeftijd houd ik aan: 2,5 tot 4 jaar.

Uitleggen, uitleggen, uitleggen
Iedereen kent wel de peuter die de hele dag door vraagt: 'waarom?' Als ouder geef je geduldig antwoord, maar soms weet je het ook niet of ben je het zat. Je peuter moet het dan bekopen met een 'daarom' of 'omdat het zo is'. Waar komt dit eigenlijk vandaan? Waarom willen die peuters toch alles snappen en begrijpen?
Peuters zijn slimmer dan dreumesen. Dit gaat nu eenmaal zo. Ze praten steeds meer, weten steeds meer, snappen steeds meer en weten ook dat er dingen zijn die zij niet snappen of niet (mogen) weten.
Peuters zijn ook nieuwsgierig. Ik krijg van 'mijn' peuters de hele dag door vragen als: 'Wat zei die juf?', 'Wat ga jij doen?', 'Waar ga jij heen?' en 'Wie is dat?' Peuters krijgen door dat de volwassenen om hen heen veel meer lijken te weten dan zij. Dat maakt ze bijzonder nieuwsgierig.
En terecht. Wat mij hiermee moeten doen, is heel simpel: antwoorden. Er is niets zo frustrerend voor een peuter, en kind in het algemeen, als iets niet begrijpen. Zeker, als je doorhebt dat anderen het wel begrijpen. Vragen komen niet uit het niets en zijn zeker niet zomaar een middel om aandacht te vragen. Beantwoord ze naar alle eerlijkheid en leg zo nodig uit.
Ook als je peuter er niet naar vraagt, kan het heel belangrijk zijn om dingen uit te leggen. Het kwam al even ter sprake bij de communicatie met dreumesen, bij het apart zetten van je peuter, is uitleggen noodzakelijk. Als je peuter herhaaldelijk iets doet wat niet mag, kan het zijn dat je hem even uit de situatie haalt en apart zet. Het is dan erg belangrijk dat je aangeeft waarom je dit doet. Gebruik ook bij de peuter nog korte en duidelijke zinnen. Vertel niet alleen dat hij iets heeft gedaan wat je niet goed vindt, maar vertel ook waarom je dit niet goed vind. In een volgend blog zal ik verder ingaan op juiste manieren van corrigeren en afleren.

Benoemen van emoties
Bij een baby en een dreumes was aan bod gekomen dat het erg belangrijk is om veel te benoemen. Vooral benoemen wat je doet en wat je baby en dreumes ziet waren aan bod gekomen. Bij een peuter blijft dit belangrijk, maar komt hier nog iets bij: het benoemen van emoties.
Peuters hebben vaak nog duidelijke hevige emoties die de hele dag door aanwezig zijn. Het kan zomaar zijn dat je peuter in een paar uur een rollercoaster van emoties doormaakt: blij, verdrietig, boos, enthousiast, alles passeert de revue. Van veel emoties snappen ze zelf nog weinig. Zeker het begrijpen van waar die emoties vandaan komen, is vaak erg lastig voor een peuter.
Door de emoties van je peuter te benoemen ('Je bent erg boos', 'Je moet huilen, je bent verdrietig', 'Jij komt vrolijk je bed uit!'), leert je peuter welk woord bij welke emotie hoort. Hierdoor kan hij, zoals met alle woorden die hij leert, de dingen makkelijker structureren en zo begrijpen. Bij boos hoort slaan, bij slaan hoort pijn, bij pijn hoort huilen en bij huilen hoort verdrietig. Als peuters leren begrijpen dat ze slaan omdat ze boos zijn en dat een ander kind dan gaat huilen omdat het pijn heeft en zo verdriet uit, wordt het oplossen en voorkomen van zo'n situatie stukken makkelijker. Simpelweg zeggen dat slaan niet mag, helpt misschien, maar niet afdoende. Waarom slaat deze peuter immers? Omdat hij boos is! Waarom is hij boos? Misschien omdat zijn speelgoed is afgepakt? Dan kun je een peuter leren dat als hij boos 'voelt' dat hij dan andere manieren kan verzinnen om hiermee om te gaan. Door de emotie 'boos' te benoemen, kan een kind in een volgende situatie zijn doosje 'boos' opmaken in zijn hoofd en dan komen automatisch de dingen die daarbij horen naar boven, evenals de wetenschap dat een ander kind slaan niet mag om deze boosheid te uiten.
Uiteraard gaat dit niet over een nacht ijs, maar zul je herhaaldelijk en intensief met je peuter bezig moeten gaan in het benoemen van emoties.
Verder kan het voor een kind ook heel duidelijk zijn waarom jij op een bepaalde manier handelt. Zo was er een keer een peuter op mijn groep die erg boos en overstuur was, omdat zijn mama wegging. Het kind kwam naar mij toe, maar zodra ik het aandacht gaf, sloeg hij mij. Hij wilde niet getroost worden. Hij was erg hard aan het huilen en schreeuwen. Op het moment dat hij ook een ander kind sloeg, nam ik het kind apart. Ik uitte mijn boosheid jegens het kind. Boos zijn mag, maar andere kinderen slaan niet. Ik zette het kind apart van de andere kinderen en gaf duidelijk aan: 'Naam, jij bent nu erg boos en verdrietig. Jij slaat andere kinderen en dat mag  niet. Ik mag jou niet troosten. Ik kan nu niets voor je doen. Je mag hier even blijven zitten om rustig te worden. Ik kom zo bij je kijken.' Het kind was zo overstuur dat niets meer hielp. Het was nu heel belangrijk dat ik aangaf waarom ik dit kind even apart zette. Hij was boos en verdrietig en dit had tot gevolg dat hij andere kinderen sloeg en ik kon hem niet troosten. Door deze emoties te benoemen, ontstond er rust. Het kind wist nu niet alleen: ik mag niet slaan, maar ook: ik sla, omdat ik boos ben. Het was dus vooral belangrijk om de boosheid kwijt te raken. Zeggen: 'wordt hier maar even rustig', is heel lastig voor een kind wat niet begrijpt waarom hij onrustig is.
Tot slot is het HEEL BELANGRIJK niet de emotie van de peuter af te keuren, maar enkel zijn gedrag!!! Emoties mag, en zal, hij voelen. Wat de peuter moet leren is hoe hiermee om te gaan. Je wilt niet dat je peuter zich afgewezen voelt, je wilt enkel dat hij begrijpt dat je zijn gedrag afkeurt.

Praten over je peuter
Het gebeurt erg veel: praten over je peuter (en kind in het algemeen) waar hij bij is. Het beste is dit vanaf dag 1 af te leren. Je baby zal nog niet snappen wat je over hem zegt, een dreumes zal misschien al wel voelen dat het over hem gaat, maar een peuter begrijpt echt veel meer dan je denkt!
Van een ouder kreeg ik een keer te horen dat haar kind thuis had vertelt dat de juffen het toch wel lekker rustig vonden zonder kind A wat die dag er niet was. Tja, dat had de peuter toch even opgevangen toen de juffen de dag doornamen...
Over je peuter praten waar hij bij is, moet je zo veel mogelijk voorkomen. Vaak doe je dit heel onopgemerkt toch. Aan het einde van de dag bespreekt mama met papa dat zoon A zoon B weer heeft geslagen of dat de kinderen maar niet wilde luisteren. Dit soort situaties kun je makkelijk voorkomen: bespreek dit soort dingen pas als de kinderen in bed liggen.
Soms kom je er echter niet onderuit om te praten over je peuter waar hij bij is. Bij een overdracht-moment op de crèche met de juf, op het consultatiebureau, bij de huisarts. In zo'n geval is het belangrijk dat je je peuter bij het gesprek betrekt. Zo wordt praten over je peuter, praten met je peuter. Ook als anderen dit niet doen (de crèche-juf of de consultatiebureau-arts), kun jij dit wel doen. Zegt de juf dat je peuter vandaag zo leuk aan het kleuren was, dan kun jij je peuter bij dit gesprek betrekken door aan hem een vraag te stellen. Bijvoorbeeld: 'Oja, heb je vandaag gekleurd? Wat heb je gemaakt?'
Mocht je op de crèche merken dat je vaak een negatieve boodschap meekrijgt over je peuter aan het einde van de dag, dan kan het vervelend zijn dat je peuter dit ook steeds hoort. In zo'n geval kun je ervoor kiezen om allereerst met de juf af te spreken dat er ook altijd een positief punt genoemd wordt. Je kunt daarnaast ook afspreken om de negatieve punten niet mondeling over te dragen, maar schriftelijk.

Luisteren!
Bij dit kopje zul je wellicht denken dat het belangrijk is dat je peuter naar jou luistert. Maar nee, het gaat er hier juist om dat JIJ leert luisteren naar je peuter!
Heel belangrijk bij communiceren met een peuter is luisteren! Peuters willen vaak heel graag van alles vertellen en gaan taal steeds meer gebruiken als voornaamste communicatiemiddel. Veelal vertellen ze graag over hun dag, wat ze hebben gedaan, met wie ze hebben gespeeld, wat ze hebben gegeten. Maar ook vertellen ze informatie die erg belangrijk kan zijn.
Zo was er een peuter op de crèche die net zindelijk was en mij duidelijk wilde maken dat ze moest plassen. We speelden buiten en ineens komt ze naar me toe en zegt: 'Er komt een plasje aan.' Ik verstond haar niet goed, maar ze bleef volhouden. Uiteindelijk begreep ik de boodschap en kon ik snel met haar naar de wc gaan.
Of jouw peuter een kletskous is (of wordt) of niet, zul je vanzelf merken. Sommige peuters kletsen honderduit met weinig inhoud, anderen vertellen alleen iets als ze ook echt iets te melden hebben. Het gevaar is bij beide 'soorten' peuters dat wij vaak onderschatten dat de boodschap die ze over willen brengen voor hen voor grote waarde kan zijn. Het is daarom belangrijk om goed te luisteren naar je peuter. Zo leer je hem immers ook goed kennen. Heb je een keer niet zo veel tijd om te luisteren, zeg dit dan eerlijk tegen je peuter.
Echter, maak ook tijd om te luisteren. Laat zien dat je echt geïnteresseerd bent in wat je peuter te vertellen heeft, stel vragen. Je zult verstelt staan over de leuke gesprekken die zo kunnen ontstaan!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

Om af te sluiten, twee leuke gesprekjes met peuters:

Ik oefen met een kind (3 jaar) de namen van de vingers. De duim en de pink waren al bekend. "En dit is je wijsvinger", vertel ik, "daar kan je mee wijzen." We lopen alle vingers nog eens na. Ik: "En hoe heet deze vinger ook alweer?" Kind: "De aanwijsvinger!"

Ik tel samen met een kind (2,5) zijn tenen. "1, 2, 3 .... 10!" en vraag: "Hoeveel tenen heb je nu?" Kind: "Uuuuh... veel!"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten