maandag 4 november 2013

Binnenkort: opvoedadvies aan huis!

Binnenkort begin ik met opvoedadvies aan huis!
Heb je een opvoedprobleem of een opvoedvraag en zou je graag eens willen dat ik met je mee kijk? Dat kan! Vanaf 1 januari 2014 bied ik opvoedadvies aan huis!

Speciaal voor mijn trouwe bloglezers, bied ik een korting aan van 10% op mijn uurtarief van 55 euro! Wil je hier gebruik van maken? Mail me dan vóór 1 januari 2014 al je opvoedvraag via opvoedtips@gmail.com. Dan kom ik in het nieuwe jaar als eerste bij jou thuis!

Waarom opvoedadvies aan huis?
Het fijne aan opvoedadvies bij jou thuis, is dat ik kan komen op het moment dat het jou uitkomt. Daarnaast kan ik jou, samen met je kind, in jullie natuurlijke omgeving observeren én ben ik er direct bij als het probleemgedrag zich voordoet. Ik kan direct feedback geven die je ook meteen kunt toepassen.
Dit is stukken effectiever dan online-advies of coaching buiten de probleemsituatie.

dinsdag 8 oktober 2013

Week van de opvoeding 2013: 'Word spelenderwijs!'

Spelenderwijs opvoeden


Kind (2,5) probeert de schoenen van een pop aan te doen, maar dat lukt niet en hij zegt: "Kan niet!" Een ander kind (3) ziet dit en zegt zuchtend: "Kan niet, bestaat niet! Ga maar nog een keer proberen!"

Het thema van de opvoedweek (7-13 oktober) dit jaar is: 'Word spelenderwijs!' Een mooi thema, met een mooie boodschap, die wat mij betreft vooral neerkomt op: 'heb vooral plezier in het opvoeden!'
Als je deze blog leest, krijg je wellicht het gevoel dat opvoeden altijd een zwaar onderwerp moet zijn, waar je veel over moet praten en veel over moet nadenken. Soms is dat natuurlijk ook wel zo, maar dat betekent niet dat opvoeden niet ook heel leuk is! En bovendien kun je het jezelf soms best een beetje makkelijker maken door het opvoeden te zien als iets dat je spelenderwijs samen met je kind beleeft.
In deze blogpost wil ik je laten zien hoe je plezier kan hebben bij het opvoeden en hoe je samen met je kind opvoedt. Kortom, spelenderwijs opvoeden!

Kijken naar je kind
Als we het hebben over spelenderwijs opvoeden en dus ook spelenderwijs leren, al spelende 'wijs' worden, dan zijn onze kinderen het beste voorbeeld voor ons. Zij kunnen als geen ander door te doen, leren. Sterker nog, in de eerste levensjaren is dit zo goed als de enige, en in elk geval de belangrijkste, manier van leren. Leren door te doen, leren door te spelen en te ontdekken. Soms met vallen, maar altijd ook met opstaan.
Als wij op een meer speelse manier willen leren en opvoeden, hoeven we dus niet ver te zoeken naar een voorbeeld. Kijk naar je kind!
Hoe speelt je kind? Hoe leert je kind? Wat doet je kind als iets niet lukt? Het eerste wat ons wellicht opvalt als we kinderen tijdens hun spel observeren, is dat jonge kinderen twee prachtige eigenschappen hebben (die wij helaas vaak een beetje kwijt zijn geraakt). Ze zijn heel erg nieuwsgierig en heel vindingrijk en creatief!
Kinderen willen veel leren en veel begrijpen. Dit maakt dat ze soms lange tijd achter elkaar kunnen blijven proberen om de schoenen van een pop aan te krijgen. Ook wij als ouders zijn ons bewust van het feit dat kinderen vooral leren door te doen. Hoe vaak zeggen wij niet tegen een kind die 'opgeeft': 'Blijven proberen!' (Misschien dat daarom het kind in het voorbeeld hierboven dat ook gelijk zegt?)
En dat is ook een prima manier. Juist door te proberen worden kinderen zo vindingrijk. Én komen ze bovendien nog al eens met een andere oplossing dan die wij zelf hadden aangedragen als we hadden geholpen.
Spelen en spelenderwijs ontdekken zit in onze genen. En niet alleen in die van ons. Ook bij veel dierensoorten zien we dat spelen de eerste levensjaren de belangrijkste manier van leren is. Vooral de echte jagers, zoals tijgers, leren door te spelen met hun broertjes en zusjes hoe ze een prooi kunnen vangen.
Ook onze kinderen leren door te spelen met elkaar wat sociaal wenselijk gedrag is, wat een ander fijn vindt en wat niet en hoe ze dingen samen kunnen doen.
Heb je ook wel eens gekeken hoe je jonge kind omgaat met andere (jonge) kinderen in zijn omgeving? Op welke manier leren ze van elkaar? Het kan ontzettend leuk en leerzaam zijn om hier eens even echt voor te gaan zitten en kijken: kijken naar je kind.

Inleven in je kind
Naast het observeren van je kind en leren van zijn speelse manier van ontdekken, kan je je ook meer 'inleven' in je kind. In mijn blog probeer ik de waarde hiervan zo veel mogelijk naar voren te laten komen. Weten waarom je kind zich gedraagt zoals hij zich gedraagt. Weten wat je kind ervaart. Proberen te begrijpen hoe een bepaalde situatie is voor je kind. En erover praten met hem als hij oud genoeg is om hem nog beter te begrijpen.
Uiteraard kunnen we niet in het hoofd van ons kind kijken en is praten met je kind op hele jonge leeftijd nog niet mogelijk. Wel zijn er andere manieren om zelf (een beetje) te ervaren wat je kind ervaart.
Kijk bijvoorbeeld eens waar de box staat in huis. Ga op die plek (of ernaast) op de grond liggen en kijk omhoog. Wat zie je? Dit is ook wat je kind ziet als hij in de box ligt. Wat ervaar je nu? Wordt je hier rustig van of juist niet? En wat zou je doen als je nu iets wilt pakken wat buiten je bereik ligt en je kan alleen je armen en benen bewegen? Leef je in en ervaar hoe het voor je baby is om in de box te liggen.
Het inleven in je dreumes of peuter gaat eigenlijk net zo. Wat doet je kind? Doe dat ook! Als je kind aan tafel zit te kleuren, ga er dan gezellig bij zitten en pak ook een kleurplaat. Als je kind een fantasiespelletje speelt, speel mee! Welke 'problemen' kom je tegen en hoe los je die op? Wat als je dokter wilt spelen en je hebt geen stethoscoop?
Op deze manier stimuleer je jezelf om net zo creatief te denken als je kind en ervaar je hoe je kind leert door te doen.

Samen met je kind: spelenderwijs opvoeden!
Van meedoen met je kind en ervaren hoe je kind de dingen beleeft, is het nog maar een kleine stap naar 'samen met je kind'. Meespelen, betekent samen spelen. Houd je niet in, maar doe mee met de gekke fantasieën van je kind. Wil hij dat je een auto met een slurf tekent? Zeg dan niet: 'Nee, dat kan niet.' Maar. vraag je kind waar de slurf dan moet komen.
En als je meespeelt met je kind, ben je vrijwel automatisch ook aan het opvoeden tijdens het spelen. Je leert hem de regels van met elkaar omgaan en van 'goed' en 'fout'; dit mag wel en dit mag niet. Probeer in een situatie van 'spelenderwijs opvoeden' het opvoeden ook vooral niet alleen te doen, maar samen met je kind. Ervaar samen waarom sommige dingen niet mogen of niet fijn zijn. Overleg met je kind, praat met je kind, ervaar met je kind, speel met je kind. Maak samen een treinbaan en ervaar de frustratie als het ene stukje maar niet aan het andere stukje past. Zie wat dit met je kind doet en grijp in als zijn gedrag buiten jouw grenzen valt. Laat hem, spelenderwijs, zien wat je wel van hem verwacht en zoek samen naar een oplossing voor de situatie.
En bovenal: geniet ervan! Vier samen de successen die je boekt en ervaar dat spelenderwijs opvoeden heel leuk kan zijn!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

donderdag 18 april 2013

Een broertje of zusje erbij!

Kind (3) gaat met zwangere mama mee naar de gynaecoloog. Hij hoort het hartje van de baby. Als hij thuis komt vertelt hij enthousiast aan papa: "Mama heeft een baby in de buik en de baby heeft een trein!"

Als er een broertje of zusje bijkomt in een gezin, verandert er veel. Vooral bij een tweede kindje, is de verandering groot. Het eerste kind is nu niet meer alleen en zal de aandacht moeten delen. Ik zal me hieronder vooral focussen op deze situatie. Vooral ook omdat de leeftijd waarop een eerste kind een broertje of zusje krijgt vaak ergens tussen de 2 en 3 jaar ligt. Maar, uiteraard bevat deze blogpost ook veel handvatten voor als het derde, vierde, of misschien wel vijfde kindje eraan komt!
Eerst zal ik ingaan op de abstractheid van het begrip 'zwanger' en het hebben van een kindje in je buik, daarna zal ik uitgebreid ingaan op de voorbereiding mét je kind op de komst van het tweede kindje en tot slot zal ik aparte aandacht besteden aan de vele leuke boekjes die er zijn over het krijgen van een broertje of  een zusje.

Zwanger, wat is dat?
Het woord 'zwanger' zegt een klein kind nagenoeg niks. Veelal hoor je kinderen van 2 of 3 jaar zeggen: "Mama heeft een baby in haar buik." Dit klinkt misschien of ze goed begrijpen wat er aan de hand is, maar vaak is niets minder waar. Zelfs voor ons, als volwassenen, is het vaak nog maar moeilijk te begrijpen dat er een kindje in de buik van de (aankomende) mama groeit. We weten hoe het werkt, we kennen de plaatjes van de embryo en de foetus, maar hoe onbegrijpelijk is het eigenlijk dat je na 9 maanden ineens zo'n prachtig volmaakt mensje in je armen hebt? Heb je dat dan echt zelf gemaakt?
Voor een jong kind is het misschien wel het meest abstracte wat er is: een baby in een buik. Ze zeggen het na een tijdje alsof het de normaalste zaak van de wereld is, maar dat komt vooral omdat wij (de omgeving) de hele dag tegen het kind zeggen: "Heeft mama een baby in haar buik?" en "Gaat het goed met de baby in de buik van mama?" en meer van dat soort dingen.
Daarnaast moeten we ons goed beseffen dat kinderen van 2 en 3 jaar fantasie en werkelijkheid nog veel door elkaar halen. Dit zorgt ervoor dat er soms de meest prachtige verzonnen verhalen worden verteld alsof ze echt gebeurd zijn. Het is voor een jong kind moeilijk om te onderscheiden wat hij heeft verzonnen of gedroomd en wat hij echt heeft meegemaakt. Dit betekent ook dat zoiets onbegrijpelijks als het hebben van een baby in je buik snel als fantasie wordt onthouden. En zolang we nog niks zien, is er ook nog niks concreets om naar te verwijzen. Maar, ook als de buik van mama wat groter wordt, kan je jonge kind nog steeds denken dat mama een spelletje speelt en gewoon een kussen onder haar buik heeft verstopt.
Toch, als de buik van mama wat groter wordt, zal je jonge kind zich misschien iets beter voor kunnen stellen dat er ook echt iets gebeurt in die buik. Maar, nog steeds blijft het te abstract om goed te begrijpen dat er ook echt een baby uit de buik van mama komt straks.
Het is aan ons om het abstracte 'zwanger' concreet te maken. Dit begint met de uitleg dat er in mama's buik een kindje groeit. Foto's laten zien van hoe dit eruit ziet, maakt de situatie waarschijnlijk niet veel begrijpelijker voor je kind. Wel kan je je kind vertellen dat hij ooit ook in mama's buik zat. Bekijk samen met je kind zijn babyfoto's om zo duidelijk te maken dat kinderen groeien en eerst nog heel klein zijn. Zo kan je kind snappen dat de baby in mama's buik nu nog heel klein is en daardoor in mama's buik past.
Je kind af en toe eens meenemen naar de gynaecoloog kan ook zeker geen kwaad. Zo kan je kind het hartje van de baby horen en wellicht, in een later stadium, ook echt zien dat het een baby is. Toch zal ook dan je kind wellicht nog verrassend reageren, zoals we zagen in het mooie citaat bovenaan deze blog. Een jong kind denkt altijd vanuit zijn eigen referentiekader. Er is nog geen 'theory of mind'; hij kan zich nog niet inleven in een ander. Het is goed om dit, ook hier weer, te beseffen. Om je jonge kind iets te kunnen uit leggen, zul je je in zijn wereld moeten verplaatsen.


Hoe gaat dat straks?
Naast de voorbereiding op wat er nu eigenlijk gebeurt in mama's buik, is het ook, en misschien nog wel meer, belangrijk je kind voor te bereiden op de tijd na de bevalling, als zijn broertje of zusje er is. Voor je jonge kind is het nagenoeg onmogelijk om zich voor te stellen hoe de situatie over een paar maanden is. Toch heeft het zin om het hier met je kind over te hebben. Dit kan op verschillende manieren, afhankelijk van wat je kind al begrijpt.
Je kunt praten over de situatie die straks zal ontstaan. Refereer hierbij aan voorbeelden die je kind kent. Misschien heeft hij een neefje of nichtje die al grote broer/zus is of zijn er buren in die situatie. Daarnaast is het tekenen van de nieuwe situatie ook een goede manier om het voor je kind visueel en daarmee duidelijker te maken. Teken samen met je kind mama, papa, hemzelf en wellicht aanwezige huisdieren. Teken vervolgens de aankomende baby. Dit kan in combinatie met de babykamer die al af is, het wiegje en de box waar de baby straks veel in zal liggen. Door voorwerpen te gebruiken die je kind kent, wordt een abstract onderwerp eveneens concreter. Voorwerpen die straks direct bij de baby horen, zoals de wieg, de box, de kinderwagen, maxicosi, enz.
Als de baby eenmaal geboren is, kan er enige mate van 'jaloezie' optreden bij je oudste kind. Hij moet nu ineens de aandacht delen en dat is hij niet gewend. Probeer dit als ouder te begrijpen. Probeer daarnaast zo goed mogelijk uit te leggen aan je kind dat de kleine baby veel aandacht nodig heeft. Maar, vergeet daarnaast niet dat je oudste kind ook aandacht nodig heeft. Als mama thuis is met de baby kan papa best iets gaan doen met het oudste kind. Probeer zo ook exclusieve aandacht te geven aan je oudste kind.
Ook kan het fijn zijn om met je oudste kind een cadeautje te kopen voor de baby. Iets wat hij aan zijn broertje/zusje kan geven. Laat hem dit helemaal zelf uitkiezen en zelf geven.
Verder is het ook belangrijk om je oudste kind te betrekken bij de verzorging van de baby. Dit kan in een voorbereidend stadium door samen met je oudste kind de babykamer in te richten bijvoorbeeld, maar doe dit vooral ook als de baby er is. Laat je oudste kind helpen met verschonen, een flesje geven, in bad doen, enz. Zo stimuleer je dat er ook tussen je twee kinderen een intieme band ontstaat en dit zal de jaloezie gevoelens minder maken. Daarnaast wordt het voor je oudste kind dan ook een stuk duidelijker dat de baby veel verzorging en aandacht nodig heeft.
Denk niet te snel: 'hier is mijn kind te klein voor.' Kinderen kunnen en begrijpen vaak veel meer dan wij denken. En ook als je kind nog niet echt kan helpen met de verzorging van de baby, kan je je kind hier zeker wel bij betrekken door hem mee te laten kijken en door te vertellen wat je doet.

Naast alle creativiteit die je zelf inzet om je kind voor te bereiden om de komst van een broertje of een zusje, kun je ook uitgebreid gebruik maken van de vele boekjes die er zijn met betrekking tot dit onderwerp.

Boekjes
Er zijn erg veel boekjes die gaan over het krijgen van een broertje of een zusje. Belangrijk bij het uitkiezen van het juiste boekje voor jou en je kind, is dat het voor je kind begrijpelijk is. Dit ligt uiteraard erg aan de leeftijd en het cognitieve niveau van je kind. Voor kinderen tussen de 1-4 jaar is het vooral belangrijk om te letten op de plaatjes in het boekje. Een boekje lezen met je jonge kind, betekent vooral kijken naar de plaatjes en daar de juiste woorden bij zoeken/horen.
Als we kijken naar de boekjes die er zijn voor jonge kinderen, kunnen we onderscheid maken in boekjes op rijm en boekjes niet op rijm. Bij beide soorten boekjes zeg ik altijd: schroom niet om de tekst aan te passen aan wat voor jou fijn is en voor je kind begrijpelijk. Zeker bij de eerste categorie boekjes. Boekjes op rijm hebben het voordeel dat de tekst door je kind makkelijker onthouden wordt. Door zo'n boekje dan veel te lezen, gaat de betekenis van de tekst makkelijker 'landen' bij je kind.
Om deze blog af te sluiten, volgen hieronder een aantal voorbeelden van leuke boekjes die gaan over het krijgen van een broertje of een zusje.
Piep piep hoera! van Julie Stiegemeyer en Carol Baiker-McKee
De bedoeling van dit boekje is misschien niet eens om je kind voor te bereiden om de komst van een broertje of een zusje. Toch is het boekje er uitermate geschikt voor. Het beschrijft hoe drie vogeltjes wachten op het kuikentje wat uit een eitje komt.
Kleine Pluis van Dick Bruna
Een boekje uit de overbekende Nijntje-serie. In dit boekje krijgt Nijntje een broertje/zusje. De Nijntje boekjes staan bekend om de eenvoudige tekeningen en de makkelijke teksten op rijm.
Bobbi wordt grote broer van Ingeborg Bijlsma en Monica Maas
De Bobbi-boekjes worden op mijn groep altijd erg goed ontvangen door de kinderen. De boekjes gaan over herkenbare onderwerpen voor deze jonge leeftijdsgroep. Het leuke aan een serie is dat je kind zich steeds beter gaat relateren aan het kind in het boekje, in dit geval Bobbi, een beertje. Dit zorgt ervoor dat het makkelijker wordt voor je kind om 'naar de toekomst te kijken' door in het boekje te zien hoe het gaat als je eenmaal grote broer bent.
Wat zit er in je buik, mama? van Sam Lloyd
Een 'flapjesboek' waarbij je onder de flapjes kan kijken om te zien wat er in mama's buik zit. Er wordt flink geraden van aap tot inktvis. Maar nee, het is natuurlijk een baby! Met dit boekje wordt het concept 'zwanger' en 'een baby in je buik' hebben een stuk concreter en duidelijker. Een erg leuk boekje wat de kinderen vaak goed bijblijft.

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

zaterdag 5 januari 2013

Eten

De kinderen op het kinderdagverblijf staan de hele dag door voor een hoop keuzes. Zo ook tijdens het middageten. De kinderen mogen dan kiezen wat ze willen drinken en of ze een boterham in stukken willen of niet. Dat deze keuzes na enige tijd niet zo moeilijk meer zijn, bewijst dit volgende citaat van een kind (2) die in één adem antwoordt op de vraag wat hij wil drinken:
"Water, thee, niet gesneden!"

Het eten en drinken. Een veel besproken onderwerp op het kinderdagverblijf. Én een onderwerp dat bij ouders met jonge kinderen vaak vele vragen oproept. Aangezien ik geen voedingsdeskundige ben, zal ik hieronder vooral ingaan op het pedagogische aspect van het omgaan met en het aanbieden van eten en drinken. Af en toe zal ik kort verwijzen naar de informatie die ik zo hier en daar via voedingsdeskundigen heb opgedaan. Maar, mijn ervaring is ook hier: zoveel deskundigen, zoveel visies.

Is deze blog je te lang? Lees dan alleen de 'tips and tricks' onderaan deze blog!

Baby's (hier tot 1 jaar)
Een ritme
Bij de hele jonge baby's komt nog niet veel pedagogiek kijken als het gaat om het drinken. De baby's krijgen borstvoeding of kunstvoeding naar behoefte. En dat is het. Gaandeweg kan je ook hier een ritme in gaan ontwikkelen met je kind wat ervoor zorgt dat hij met een maand of 4 netjes om de 4 uur drinkt. Hoeveel je baby drinkt, verschilt per kind, maar zo'n 180cc is gemiddeld te noemen.
Een ritme ontwikkelen met betrekking tot het drinken, gaat op eenzelfde manier als een ritme ontwikkelen bij het slapen. Je kijkt naar de behoefte van je baby en je zal merken dat hij vanzelf meer per keer drinkt en zodoende dus ook langer zonder voeding kan. Om te stimuleren dat je baby dit gaat doen, kun je simpelweg het voeden zelf ook steeds een beetje gaan uitstellen.

Leren drinken uit een fles
Voor baby's die borstvoeding krijgen, kan het soms lastig zijn om te leren drinken uit een fles. Vaak is dit echter wel nodig, omdat mama niet altijd in de buurt is. Gelukkig heeft de commerciële markt hier al op ingespeeld: er zijn verschillende speciale flessen die op een meer natuurlijke manier dan de 'gewone' fles de stroom van voeding beïnvloedt. Dit blijkt voor veel baby's ook effectief. Toch kan het soms nog steeds moeilijk zijn voor een baby dat hij ineens moet zuigen uit een fles in plaats van mama's borst om in zijn eerste levensbehoefte te voorzien. Verschillende theorieën heb ik inmiddels gehoord om dit te laten lukken. De één zegt dat mama het beste kan leren om het kind uit de fles te laten drinken, dicht tegen haar aan. Dit omdat het verschil met de borst dan zo klein mogelijk is. De ander adviseert juist om een ander (papa) dit te laten doen en dat mama dan zelfs niet eens in de buurt mag zijn. Anders zou het kind enkel de borst van mama willen en niet de fles.
Wat in de praktijk het beste werkt, heb ik zelf nog niet ontdekt. Wat ik wel weet, is dat het vooral belangrijk is, zoals altijd met voeden, dat er rust, veiligheid en intimiteit is. Voeden is een intieme aangelegenheid. Je baby is dicht bij je en je hebt (zeker bij borstvoeding) intiem contact. De baby moet zich veilig voelen en daarvoor zul jij in alle rust de voeding moeten aanbieden én de intimiteit op dat moment ook echt moeten ervaren. Geniet ook vooral van dit fijne moment samen met je baby.
Andere 'trucjes' die kunnen helpen als het voeden (uit de fles) niet makkelijk gaat, is zorgen dat je kind je vinger vasthoudt (vaak willen baby's met hun handje iets vasthouden tijdens het zuigen), zachtjes over het wangetje van je baby aaien (dit kan de zuigreflex stimuleren) en een beetje heen en weer wiegen tijdens het voeden (dit lijkt als simpele afleiding te werken, waardoor de baby even 'vergeet' dat hij uit een fles zuigt in plaats van een borst).

Andere voeding dan borst- of kunstvoeding
In mijn optiek heeft een baby het eerste levensjaar voldoende aan de borst- of kunstvoeding. Echter, ook hier verschillen de meningen over. Op verschillende momenten gedurende het eerste levensjaar kan zeker worden gestart met groente- en fruithapjes, yoghurt, soepstengels, stukjes brood, etc. Echter, dit is vooral om je baby te laten wennen aan deze smaken én om hem te laten wennen aan vast voedsel. Mijns inziens heeft je baby deze voedingsstoffen het eerste jaar nog niet nodig.
Over hoe je je kind kan laten wennen aan de verschillende smaken en structuren, zijn de meningen eveneens zeer verdeeld. Eerst beginnen met fruit of eerst beginnen met groente? Wanneer gaan we brood geven? Het consultatiebureau vertelt je over het algemeen precies wanneer je met wat kan beginnen en heeft hier ook goede uitleg bij.
De manier van aanbieden, zou ik vooral erg speels houden en zeker niet al te dwingend. Probeer vaste tijden te hanteren naarmate je dezelfde voeding vaker geeft. En probeer rekening te houden met de borst- of kunstvoeding. Vlak na een fles heeft een kind waarschijnlijk geen zin in een fruithapje.

Dreumesen en peuters (hier vanaf 1 jaar)
Na het eerste levensjaar kan de borstvoeding worden afgebouwd en kan daar ander eten en drinken voor in de plaats komen. In de praktijk merk ik dat vooral het drinken nogal eens een probleem oplevert. Ook merk ik dat ouders zich sneller zorgen maken als een kind slecht drinkt, in plaats van slecht eet. Eerst maar het drinken dus.

Drinken
De overgang van borst- of kunstvoeding naar andere vloeistoffen, is niet voor elk kind even makkelijk. Allereerst zal je natuurlijk geadviseerd worden de borst-/kunstvoeding af te bouwen. Niet in één keer stoppen, maar eerst eens één fles vervangen voor iets anders. In het begin, wellicht al voor het eerste jaar, is yoghurt een goede vervanging voor een fles. Hier zitten juiste voedingsstoffen in én de yoghurt wordt gelepeld gegeven. Uiteindelijk zul je echter ook willen dat je kind andere vloeistoffen zelf gaat drinken.
In eerste instantie lijkt gewone melk (niet geven vóór het eerste jaar) een logische opvolging op de borst-/kunstvoeding. Echter, gewone melk lijkt in de verste verte (behalve misschien de kleur) nier op borst-/kunstvoeding, dus dit is niet waar. Voor je kind is dit echt totaal iets anders. Meestal wordt geadviseerd eerst met water of thee te beginnen. Beide hebben een neutrale smaak en thee kun je lauwwarm aanbieden wat vaak als erg prettig wordt ervaren aangezien je kind gewend is om zijn voeding lauwwarm te nuttigen. Mijn advies hierin: biedt het veel aan. Bij elk fruithapje, groentehapje, broodje, ect. wat thee of water aanbieden. Mocht je kind thee slecht drinken, dan kan je hier in het begin één of twee schepjes kunstvoeding doorheen doen. Zo 'fop' je je kind een beetje en went hij langzaam aan de smaak van thee. De hoeveelheid voeding door de thee bouw je steeds meer af, totdat je kind de thee drinkt zonder voeding. (Helaas werkt dit uiteraard alleen als je kind kunstvoeding heeft gehad in plaats van borstvoeding...)
Veel ouders die zich zorgen maken om de hoeveelheid vocht die hun kind binnen krijgt, geven hun kind uiteindelijk maar sap, omdat kinderen dit vaak wel goed drinken. Dit snap ik erg goed en is op zich prima. Wel zou ik er op letten dat het kind niet alleen maar sap drinkt. Probeer het aanbieden van sap te beperken tot één of twee bekers per dag en doe dit aan het einde van de middag. Zo is er duidelijkheid voor jou en je kind en blijf je daarnaast ook gewoon water en thee aanbieden.
Met sap bedoel ik overigens een variant die je aanlengt (zoals diksap) geschikt voor jonge kinderen. Probeer andere dranken, zoals limonade, zoete zuiveldranken, appelsap en frisdrank zo lang mogelijk uit te stellen. Hier zitten geen voedingsstoffen in die kinderen nodig hebben, maar bevatten vooral veel slechte suikers. Bovendien raken kinderen snel gewend aan de zoete dranken waardoor het nog moeilijker kan worden om water en thee te leren drinken.

Eten
Ook het vaste voedsel wordt geleidelijke geïntroduceerd bij je kind. Groente- en fruithapjes zijn vaak de eerste introductie. Zoals al eerder gezegd, biedt het eten speels aan en zeker niet te dwingend. Hierin is een sleutelwoord: eet samen met je kind. Geef je je kind een fruithapje? Eet zelf ook wat fruit en maak er een leuk moment van.
Als je kind wat ouder wordt, kan je hem steeds meer gaan betrekken bij het eten. Niet alleen het eten zelf, maar ook de voorbereiding. Laat hem kiezen welk fruit hij wil eten en schil en snijd het samen. Al vrij snel kan je kind zelf zijn brood smeren met boter, uiteraard help je hem, beleg kiezen en zijn brood snijden. Overigens is beleg op je brood simpelweg een middel om de boterham wat lekkerder te maken. Zolang je kind dus niet vraagt om beleg, hoef je dit ook niet per se op de boterham te doen. Echter, je kind ziet jou naar alle waarschijnlijkheid wel beleg eten en zodoende komt er uiteindelijk toch vaak beleg op de boterham. Welk beleg je kiest, is aan jou. Probeer ook hier wel voor de gezonde varianten te kiezen. Denk bijvoorbeeld aan smeerkaas speciaal voor kinderen met minder zout. Bedenk je daarnaast ook dat hartig beleg niet per se gezonder is dan zoet beleg. Een reden om wel voor hartig beleg te kiezen, is om je kind te laten wennen aan de hartige smaak.
Dan de hoeveelheid eten. Een voedingsdeskundige hoorde ik ooit zeggen: jij bepaalt wat je kind eet, je kind bepaalt hoeveel hij eet. Hier ben ik het niet helemaal mee eens. Hierboven hebben we al gelezen dat een kind zelf ook heel goed kan kiezen wat hij wil eten. Uiteraard geef je hem een keuze uit een paar dingen die jij van te voren bepaalt. Maar, ook de hoeveelheid volledig door je kind laten bepalen, lijkt mij, pedagogisch gezien, niet altijd verstandig.
Laat ik voorop stellen dat ik er absoluut geen voorstander van ben om een strijd aan te gaan als het het eten en drinken betreft. Wel kun je als opvoeder het eten stimuleren én daarnaast bepalen wat een kind minimaal van jou moet eten. Een kind kan nu eenmaal niet leven op een halve boterham per dag. Eet je kind slecht? Probeer dan vooral de oorzaak hiervan te achterhalen. Het ene kind zal meer trek hebben dan het andere, maar vaak heeft slecht eten niet te maken met weinig trek. Zo kan het een machtsstrijd worden. Je kind merkt dat hij zelf kan en mag bepalen, dus doet hij dat ook met eten. Wat als ik gewoon niks eet? Ook hier mogen grenzen gesteld worden. Veel woorden zou ik er echter niet aan vuilmaken. Laat het duidelijk zijn wat je minimaal van je kind verwacht. Eet hij niet? Laat je kind dan niet eindeloos aan tafel zitten. Stel een compromis: 'Ik wil dat je dit nog eet, de rest gooi ik weg.' Meestal lost dit de situatie vrij snel op, maar houd jij wel de touwtjes in handen. Maak je daarbij geen zorgen dat je kind een keer weinig eet. Als hij trek heeft, gaat hij echt wel eten.
Maar, mocht slecht eten zich herhaaldelijk voordoen, dan kunnen er ook andere dingen aan de hand zijn. Roept het eetmoment misschien negatieve associaties op bij je kind? Wellicht is er een keer ruzie geweest aan tafel? Misschien krijgt het kind wel helemaal geen keuzes en moet hij vanalles. Ook dit kan een reden zijn om slechter te gaan eten.
Slecht en vooral helemaal niet eten, is voor je jonge kind veelal een manier om zijn ongenoegen te uiten over iets. Dit is namelijk zijn enige middel om een echt verontrustend signaal af te geven. Probeer daarom altijd te kijken naar de oorzaak van het slechte eetgedrag van je kind.

Warm eten
Aparte aandacht wil ik hier besteden aan het warm eten. Vaak levert het warm eten namelijk de grootste strijd op. Groenten worden niet lekker gevonden, aardappels willen kinderen enkel met appelmoes en het enige wat er nog een beetje ingaat is pasta zonder saus. Klinkt dit bekend?
Allereerst: met groentehapjes introduceer je verschillende groenten bij je kind. Schroom hier niet om de meest uiteenlopende groenten en vooral smaken te gebruiken. Vaak gaan de groentehapjes er namelijk nog wél goed in. De groentehapjes kunnen langzaam over gaan in iets minder fijne hapjes en uiteindelijk stukjes rauwkost. Op het kinderdagverblijf bieden wij kinderen rond een uur of 15.00 elke dag rauwe paprika, wortel, komkommer en tomaat aan. In het begin misschien even wennen, maar door mee te eten en aan te geven dat het heel lekker is, eten alle kinderen nu met veel plezier deze groenten.
Daarnaast is de gouden tip (wat mij betreft) je kind betrekken bij het hele proces. Van keuzes maken, boodschappen doen en bereiden tot het opscheppen aan tafel. Ik begrijp dat dit niet altijd kan en dat hoeft ook zeker niet. Maar, door je kind het gevoel te geven dat je het samen doet, wordt het eten een leuke activiteit waar hij verantwoordelijkheid bij voelt. Als hij zelf heeft mogen kiezen dat hij bloemkool wil eten, dit zelf in de winkel heeft mogen pakken en thuis heeft gezien wat er nu eigenlijk met die bloemkool gebeurt, wordt het hele proces een stuk transparanter. Bovendien kan je kind trots vertellen aan tafel dat hij mama of papa heeft mogen helpen en wordt het opeten natuurlijk ook een stuk leuker. En dit geldt uiteraard niet alleen voor groenten, maar ook voor al het andere voedsel dat 's avonds op tafel komt te staan.
Verder is het (zoals ik het heb ervaren) verschrikkelijke 'je moet het leren eten' helaas wel waar. Kinderen moeten leren wennen aan de smaak bitter. En veel groente is helaas bitter. Kinderen hebben niet voor niets een natuurlijke voorkeur voor zoet. Dit omdat de smaak bitter nog veel intenser overkomt op een kind. De smaakpapillen zijn nog niet zo ontwikkeld als bij een volwassene. Weet dit, maar maak er geen vast 'riedeltje' van. Sommige dingen vindt je kind nu eenmaal niet lekker en dat mag best. Jij lust immers ook niet alles. Als je kind ouder is (basisschoolleeftijd) kun je afspreken dat het één of twee groentes uit mag kiezen dat hij echt niet lust en die hoeft hij dan bijvoorbeeld niet te eten.
Ook kun je een nieuwe groente introduceren door een 'probeerbordje' op tafel te zetten. Eet je voor het eerst spruitjes? Zet dan een bordje met een paar spruitjes op tafel waar je kind aan mag zitten, in mag knijpen, aan mag ruiken, enz. Iets in je mond stoppen wat je nog helemaal niet kent, is soms best een hele opgave. Door er eerst achter te komen wat de structuur is, hoe het er van binnen uitziet en hoe het ruikt, is de stap naar proeven en opeten een stuk kleiner.
Tot slot zijn er ontzettend veel hele leuke recepten om groente en ander voedsel te bereiden op zo'n manier dat het voor kinderen een stuk makkelijker wordt om te eten. Bepaalde smaken toevoegen of het leuk presenteren zijn veel gebruikte trucjes in de meeste kookboeken.

Tot slot, de 'trucjes' op een rij
- Stimuleer een ritme door het voeden wat uit te stellen.
- Gebruik eventueel een speciale fles als je overstapt van voeden aan de borst naar voeden uit de fles.
- Zorg voor rust, veiligheid en intimiteit tijdens het voeden.
- Laat je baby je vinger vasthouden tijdens het voeden.
- Aai je baby zachtjes over zijn wang tijdens het voeden.
- Wieg zachtjes heen en weer tijdens het voeden.
- Biedt eten speels aan en dwing niet.
- Biedt fruit- en groentehapjes op vaste, logische tijden aan.
- Biedt water en thee veel aan.
- Doe eventueel een schepje kunstvoeding door de thee.
- Eet samen met je kind.
- Probeer bij slecht of niet eten te achterhalen hoe dit komt.
- Maak geen strijd van het eten, maar stel een compromis.
- Geef je kind rauwkost (bij slecht eten van warme groenten).
- Betrek je kind bij het hele proces van eten (boodschappen doen, bereiden, etc.) en geef hem keuzes.
- Je kind kan niet alles lekker vinden, maar moet veel wel leren eten.
- Zet een 'probeerbordje' op tafel bij het introduceren van een nieuwe groente.
- Zoek naar leuke gezonde recepten voor kinderen.

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

zondag 4 november 2012

Naar school

Kind (4): "Petra, als ik straks naar school ben, kom ik af en toe nog wel eens jou opzoeken."
Ik: "Dat vind ik heel fijn, want ik ga jou best wel missen hoor!"
Kind: "Ik ga jou ook missen, maar dan kom ik langs en dan geef ik je 1000 kusjes!"
Ik: "Zo, 1000 kusjes? Duurt dat niet heel lang?"
Kind: "Nee hoor, want dat kan ik heel snel! En dat moet ook wel, anders kom ik te laat op school!"

Een nieuw schooljaar is weer van start en dat betekent voor heel veel kinderen de eerste stapjes op een nieuwe plek: school. En ook voor veel ouders betekent dit dat zij hun jonge kind voor het eerst naar school brengen. Hoe kies je een goede school? Hoe maak je de overgang voor je kind zo makkelijk mogelijk? Hoe bereid je je kind voor op een nieuwe leersituatie? Welke opvoedvragen kun je gaan verwachten in deze nieuwe fase?
Hieronder de weg naar school voor jou en je kind.

Leergierig
Vrijwel alle kinderen hebben een natuurlijke nieuwsgierigheid voor wat er om hen heen gebeurt. Ze willen heel veel begrijpen en gaan ook steeds meer vragen aan ouders en opvoeders. Naast een natuurlijke nieuwsgierigheid is er ook een natuurlijke leergierigheid. Zeker in de jonge jaren van een kind, is hij elke dag bezig met het leren van nieuwe dingen. Als een kind wat ouder wordt, wil hij steeds meer bewust dingen leren.
Zo gaan vrijwel alle kinderen rond de leeftijd van 3,5 jaar vragen naar woorden en letters. 'Wat schrijf jij?' 'Hoe schrijf je mijn letter?' 'Welke letter is dat?' 'Wat staat daar?' Zo merken we dat ze klaar zijn voor school. Klaar om actief nieuwe dingen te gaan leren. Het spelenderwijs leren laten ze langzaamaan achter zich. Ze willen nu actief letters leren schrijven, hun naam kunnen spellen en poppetjes tekenen.
Gelukkig is deze leergierigheid in alle kinderen van nature aanwezig. Dit maakt dat ze graag naar school gaan. Toch, is het belangrijk om je kind goed voor te bereiden op school. Een nieuwe plek, nieuwe mensen en een nieuwe structuur zullen allemaal veel van het aanpassingsvermogen van je kind vragen. Hoe bereid je je kind voor op deze nieuwe fase?

Voorbereiding met je kind
Praten over school
Introduceer allereerst het woord school bij je kind als hij zo'n 3,5 jaar is. Weet hij al wat school is? Weet hij wat je op school doet? Weet hij waarom je naar school gaat? Als er al een oudere broer of zus is die naar school gaat, is deze fase een stuk makkelijker. Je kind weet dan precies wat hem te wachten staat.
Toch is het voor beide kinderen belangrijk om af en toe eens te praten over school. Dit kan heel goed aan de hand van een boekje dat voorbereid op school. Lees zo'n boekje een aantal keer voor en bespreek het na met je kind.
Praten over school kan terloops, als je langs een school komt of als het toevallig ter sprake komt. Maar, het kan ook gestructureerd. Praat in 'thema's': Wie zijn er op school? Wat ga ik leren op school? Waar is de school? Wat neem ik mee naar school? Wat is er anders op school (dan bv het kinderdagverblijf)?
Overlaad je kind niet met deze praatjes, maar ga een paar maanden voor de eerste schooldag zo af en toe eens zitten om met je kind te praten over school.
Dit praten over school is het beste te combineren met knutselen over school.
Knutselen over school
Aan de hand van een boekje en een bepaalde vraag, kun je met je kind gaan knutselen over school. Hierbij kan, zoals altijd met knutselen, alles. Laat je kind tekenen over wat er anders is op school. Plak plaatjes op van wat je allemaal meeneemt naar school. Probeer vast wat letters te schrijven met je kind.
Alleen praten is voor kinderen vaak niet genoeg, ook al praten ze zelf op deze leeftijd vaak erg graag en veel. Door ook creatief bezig te zijn in het thema 'school' wordt alles wat tastbaarder en kan je kind de informatie beter opslaan. Een ander voordeel is, dat je de gemaakte knutsels er steeds weer bij kunt pakken als je praat over school. Je kunt eventueel zelfs een mooie map maken waar je alles in bewaart.
Kijken naar de school
Naast praten en knutselen over school, is het bekijken van de school natuurlijk iets wat niet mag ontbreken in de voorbereiding. Naar de school toegaan heeft als voordeel dat je de route een aantal keer kunt 'oefenen' met je kind, maar ook dat het visueel en tastbaar wordt. Iets wat eerst nog vaag en onbekend klinkt, wordt vertrouwder als je er een paar keer bent geweest.
Van de school, het plein, wellicht de juf/meester en het lokaal kun je foto's maken en deze ook in de map met knutsels doen.

Voorbereiding met de school
Welke school?
Hoe kom je erachter welke school het beste bij jou en je kind past? Kijk op internet. Wat is er allemaal in de buurt. Welke verschillende onderwijsvormen zijn er? Ga dan vooral op een paar scholen kijken. Stel vragen, kijk de klaslokalen eens in.
Met betrekking tot onderwijsvormen kun je tegenwoordig heel veel kanten op. Denk je dat je kind vooral gebaat is bij een duidelijke structuur? Vind je de ontwikkeling van creativiteit belangrijk? Wil je graag dat je kind al jong een tweede taal leert? Zo zijn er nog veel meer vragen die je jezelf kan stellen.
En dan is het belangrijkste dat het goed voelt. Hoe voel je je als je het schoolplein op loopt? Als je praat met het hoofd? Als je door de school loopt? Zie je jezelf hier elke dag je kind naartoe brengen?
Naast zelf onderzoeken, is het ook verstandig om 'externe' opvoeders naar hun mening te vragen. Dit kunnen de juffen zijn op het kinderdagverblijf, maar ook de gastouder, opa/oma, de oppas, etc. Wat is hun beeld van jouw kind? Welke onderwijsvorm lijkt hen het meest geschikt voor je kind?
Tot slot is het slim om te bedenken dat als je een basisschool kiest voor je eerste kind, je waarschijnlijk ook de school kiest waar je eventuele jongere kinderen later naartoe zullen gaan. Daarom zeg ik nogmaals: het moet voor jou als ouder vooral goed voelen op de school. Aan een bepaalde onderwijsvorm raakt een kind over het algemeen snel gewend.
Praten met de school/juf
Heb je een keuze gemaakt? Of kan je juist niet goed kiezen? In beide situaties is het slim om te gaan praten met het hoofd van de school en/of de juf/meester van groep 1. Stel vragen! Laat de juf/meester wat vertellen over de school, laat je rondleiden en bedenk van te voren wat je allemaal wilt weten.
Hoe gaat het eraan toe in groep 1? Is er veel individuele aandacht voor elk kind? Wat als een kind niet meekomt? Op cognitief gebied, maar ook op sociaal gebied. Wat als een kind zich juist verveelt? Hoe ervaart de juf/meester het werken met 30 kleuters? Hoe ervaren de kleuters de overgang naar school? Wat wordt er van jou verwacht als ouder? Etc.
Wennen op school
Bij de meeste scholen is het gebruikelijk dat kinderen, voordat ze daadwerkelijk de overstap naar school maken, eerst een paar keer gaan wennen. Een ochtendje, een middag, een hele dag. Op elke school zal hier anders invulling aan worden gegeven. Gebruik deze wendagen! Voor je kind is het fijn om op deze manier geïntroduceerd te worden in het naar school gaan. Maar, ook voor jezelf zijn deze wendagen om te wennen. Wennen aan het nieuwe ritme, wennen aan een nieuwe route 's ochtends vroeg, wennen aan een juf/meester en wennen aan het feit dat je kind nu op school zit.
Vraag bij het ophalen van je kind uiteraard hoe hij het vond, maar vergeet ook niet aan de meester/juf te vragen hoe hij/zij het heeft ervaren. Op de weg naar huis of thuis kun je met je kind nog eens napraten. Echter, probeer er niet te veel de focus op te leggen. Hoe meer jij er mee bezig bent, hoe spannender je kind het wellicht vindt. Een beetje spannend is het natuurlijk ook, maar het moet niet zo spannend worden dat je kind niet meer naar school durft te gaan.
Kinderdagverblijf en school
Voor veel kinderen geldt dat ze, als ze naar school gaan, de overgang maken van kinderdagverblijf naar school. Kinderdagverblijf-kinderen zijn gewend aan het doorbrengen van de dag in een groep met andere kinderen. Bovendien zijn ze gewend aan tafel te werken en ze zijn bekend met het concept 'juf' (of 'meester'). Ze hebben wellicht een voorsprong met betrekking tot hun sociale ontwikkeling (alhoewel dit niet in alle onderzoeken naar boven komt). Toch kan voor een kinderdagverblijf-kind de overgang naar school juist extra obstakels met zicht meebrengen. Allereerst moeten ze afscheid nemen van een vertrouwde plek met vertrouwde mensen (hierover hieronder meer). Verder moeten ze gaan wennen aan een situatie met een stuk minder persoonlijke aandacht en een stuk meer zelfstandigheid. Ze zijn gewend aan een groep met zo'n 12-14 kinderen en twee juffen en gaan nu naar een groep van 25-30 kinderen en één juf. Dat is wel even anders. Wees je hiervan bewust. Naast alle nieuwe indrukken, de nieuwe dingen die ze gaan leren en die nieuwe structuur, zal de situatie op school heel anders zijn dan het verwachtingspatroon dat kinderen hebben aan de hand van de situatie die ze al kenden.
BSO
Voor een aantal kinderen zal naar school gaan ook beteken dat ze buiten schooltijd naar de bso (buitenschoolse opvang) gaan. Ook hier zijn de groepen groter en zijn er nieuwe juffen. Misschien heeft het kinderdagverblijf waar je kind zat een wenprogramma voor kinderen die binnen dezelfde organisatie naar de bso gaan. Is dat er niet? Schroom dan niet om zelf ook bij de bso een kijkje te gaan nemen en wellicht wendagen af te spreken.

Afscheid nemen van de oude situatie
Naar school gaan betekent een nieuw hoofdstuk, een nieuwe situatie. Dit betekent automatisch ook dat er afscheid wordt genomen van de oude situatie. Hoeveel aandacht je hieraan schenkt, is aan jou, de opvoeder.  Gaat je kind naar een kinderdagverblijf of gastouder? Dan zal er hoogstwaarschijnlijk automatisch aandacht worden geschonken aan het feit dat je kind 4 jaar wordt en naar school gaat.
Het kan ook zijn dat er een vaste oppas is die je kind veel zag of dat opa/oma veel kwamen oppassen. Ook deze situatie zal dan veranderen. Wees je ervan bewust dat je kind deze vaste gezichten nu minder vaak zal zien en dat daar een nieuw vast gezicht (dat van de juf/meester) voor in de plaats komt. Trouwens ook als je zelf als ouder veel thuis was met je kind, betekent dit minder tijd samen.
Het is goed om je kind ook hierop voor te bereiden en om afscheid te nemen van de situatie zoals die was. Afscheid nemen van vertrouwde juffen en een vertrouwde plek kan zwaarder vallen dan je denkt (ook voor jou als ouder).

Tot slot: hoe spannend het voor jou als ouder en voor je kind ook is, onthoudt: naar school gaan is leuk! Probeer in alle voorbereidingen deze boodschap in je achterhoofd te houden en over te brengen aan je kind. Dit maakt de overgang een stuk makkelijker.

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

zaterdag 29 september 2012

Week van de opvoeding 2012

Van 1 t/m 7 oktober is het de week van de opvoeding.
Tijdens deze week zal ik elke dag een stelling plaatsen op mijn blog.
De stellingen zullen gaan over opvoedkwesties waar ouders van jonge kinderen mee te maken kunnen krijgen.
Reageer en maak van opvoeden een discussie!

Alle stellingen kun je vinden door rechts op deze pagina op de link 'stellingen' te klikken.

dinsdag 14 augustus 2012

Emoties

Kind (3,5) hoort een baby huilen en zegt: "Hoor je dat? De baby wil mij!" Vervolgens rent ze erop af.

Kind (2,5) kijkt naar de foto van kind S en zegt: "S huilen?" Dan zegt S boos: "Niet! S lachen!"

In mijn vorige blogpost kwamen ze al regelmatig ter sprake: emoties. Wij zijn allemaal emotionele 'wezens' en dat is wat ons onderscheid van de meeste dieren. Niet alleen voelen we emoties, we kunnen er ook over nadenken, ze reguleren en ons gedrag wordt er in grote mate door bepaald. Nog meer dan volwassenen, leven jonge kinderen puur op deze emoties. Vrijwel al hun gedrag wordt gestuurd door wat ze voelen. Het is onze taak, als opvoeder, om hen te leren WAT ze voelen, HOE is dit kunnen reguleren en WELK gedrag wel en niet geaccepteerd wordt. Hierbij is het, in mijn ogen, van groot belang dat we een kind duidelijk het verschil leren tussen emoties en gedrag.

Emoties (en gedrag) bij baby's
Baby's handelen volledig vanuit emotie. Daarbij bedoel ik dat zij nog niet nadenken over hun gedrag, maar direct handelen naar wat ze voelen. Het gedrag van een baby beperkt zich misschien enkel tot huilen en lachen, maar dat wil niet zeggen dat ze alleen de emoties 'verdrietig' en 'blijdschap' voelen. Huilen is het voornaamste communicatiemiddel van een baby. Een baby zal dus om verschillende redenen huilen. Omdat hij honger heeft, omdat hij een vieze luier heeft, omdat hij niet meer op zijn buik wil liggen, enz.
Bij een baby vinden we dit gedrag vaak prima. Een baby mag van ons huilen om zijn boodschap over te brengen, wat deze ook is.
Hoe wij een baby toch leren welk gedrag bij welke emotie past, is puur door zelf onze emotie aan te passen naar de baby toe. Allereerst benoemen we vaak wat er met onze baby aan de hand is, bijvoorbeeld door te zeggen: "Heb je honger?". Zo leert de baby uiteindelijk: 'Ah, als ik iets voel in mijn buik, heb ik honger.' Wat er op latere leeftijd voor zal zorgen dat hij naar zijn buik wijst of gaat vertellen dat hij honger heeft.
Daarnaast laten wij zien aan onze baby dat wij niet huilen als we honger hebben. Wij reguleren de hele dag door onze emoties. Zonder dat we dit bewust doen, laten we dit zien aan onze baby.
Tot slot zetten wij wel heel bewust onze emoties in bij de communicatie met onze baby. Dit doen we omdat we weten dat onze baby vooral leert door naar onze gezichtsuitdrukking te kijken en naar onze intonatie te luisteren.
Gelukkig gaat al dit bovenstaande zowel bij ons als bij onze baby, heel erg vanzelf. Het echte werk begint voor ons, opvoeders, pas als de kinderen groter worden.

Emoties (en gedrag) bij dreumesen en peuters
Van dreumesen en peuters gaan wij verwachten dat ze meer via gedrag en woorden met ons gaan communiceren en dat ze zich hierbij minder laten leiden door hun emoties. In plaats van te huilen als ze honger hebben, verwachten we dat ze naar de buik wijzen, aan tafel gaan zitten of, als ze nog ouder zijn,  dat ze vertellen dat ze honger hebben.
Daarnaast willen we onze jonge kinderen gaan leren welk gedrag wel gewenst is en welk gedrag niet. Ze moeten dus niet alleen leren om met hun gedrag te communiceren (in plaats van met hun emoties), maar ze moeten ook leren met welk gedrag dat mag.
Dit is best een ingewikkelde taak. Hieronder een uitleg hoe we ons kind hier het beste in kunnen begeleiden.

Ontdekken van emoties
Als een baby een dreumes wordt, verandert er veel. Een van de belangrijkste veranderingen, is dat hij veel meer verbaal met ons gaat communiceren. Dit zorgt ervoor dat jij, de opvoeder, je kind beter begrijpt, maar het schept ook bepaalde verwachtingen. Je gaat namelijk verwachten van je dreumes, omdat hij KAN praten, dit ook doet. Je gaat verwachten dat hij nu niet meer 'jengelt' en huilt als er wat is, maar dat hij dit 'gewoon' zegt. Dit betekent dat je dreumes ook ineens moet leren om zijn emoties stukken beter onder controle te krijgen. Gewoon zeggen dat je honger hebt, is wel even iets anders dan gaan huilen omdat je iets voelt in je buik.
Gelukkig gaat dit vaak geleidelijk en en valt de overgang voor je kind niet zo rouw op zijn dak. Toch is het wel belangrijk om te beseffen dat achter dit gedrag (zeggen dat je honger hebt) nog steeds wel een emotie kan zitten. Namelijk het onaangename gevoel van een buik die rommelt.
En zo is het eigenlijk met alle gedrag. Vrijwel al het gedrag dat je dreumes of peuter laat zien is gestuurd door zijn emoties. En de eerste vier jaar is voor je kind een ware ontdekkingstocht van deze emoties. Veel dingen ervaart hij voor de eerste keer. Omdat kinderen direct handelen vanuit hun emotie (en niet snel een emotie zullen 'verkroppen') leren ze ook ontzettend veel over welk gedrag wel en niet 'mag'. Ook leren ze dat dit in verschillende situaties weer anders kan zijn. Een behoorlijk ingewikkelde opgave waarbij wij als opvoeder een cruciale rol spelen. Wij leren ons kind zijn gevoel benoemen, zijn gedrag aan te passen aan de situatie en we leren hem hoe hij controle kan krijgen over zijn emoties en zijn gedrag.
Het allerbelangrijkste hierbij is dat wij de emotie van ons kind NOOIT afkeuren, enkel zijn gedrag.

Emoties mogen er altijd zijn
Als een kind ongewenst gedrag vertoont, komt dit gedrag vaak voort uit een bepaalde emotie. Kinderen bijten andere kinderen omdat ze gefrustreerd of boos zijn. Wij willen ons kind leren dat bij de emotie 'frustratie' of 'boosheid' het gedrag bijten niet geaccepteerd wordt. Simpel zeggen dat je kind niet mag bijten, is wat mij betreft onvoldoende. Je kind bijt immers niet voor niets. Hij voelt iets en hier moet niet aan voorbij worden gegaan. Als we zijn gevoel links laten liggen, zal hij niet weten wat hij in een volgende situatie als hij zich gefrustreerd of boos voelt dan wel moet doen, wat de frustratie en boosheid in dit geval alleen maar groter maakt en de kans op herhaling van hetzelfde gedrag ook. Het is immers een natuurlijke drang om af te komen van een onaangename emotie.
Wat wij kunnen doen om niet voorbij te gaan aan de emotie van je kind op zo'n moment, is vooral benoemen. Benoem wat je ziet bij je kind. Vertel daarnaast duidelijk welk gedrag je niet wilt zien. Vertel ook wat je wel wilt zien. "Ik zie dat jij nu boos bent. Boos zijn mag, maar slaan mag niet. Zeg maar tegen ... dat je boos bent."
Voor kinderen zijn de benamingen van emoties soms nog lastig. Veel emoties worden simpelweg onderverdeeld in de categorie 'leuk' of 'niet leuk'. Probeer de emotie die je ziet bij je kind te benoemen bij de juiste naam, maar zorg wel dat je kind begrijpt wat je zegt. De laatste zin in het voorbeeld hierboven kan je dan vervangen door: "Zeg maar tegen ... dat je dat niet leuk vindt."
Wat het doel hierbij is, is dat een kind leert wat hij voelt en hoe hij dit kan benoemen. Door te zeggen dat je boos bent, is veel boosheid namelijk alweer weg. Dit zorgt er weer voor dat de behoefte om die boosheid om een andere manier te uiten (door te bijten) minder wordt.
Heel belangrijk dus: de emotie mag je voelen, het gedrag keuren we af!

Wat doen we met die emotie?
Natuurlijk kan het zijn dat een kind zo boos of zo verdrietig is dat alleen vertellen wat er is niet voldoende is om het nare gevoel weg te nemen. Probeer allereerst niet voor je kind te bepalen of de emotie op dat moment gepast is of niet. Natuurlijk kun je aangeven dat heel hard gaan huilen omdat de jas aanmoet niet echt logisch is, maar je kind is nu verdrietig. En die emotie willen we niet afkeuren. Wel willen we dat de emotie snel minder wordt en we willen dit natuurlijk niet belonen. Wat kunnen we doen?
Denk dan aan jezelf: wat wil jij op zo'n moment? en Wat is het beste op zo'n moment?
Als je zelf heel boos bent, wil je weleens heel hard in een kussen slaan. Dat lucht op! Zo is het voor je kind ook en van mij mag een kind dit dus ook. Maar, voor sommige kinderen is het lastig te begrijpen dat ze een kussen wel mogen slaan en jou niet. Zorg er dus voor als je deze methode toepast je kind oud genoeg is om dit te begrijpen.
Op de meeste momenten echter is het het beste om gewoon even 'af te koelen'. Hier kan de 'naughty chair' voor gebruik worden of simpelweg even een andere plek dan waar de emotie ontstond. Na even afkoelen zijn de scherpe randjes van de emotie er weer vanaf en kan er weer gewoon met elkaar gepraat worden.
Soms is de situatie oplossen waardoor de emotie ontstond ook al voldoende. Kind 1 pakt iets af van kind 2. Mama bemiddelt, kind 1 geeft het speelgoed terug aan kind 2 en de emotie is weg.
Laten we als laatste ook vooral niet vergeten dat een kind soms ook gewoon even getroost moet worden. Dit kan zijn omdat hij simpelweg pijn of verdriet heeft, maar het kan ook zijn dat je kind er in zijn eentje niet uitkomt. Alleen afkoelen werkt dan niet. Dan moet je samen met je kind 'even afkoelen'. Loop samen met je kind naar een andere ruimte en ga even wat anders doen. Als je kind later rustiger is, kun je rustig praten over de eerdere situatie.
Blijf bij alle methodes altijd benoemen wat je bij je kind ziet. Zowel tijdens het moment van de emotie als achteraf. Benoem de emotie die je ziet, benoem het gedrag wat je kind laat zien en benoem wat je niet wilt en wat je wel wilt.

De emotie onder controle
Nog een stapje verder: je emotie onder controle. Wat we willen, is natuurlijk dat je kind uiteindelijk zelfstandig zijn emoties onder controle krijgt. Dat hij weet dat voelen mag, maar bepaald gedrag niet geaccepteerd wordt. En dat hij uiteindelijk zelf de stappen kan doorlopen van benoemen, rustig worden en oplossen.
Als we willen dat ons kind dit leert, is het ook erg belangrijk dat wij dit goed doen. Een kind leert ontzettend veel door van jou af te kijken. Als jij boosheid uit door borden op de grond te gooien, kun je het je kind niet verwijten dat hij zijn speelgoed ook kapot gooit als hij boos is. Natuurlijk is dit niet altijd makkelijk, maar echt iets waar elke volwassene veel energie in moet steken.
Ook om deze reden raad ik de corrigerende tik te allen tijde af. Een corrigerende tik lijkt misschien effectief (het is pure conditionering), maar werkt op de lange duur niet in je voordeel. Het kind zal misschien het ongewenste gedrag (tijdelijk) niet meer laten zien, maar leert ondertussen ook dat slaan mag als je boos bent. Daarnaast is een corrigerende tik vaak het resultaat van het niet onder controle hebben van je eigen emoties. Een kind zal best wel eens het bloed onder je nagels vandaan halen, maar slaan is wat mij betreft nooit een oplossing. Zet je kind dan liever even apart, haal hem uit de situatie en geef hem de duidelijk boodschap dat je zijn gedrag niet accepteert.

Ter conclusie de belangrijkste boodschap van dit verhaal: de emotie mag er zijn, bepaald gedrag keuren we af.

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!