woensdag 11 juli 2012

Samen opvoeden

Kind (2,5 jaar) zit op een trip-trap stoel aan tafel en roept hard: "Peta, aansuivu!"
Kind (4 jaar) ziet dit en helpt het andere kind zijn stoeltje aan te schuiven aan tafel. Als ik haar daar een complimentje over geef, zegt de lieve meid: "Ja, want K [mijn collega] is zo druk en jij was bezig..."

Opvoeden doe je nooit alleen. Allereerst ben je als ouders vaak samen, papa en mama. En dus moet je samen opvoeden. Daarnaast is bijna geen enkel jong kind tegenwoordig alle dagen van de week thuis. Kinderen gaan naar de dagopvang, later naar de buitenschoolse opvang, een dagje papa, een dagje mama, een dagje opa en oma en misschien ook nog wel een dagje au pair of oppas. Alles bij elkaar opgeteld zou het best zo kunnen zijn dat je kind door wel 7 verschillende mensen wordt opgevoed. En dan ga ik nog uit van een ideale crèche-situatie met 2 stabiele juffen...
Hoe ga je om met deze situatie? Hoe zorg je ervoor dat jouw kind jouw waarden en normen meekrijgt? Hoe zorg je ervoor dat er één duidelijke lijn is in het opvoeden? En hoe erg is het als deze er niet is?

Samen opvoeden: papa en mama
Samen opvoeden begint al thuis: papa en mama voeden samen op. En als er maar een ouder is, komt het toch vaak voor dat er wel een tweede vaste opvoeder is, in de vorm van een opa of een oma, de partner van de ouder, de oppas, enz. Deze twee vaste opvoeders (voor het gemak gebruik ik vanaf hier de term 'ouders') hebben samen uitgebreid de mogelijkheid gehad om het opvoeden te bespreken. Hebben jullie dit als ouders ook gedaan...? Vaak merk ik toch in de praktijk dat nieuwe ouders over alles hebben nagedacht voordat de baby komt. Zijn er genoeg luiers? Is de babykamer af? Wat voor voeding geven we het kindje? Wat moeten we doen als hij buikkrampjes krijgt? Maar, de vraag: 'hoe gaan we hem opvoeden?' komt in deze voorbereiding toch vaak niet echt voor.
Nou moet ik zeggen dat veel ook heel vanzelf gaat. En 'al doende leert men'. Hoeveel je er ook over nadenkt, de praktijk blijkt altijd nét anders én blijkt de beste leerschool. Gaandeweg vinden ouders vaak samen wel een manier en gaat het eigenlijk hartstikke goed.
Toch kan het erg nuttig zijn om al van te voren na te denken over het opvoeden. Bespreek samen wat je belangrijke waarden en normen vindt en hoe je die aan je kind wilt meegeven. Denk na over je eigen opvoeding. Wat vond je hier goed aan? Wat kan volgens jou beter? Wat wil je wel overnemen van jouw ouders en wat absoluut niet? Kijk naar opvoeders om je heen. Wie doen het goed? Kijk naar hoe kinderen reageren op hun ouders en hoe ouders reageren op hun kinderen. Wat vind je hiervan?
Op deze manier kun je er goed achter komen hoe jij je eigen kindje wilt gaan opvoeden. En heb je aanknopingspunten om het er samen over te hebben.
Uiteindelijk is het toch erg belangrijk als papa en mama in grote lijnen dezelfde manier van opvoeden aanhouden. Het geeft niks als van mama af en toe andere dingen mogen dan van papa en andersom, maar je wilt niet dat je kind jullie tegen elkaar uit gaat spelen. Kinderen zullen al heel jong gaan 'testen' bij wie ze hun zin het makkelijkst door kunnen drijven. Het is dan belangrijk om samen sterk te staan. Je bent één opvoed-team en zoals met alle teams moeten de ogen dezelfde kant uitkijken om tot goed resultaat te komen.
Blijf met elkaar praten over het opvoeden. Heb het regelmatig over je kind en wat je die dag bij hem hebt gezien. Waar liep je tegenaan en wat ging je goed af? Zitten jullie nog steeds op één lijn? Wat waren je verwachtingen en hoe gaat het in de praktijk? Ben je tevreden met hoe het gaat?
Door samen te blijven praten over opvoeden, blijf je samen opvoeden. Ga discussies niet uit de weg, maar realiseer je wel dat je uiteindelijk tot één standpunt moet komen om het voor je kind zo duidelijke mogelijk te houden.

Samen opvoeden: het kinderdagverblijf
Tegenwoordig is de grootste 'secundaire opvoeder' vaak het kinderdagverblijf of de gastouder. Grappig is dat het ook hier in de voorbereiding met ouders vaak aan niets ontbreekt. Welke voeding krijgt het kindje? Slaapt hij goed? Heeft hij al een ritme? Is hij ergens allergisch voor? Wat zijn de openingstijden van het kinderdagverblijf? Wie werken er op de groep? Maar, heb je zelf op het kinderdagverblijf weleens gevraagd: 'Hoe voeden jullie eigenlijk op?' Is het jou weleens gevraagd? Gek genoeg schiet deze, in mijn ogen belangrijkste vraag, er nogal eens bij in.
Hoe kun je als ouder toch zorgen dat je dit onderwerp bespreekbaar maakt? Hoe kunnen kinderdagverblijven verder kijken dan beleid? Op deze laatste vraag zal ik onderaan deze blog ingaan. Hier zal ik nu bespreken wat ouders kunnen doen om samen met het kinderdagverblijf op te voeden.
Wees je er allereerst van bewust dat de juffen op het kinderdagverblijf voor een erg groot gedeelte jouw kind opvoeden. Ze leren je kind wat wel en niet mag, de normen en waarden van de samenleving, regels op de groep en bewust dan wel onbewust zullen ze veel van zichzelf en hun eigen opvoeding meenemen in hun werk. Allemaal dingen waar jij het wel of niet mee eens kan zijn.
Dat er verschillen zijn tussen het kinderdagverblijf en thuis, zal je kind snel doorkrijgen. En dit is ook helemaal niet erg. Dat je thuis de korstjes van je boterham af en toe mag laten liggen en je ze op het kinderdagverblijf moet opeten, is niet zo erg. Hier leert je kind wel mee omgaan. Maar, als je thuis wel mag slaan en op het kinderdagverblijf niet, wordt het verwarrend.
In de eerste vier levensjaar van een kind draait bijna alles om ontdekken en leren. En het punt waar opvoeden het meest om de hoek komt kijken, is het ontdekken en leren omgaan met je emoties. Om ervoor te zorgen dat je kind dit op een goede manier leert, is het belangrijk dat ouders en kinderdagverblijf hierin op één lijn zitten. Een kinderdagverblijf heeft vaak een duidelijk beleid hoe hiermee om te gaan. Het gebruik van een 'naughty chair', het aanspreken op wat niet mag, het belonen bij het zindelijk worden, samen eten aan tafel, enz.
Dat er een beleid is, betekent echter niet dat opvoeden niet bespreekbaar is. Vraag bij een intake op het kinderdagverblijf naar het beleid. Vraag ook naar specifieke onderwerpen die jij belangrijk vindt. Vraag de juffen op de groep wat hun kijk is op dit beleid en hoe ze dit in de praktijk vorm geven. Geef aan wat jouw belangrijkste waarden en normen zijn en bespreek in hoeverre een kinderdagverblijf hierin kan meegaan.
Blijf ook gedurende de tijd dat je kind het kinderdagverblijf bezoekt de juffen als sparringpartner gebruiken. Blijf, net als met je partner, praten over opvoeden. Waar loop je tegenaan? Heb je misschien tips voor elkaar? En als er echt gedrag ontstaat wat moeten worden aangepakt, neem dan de tijd om samen met de juffen op de groep te kijken hoe je dit gaat doen. Zorg dat je op één lijn komt om het zo duidelijk mogelijk te maken voor je kind.
Wees tot slot ook niet bang om discussies aan te gaan. Het is geen slechte zaak als juffen ertoe worden gezet na te denken over beleid. Het gaat om jouw kind, en opvoeding kan je kind maken of breken... Natuurlijk kun je ervan uitgaan dat de juffen op de groep goed geschoold zijn en weten wat ze doen, maar samen opvoeden, betekent ook samen praten over opvoeden!

Samen opvoeden: alle andere invloeden
Naast papa, mama en de juffen op het kinderdagverblijf of bij de gastouder, zijn er nog een heleboel andere invloeden bij het opvoeden. Het voorbeeld bovenaan deze blogpost laat zien dat kinderen elkaar ook opvoeden op het kinderdagverblijf. Je stoel netjes aanschuiven bij het eten en hulp bieden en geven aan elkaar zijn waarden die hierin naar voren komen. Ook kun je hierin zien dat kinderen het heel erg goed in de gaten hebben hoe de juffen op het kinderdagverblijf werken. Dit kind zag dat mijn collega en ik het druk hadden. Blijkbaar voelde ze toen verantwoordelijkheid voor het andere kind waardoor ze hem hielp.
In dit voorbeeld is het oudste kind niet alleen het jongste kind aan het opvoeden, maar zijn wij, als juffen, ondertussen ook dit oudste kind aan het opvoeden. Zij zag namelijk dat wij geen tijd hadden voor de kinderen op dat moment. Wat leert haar dat?
Naast deze 'kleine opvoeders' op het kinderdagverblijf zijn er nog een heleboel andere invloeden binnen het opvoeden. Denk aan opa, oma, ooms, tantes, vriendjes en vriendinnetjes. Maar ook, de televisie, internet of de mensen op straat en in de supermarkt. Ook met deze mensen en media voed jij samen je kind op. Natuurlijk kun je niet overal invloed op uit oefenen en dit geeft ook niet. Opa en oma mogen best wat minder regels hanteren als je kinderen daar af en toe eens komen. En van een suiker-oom of - tante worden kinderen alleen maar blij, toch? Wees je echter wel bewust van deze invloeden. Wees je er ook bewust van dat deze invloeden je kind evengoed vormen tot wie hij wordt.
Over de invloed van internet en televisie valt nog veel meer te zeggen. Gelukkig is deze invloed nog enigszins beperkt tijdens de eerste levensjaren. Vandaar ook, dat ik hier nu niet verder op in zal gaan. Maar, wees je ook hier weer bewust van het feit dat je kind ook van tik tak, sesamstraat, mega mindy en bob de bouwer normen en waarden meekrijgt.

Tips voor pedagogisch medewerkers
Tot slot, hoe kunnen pedagogisch medewerkers op het kinderdagverblijf ervoor zorgen dat ze bewust bezig zijn met opvoeden? En hoe kunnen zij ouders helpen om samen op te voeden? Hieronder wat simpele (?) tips!
- Denk niet alleen in beleid, denk met je hoofd en hart!
- Stel vragen aan ouders en maak opvoeden bespreekbaar.
- Neem de tijd voor ouders en nodig ze eventueel speciaal uit voor een gesprek waarin je het opvoeden bespreekt.
- Organiseer een ouderavond over samen opvoeden en bespreek jullie beleid, maar ook jouw eigen normen en waarden.
- Ben je ervan bewust dat je dingen uit je eigen opvoeding onbewust meeneemt.
- Ben je ervan bewust dat jij net zo goed met opvoeden bezig bent als de ouders.
- Ben je ervan bewust dat ouders jou zien als deskundige op dit gebied.
- Verdiep je in het onderwerp.
- Denk zelf ook van te voren na over wat je kinderen wilt meegeven.
- Vraag jezelf af en toe af: waarom doe ik dit zo?
- Sta je achter het beleid van je organisatie?
- Denk na over hoe jij zelf je (toekomstige) kinderen zou willen opvoeden.
- Wees een sparringpartner voor de ouder, maar gebruik ook vooral de ouder als sparringpartner. Zie de ouder als expert als het gaat om zijn kind.

Samen opvoeden, is samen praten over opvoeden!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

woensdag 13 juni 2012

Opvoeden tot zelfstandigheid: leiding nemen en leiding geven

Kind (2) wil de korstjes van zijn brood niet opeten. Als ik zeg dat hij dit wel moet doen, zegt hij boos: "Nee, Peta! Peta stout!"

Kind (3) wil niet helpen opruimen:
"Help je even mee met opruimen?"
 -"Nee, ik heb dat niet gedaan!¨ 
"Jawel, dat heb ik net zelf gezien."
Na een tijdje wordt de discussie beëindigt, doordat het kind zegt: "Nou, dan ga ik naar huis!"

Bij leiding nemen en leiding geven, waar denk je dan aan? Is opvoeden voor jou altijd de leiding nemen? Of kan je af en toe de teugels ook laten vieren? Zo ja, wanneer doe je dat dan? Wat gebeurt er als je te veel leiding neemt óf geeft?
Bij leiding geven hoort ook het ontvangen van initiatieven van je kind en deze belonen. Daarbij rijst de vraag hoe je eigen initiatieven van je kind kunt stimuleren om zo het zelfvertrouwen te vergroten.

Leiding nemen
Bij een groot deel van het opvoeden van je jonge kind zul je de leiding nemen. Jij bepaalt in grote lijnen zijn leven. Zijn bedtijd, wat hij eet, of hij naar de creche gaat of niet, waar hij woont en misschien bepaal je zelfs ook wel een groot deel van zijn dagelijkse bezigheden.
Bij een baby speelt leiding nemen een erg grote rol. Een baby kan zijn eigen wil nog moeilijk uiten en zijn leven bestaat voornamelijk uit eten en slapen. Zeker als je je baby in een bepaalt ritme wilt krijgen, zul je veel de leiding nemen.
Ook bij je dreumes zul je nog veel voor hem bepalen. Hij is immers nog te klein om veel dingen zelf te beslissen. Wel komt er op deze leeftijd het besef dat hij in staat is dingen zelf te gaan bepalen. En als hij iets niet wil, zegt hij 'nee'. Je dreumes zal steeds meer manieren uitproberen om jou zo ver te krijgen te doen wat hij wil. Het is nu aan jou om de leiding niet volledig uit handen te geven en duidelijk aan te geven waar jouw grens ligt. Als jij besluit dat het nu bedtijd is, is het dat ook.
Bij opstandige buien van een dreumes is het erg belangrijk om een goede balans te vinden in het leiding nemen en leiding geven. Hoe je dat doet, zal ik hieronder beschrijven.
De leiding nemen bij een peuter loopt in grote lijnen hetzelfde als de leiding nemen bij een dreumes. Alhoewel hier al wel meer ruimte kan zijn voor discussie. Toch zal jij nog veel voor je peuter bepalen en dat is ook prima. Dat verwacht je peuter ook. Het lijkt misschien of je peuter heel veel zelf wil bepalen, van wat hij eet tot zijn bedtijd. Maar, stiekem vindt hij het heel erg fijn dat jij dit soort dingen voor hem besluit. Je peuter is er simpelweg nog niet klaar voor om deze beslissingen zelf te nemen.

Leiding geven
Met leiding geven, bedoel ik dat je je kind de leiding geeft in een bepaalde situatie of op een bepaald moment. Dit betekent niet dat je kind ineens alles mag bepalen, maar wel dat hij invloed krijgt op hoe dingen verlopen.
Je baby geef je in sommige situaties ook de leiding. Hij krijgt eten als hij honger heeft. Hij bepaalt wanneer hij wil eten, begint te huilen en jij geeft hem de fles. Ook zal je je baby de eerste paar weken nog op bed leggen als hij aangeeft moe te zijn. In een later stadium zul je de momenten van eten en slapen wellicht meer gaan sturen en zo de leiding een beetje overnemen.
Bij de dreumes komt, zoals hier boven al genoemd, de eigen wil om de hoek kijken. Hij ontdekt dat als hij 'nee' zegt er soms ook nee gebeurt en dat hij zo invloed kan uitoefen op hoe dingen verlopen. Dat is natuurlijk een erg machtig gevoel en daarom kan het zijn dat je dreumes jou de hele dag 'nee' verkoopt in de hoop ook met nee weg te komen. Zoals al eerder gezegd, is het nu aan jou als opvoeder om de grens te trekken. Een eigen wil is goed en op sommige momenten mogen we hier best in mee gaan. Probeer steeds meer keuzes en beslissingen bij je dreumes te leggen. Kijk wel naar wat hij snapt en aankan. Zijn eigen beleg kiezen op brood kan een dreumes prima, maar zijn bedtijd bepalen, kan hij niet.
Bij een peuter gaat het stukje leiding geven al weer iets verder. Een peuter kan, wil en zal meer zelf gaan bepalen. Wat voor kleren hij aan wil, of hij buiten wil spelen of niet, of hij bumba wil zien op tv of liever sesamstraat. Veel keuzes kun je ook best aan je peuter overlaten. Bepaal zelf de grens en beperk het aantal keuzes op een dag wel. Te veel zelf bepalen kan ook verwarrend zijn.
Het kan erg leuk zijn om met je peuter in discussie te gaan over bepaalde dingen. Soms sta je verstelt van de leuke (en goede) argumenten waar ze mee komen. Misschien ben je geneigd discussies met je peuter te vermijden. Probeer ze er toch ook af en toe te laten zijn. Je kan er zo achterkomen dat je je peuter meer beperkt dan nodig is. Als jij hem twee opties geeft en hij komt met een net zo goed derde alternatief, waarom zou je hier dan niet in mee gaan?

Een balans vinden: initiatieven ontvangen en belonen
Het belangrijkste om te onthouden als het gaat om leiding geven en leiding nemen, is dat je een balans vindt tussen deze twee. In eerste instantie zal je vooral leiding nemen. Naarmate een kind ouder wordt, zal de balans steeds meer verschuiven naar meer leiding geven aan je kind.
Waarom het belangrijk is om zowel leiding te nemen als te geven, heeft verschillende redenen. Leiding nemen is allereerst nodig. Jij kunt gevaren beter inschatten dan je kind en zal hem hiervoor moeten behoeden. Je dreumes zelf laten kiezen wanneer hij de straat oversteekt, is, zacht gezegd, onverstandig. Ook kan je jonge kind nog slecht inschatten wat de gevolgen op de lange termijn zijn van zijn acties. Hij snapt nog niet dat nu heel laat naar bed gaan, betekent dat hij morgen moe is of dat nu heel veel pannenkoeken eten, betekent dat hij straks buikpijn heeft. Hierin zul jij dus erg de leiding moeten nemen en grenzen moeten stellen.
Daarnaast verwacht een kind, ook al lijkt dit misschien niet zo, dat jij grenzen stelt en leiding neemt. Dit geeft duidelijkheid en rust.
Toch is het ook erg belangrijk om af en toe de leiding te geven aan je kind. Jij kunt immers niet in het hoofd van je kind kijken en zal zo nu en dan ook af moeten gaan op de informatie die hij je geeft. Als je baby huilt omdat hij honger heeft, bepaalt hij op dat moment dat het tijd is om te eten. Het heeft dan weinig zin om de leiding te willen houden en hem een uur later pas de fles te geven. Dit kan ervoor zorgen de vertrouwensband niet goed ontwikkelt tussen ouder en kind, wat gevolgen heeft voor de hechting.
Bij de dreumes en de peuter heeft het vooral te maken met zelfvertrouwen en het in toom houden van opstandig gedrag.
De dreumes en de peuter krijgen door dat zij veel zelf kunnen bepalen en willen dit ook. Als een dreumes/peuter daarin steeds negatief bekrachtigd wordt, zal hij op den duur geen eigen initiatieven meer tonen en zal dit gevolgen hebben voor zijn zelfvertouwen. Waar het veilig is om je dreumes/peuter de keus te geven, kun je hem de keus ook best geven. Laat hem lekker zijn eigen beleg voor op brood kiezen, laat hem zelf bepalen waarmee hij wil spelen of met wie. Zie ook de initiatieven die hij toont en beloon deze. Als hij zelf met een boekje naar je toe komt, ga dan gezellig samen een boekje lezen. Als je dreumes/peuter dan te horen krijgt dat je geen tijd hebt, wordt zijn initiatief negatief bekrachtigd. Dit zal gevolgen hebben voor zijn zelfvertouwen.
Daarnaast kan te veel de leiding zelf in handen houden ervoor zorgen dat je dreumes/peuter erg opstandig wordt. Hij is er nu eenmaal klaar voor om bepaalde keuzes zelf te maken. Als hij hierin geen vrijheid krijgt, kan het zijn dat op een bepaald moment 'de maat vol is'. En dan wil hij écht zijn jas niet meer aan als je naar de supermarkt gaat. Door hem op momenten dat het kan wel de leiding te geven, wordt de behoefte om zelf de loop der dingen te bepalen, grotendeels vervuld. Dit zal het ook minder moeilijk maken om te accepteren dat het ook wel eens anders gaat dan je wilt.
Tot slot kan het de creativiteit van de geest erg stimuleren als kinderen de kans krijgen om te discussiëren met hun ouders, zelf keuzes te maken en alternatieven te verzinnen. Ze worden vindingrijk en gaan oplossingsgericht denken. Geen verkeerde eigenschappen!

Cultuur
Zoals bij alles wat met opvoeden te maken heeft, is bovenstaande een erg cultuurbepaalde visie. Wij leven in Nederland in een cultuur waarin kinderen opgevoed worden tot zelfstandige, volwassen mensen. Zelfstandigheid staat bij ons hoog in het vaandel. Dit zorgt ervoor dat wij veel waarde hechten aan kinderen al op jonge leeftijd keuzes te laten maken, waar dit kan. Ik ben van mening dat dat een goede manier van opvoeden is. Zeker als we kijken naar wat er van ons verwacht wordt als we volwassen zijn.
Echter, er zijn ook culturen waarin deze waarde van zelfstandigheid een stuk minder belangrijk is. We zien dan soms ook dat kinderen een stuk minder opstandig zijn en veel meer meegaan in wat er voor hen bepaald wordt.
Ik wil hier geen oordeel vellen over wat een betere manier van opvoeden zou zijn en dat kan ik ook niet. Wel wil ik aangeven dat voor kinderen die in een Nederlandse cultuur groot worden gebracht, zelfstandigheid simpelweg wordt verwacht. Kinderdagverblijven en met name scholen stellen hoge eisen aan de mate van zelfstandigheid van een kind. Als opvoeder is het belangrijk dat je je kind hiervoor klaarstoomt.

Maar, zoals met alles: vind je eigen weg en zoek een goede balans tussen leiding nemen en leiding geven. Het ene kind is het andere niet; kinderen verschillen enorm in hoeveel zelfstandigheid ze aan kunnen. Zelf zul je erachter moeten komen wat past bij jou en je kind.

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

woensdag 18 april 2012

Rouwverwerking bij jonge kinderen

Kind (3,5) loopt vrolijk door het huis en roept: "Ik ben dood, ik ben dood!"
Mama: "Dood zijn is helemaal niet zo leuk, want als je dood bent dan ben je in de Hemel. Dan ben je niet meer bij ons."
Even later zegt het kind: "Mama, ik ben dood, ik ben even naar de Hema!"

Ook op verzoek: een blogpost over rouwverwerking bij jonge kinderen. Een moeilijk onderwerp. Wat doe, wat zeg je en wat uit je tegen je kind als er iemand dichtbij overlijdt? Benoem je alles? Benoem je niks? Huil je waar je kind bij is of juist niet? Vanaf welke leeftijd kun je in gesprek gaan met je kind? Hoe houd je een herinnering levend als je kind nog zo jong is? En moet je dit wel doen? Is er überhaupt wel sprake van rouwverwerking bij hele jonge kinderen?
Een heleboel vragen komen naar boven als je aan dit onderwerp denkt. Veel vragen met veel verschillende antwoorden. Er zijn veel boeken over geschreven. Boeken voor kinderen en boeken voor opvoeders. Goede boeken en minder goede boeken. Onderaan deze blog zal ik hier nog wat verder op ingaan.

Nog niet zo lang geleden bereikte ons kinderdagverblijf het trieste bericht dat twee kinderen plotseling waren overleden. Twee broertjes van 2 en bijna 4 jaar oud. Kinderen met vriendjes en vriendinnetjes. Hoe moesten wij hen vertellen wat er was gebeurd? Hoe zouden de kinderen hiermee omgaan? Hoe zouden wij hiermee omgaan?
Veel uit deze blog zal gebaseerd zijn op mijn ervaringen van toen.

Wat ervaart je kind?
Je kunt je afvragen wat een kind van tussen de 0 en 4 jaar oud überhaupt meekrijgt van het overlijden van iemand die dichtbij stond. Altijd goed om je dit af te vragen: hoe is dit voor mijn kind? Wat ervaart mijn kind? Het antwoord zal je wellicht verbazen.
Uiteraard hangt dit, ook op deze jonge leeftijd, erg af van de leeftijd. Een baby zal niet bewust meemaken dat er iemand overlijdt. Een dreumes zal in de gaten hebben dat er iets aan de hand is, zonder goed te weten wat. Een peuter zal er vragen over gaan stellen en zal het willen begrijpen. Dat je baby en je dreumes te jong zijn om dingen te begrijpen en om dit bewust te ervaren, betekent echter niet dat ze niks meekrijgen van wat er gebeurt. Juist in deze jonge leeftijdsfase zijn kinderen erg gevoelig voor de emoties die in de lucht hangen. Als er veel verdriet of boosheid is, zullen ze hier zeker iets van mee krijgen. Ze merken het, voelen het, ervaren het. Zonder te snappen waarom iedereen opeens zo verdrietig is, zullen ze dit verdriet wel zien. Ook bij deze jonge kinderen is het dus belangrijk om hier rekening mee te houden. Hoe, lees je hieronder.
Bij peuters, zeker de wat oudere peuters vanaf 3 - 3,5, komt er meer kijken bij het rouwproces. Peuters stellen vragen, over alles, dus ook over de dood. Peuters willen antwoorden, op alles, dus ook op de vraag waarom opa ineens weg is, waar hij heen is of hij nog terug komt. Dit kan heel confronterend zijn, maar het kan ook ongelooflijk goed zijn om met je peuter in gesprek te gaan over zo'n moeilijk onderwerp. Ik heb me vaak afgevraagd na zo'n gesprek wie er nu meer geholpen was: het kind of ik...

Emoties
Emoties bij jou
Als er iemand overlijdt die dichtbij je stond, zul je vaak heftige emoties voelen. Uit je deze emoties ook waar je kind bij is of juist niet? Mijn advies zou zijn: laat het maar gewoon zien. Kinderen voelen toch wel dat jij verdrietig bent en ze weten dat bij verdrietig ook huilen hoort. Hoe vaak zijn zij immers zelf niet verdrietig geweest? Of je je emoties in alle heftigheid toelaat waar je kind bij is, is wel een goede vraag. Wellicht voel je je ook erg boos of gefrustreerd. Dan is het de vraag of je dit aan je kind wilt tonen. Een beetje boos kan natuurlijk geen kwaad, maar als je de behoefte voelt om de boel kort en klein te slaan, is het misschien handig dit niet te doen waar je kind bij is. Uit vooral wel al je emoties in zo'n emotionele tijd, want opgekropte emoties kunnen zorgen voor een uitbarsting op een moment die je zelf niet kiest. Als dit gebeurt waar je kind bij is, kan dit erg beangstigend overkomen.
Emoties bij je kind
Welke emoties kun je bij je kind verwachten? Hier is bijna geen pijl op te trekken. Dit in de eerste plaats, omdat een jong kind erg in het moment leeft en een emotie vaak niet lang blijft hangen. Daarnaast kan een triest bericht ook een lachreflex opwekken (net als dat bij volwassenen soms gebeurt).
Uiteraard hangt het erg van de leeftijd af welke emoties je kind laat zien en waar die vandaan komen. Baby's zullen vrijwel niks begrijpen van de oorzaak van emoties en kunnen het gegeven dat opa dood is nog niet koppelen aan het voelen van verdriet. Echter, toch kan je bij je baby in deze periode wel heftige emoties verwachten. Deze komen voornamelijk voort uit het feit dat er verdriet, stress, boosheid, etc in de lucht hangt. Je baby voelt het als geen ander (in geval van goede hechting helemaal) als jij verdrietig bent. Deze emotie zal hij bijna automatisch van je overnemen. Ook de stress die in huis hangt, omdat er bijvoorbeeld veel geregeld moet worden, zal je baby voelen en deze omzetten in huilgedrag. Wellicht heb je even minder tijd voor hem. Ook hier kan je baby extra gevoelig van worden en meer gaan huilen. Misschien heb je de rust niet om (borst)voeding te geven? Ook dit kan weer zorgen voor stress bij je baby.
Bij een dreumes speelt veel van bovenstaande ook nog een grote rol. Ook zij voelen het aan als er iets gaande is en pikken de emoties op die jij uit of die er 'in de lucht hangen'. Echter, een dreumes zal hier wellicht dwars van worden, zal slecht gaan slapen, niet willen eten (wat overigens ook bij je baby een rol kan spelen) of er al vragen over gaan stellen. (Hieronder bij gedrag daarover meer.) Probeer bij je dreumes, hoe moeilijk dat misschien ook is, geduld op te brengen en dwarse buien er even te laten zijn. Dit is zijn manier om met de situatie om te gaan. Als je hem hier te veel in belemmert zal hij enkel nog dwarser worden. Uiteraard kun je hierbij wel de gewone regels en maatstaven blijven hanteren. Moet je dreumes huilen? Laat hem vooral even huilen, ook als je het idee hebt dat dit nergens vandaan komt.
Bij een peuter wordt het al een beetje anders. Ook een peuter zal de emoties van anderen meekrijgen, maar is al beter in staat deze emoties te zien als emoties van een ander en niet van hem, Hij zal ze dus ook minder snel overnemen. Echter, een peuter zal wel vrijwel alle emoties uiten die hij voelt. Dit kan vanalles zijn. Hij zal van tijd tot tijd verdrietig of boos zijn, gefrustreerd, omdat hij het niet begrijpt. Maar, dit kan ook zo weer over zijn en dan zul je hem weer vrolijk zien spelen. Ook hier geldt: laat alle emoties er gewoon zijn.

Benoemen
Benoemen gaat zowel om wat er is gebeurd als om het benoemen van de emoties die je voelt en waarneemt bij een ander. Benoemen wat er is gebeurd, speelt vooral bij peuters een grote rol. Maar, ook bij dreumesen kan het goed zijn om beknopt te benoemen wat er aan de hand is. Wat je wel en niet vertelt, kan soms erg lastig zijn. Benoem je alleen dat iemand dood is of vertel je ook hoe dit is gebeurd? Het woord 'dood' gebruiken, kan erg confronterend zijn voor jezelf, maar is wel erg goed. Als je dreumes/peuter nog nooit het woord dood heeft gehoord, zal hij waarschijnlijk vragen wat dit is. Een uitleg geven bij het woord dood is vaak erg persoonlijk. Dit heeft te maken met geloof, principes en jouw eigen manier van denken over de dood. Wat vooral belangrijk is bij een uitleg, is dat het voor het kind duidelijk is dat de persoon die dood is niet meer terug komt. Dood is ontzettend abstract en het is aan jou om dit wat concreter te maken. Een moeder bij mij op het kinderdagverblijf vertelde haar dochter van 3 jaar dat de kinderen die dood waren nu sterretjes waren geworden. Ik vond dit een hele mooie, duidelijke manier om aan je kind uit te leggen dat haar vriendjes niet meer terug kwamen. Daarnaast is dood zo niet iets engs én zit er iets visueels aan deze uitleg. Als je naar de sterren kijkt, kun je zo af en toe nog even zwaaien. Misschien vind je het moeilijk aan deze uitleg dat je je kind min of meer een leugen vertelt. De overleden kinderen waren immers niet echt sterretjes geworden. Echter, ik zie hier weinig kwaad in. Je kind zal, als het groter wordt, vanzelf zijn eigen beeld maken bij dood. Op een jonge leeftijd is het vooral belangrijk dat je kind er op dat moment mee om kan gaan en het een plekje kan geven.
Of je verder ook benoemt hoe iemand is overleden, is een moeilijke vraag. Bij opa kun je zeggen: "Opa was oud en alle mensen gaan dood als ze oud zijn." Maar, wat zeg je als er een jong kind overlijdt? Of een ouder? Te veel benoemen kan voor angst zorgen bij jonge kinderen. Te weinig voor heel veel vragen. Stel voor jezelf vooraf vast wat je wel en niet wilt vertellen. Als je kind niet vraagt naar meer uitleg, hoef je dit ook niet te geven.
Naast het benoemen van de gebeurtenis is het benoemen van de emoties die je voelt en ervaart bij anderen ook erg belangrijk. Dit geldt voor alle leeftijden! Zowel bij je baby, dreumes en peuter is het goed om de emoties te benoemen. Niet alleen voor je kind, maar ook voor jezelf kan dit een stukje rust geven. Ben je zelf verdrietig, benoem dit dan ook als verdrietig naar je kind toe. Zie je dat je kind boos is? Zeg hem: "Ik zie dat je boos bent." Afhankelijk van de leeftijd kun je hem vragen waarom hij boos is en kun je hierover in gesprek. Probeer tijdens zo'n gesprek zo min mogelijk bij je kind woorden in de mond te leggen. Het is goed mogelijk dat je kind ook niet weet waarom hij nu boos is. Door te vragen: "Ben je boos omdat opa dood is?" leg je mogelijk een verkeerd verband. Beter kun je dan zeggen: "Ik ben ook boos. Ik ben boos omdat ik opa niet meer kan knuffelen." Je kind krijgt dan meer vrijheid om bij zichzelf te ontdekken of dat ook is waar zijn boosheid vandaan komt.

Gedrag
Jouw gedrag
Jouw gedrag zal waarschijnlijk erg worden beïnvloed door je emoties, zeker in zo'n moeilijke tijd. Dit is ook helemaal niet erg. Je hebt misschien wat minder energie, wat minder tijd, wat minder geduld. Of wellicht heb je juist heel veel behoefte om bij je kind te zijn. Allemaal helemaal niet erg. Bedenk echter wel dat jouw gedrag ook het gedrag van je kind beïnvloed. Als jij een kort lontje hebt, wordt je kind dwarser en huileriger. Als jij weinig tijd hebt, zal je kind juist meer tijd van je vragen. Het is bij een peuter goed om uit te leggen waarom je even geen tijd hebt of waarom je boos wordt. Daarnaast is het voor een jong kind erg belangrijk om zo veel mogelijk zijn ritme en rituelen te blijven hanteren. Als dat jou in deze situatie niet lukt, kun je altijd hulp inroepen van anderen. Ook dit zal voor je kind anders zijn, maar er worden minder verwachtingspatronen doorbroken dan als je zijn hele dagritme omgooit. Voor kinderen die naar de creche/opvang/peuterspeelzaal gaan, geldt: laat ook dit ritme gewoon doorlopen. Juist de opvang is een vaste, stabiele plek voor je kind waar alles gewoon hetzelfde is.
Gedrag van je kind
Het gedrag van je kind wordt eveneens beïnvloed door de emoties die hij voelt. Echter, omdat je kind de situatie niet begrijpt, kan hij ook erg dwars, huilerig of boos worden, zonder dat dit een directe oorzaak heeft in de gebeurtenis. Vandaar dat bij peuters een uitleg erg belangrijk is.
Aan een baby zul je misschien helemaal niks merken en misschien heel veel. Het kan zijn dat hij meer huilt dan anders, minder goed slaapt of minder goed eet. Dit heeft dan waarschijnlijk te maken met de stress die hij ervaart. Hier is niet heel veel aan te doen. Probeer voor je baby de situatie zo 'gewoon' mogelijk te houden en probeer toch af en toe de rust te vinden voor voeden en naar bed brengen.
Ook bij je dreumes kan het zijn dat je niks merkt. Gedrag wat je echter ook kan verwachten, is: extra opstandig, huilerig, niet willen eten, niet willen slapen, veel bij je willen zijn, ineens weer erge eenkennigheid of verlatingsangst. Begrijp waar dit gedrag vandaan komt en accepteer het, probeer je dreumes verbaal en non-verbaal duidelijk te maken dat jij er voor hem bent, hanteer de normale grenzen, maar toon wel begrip; als je dreumes normaal altijd rustig gaat slapen en nu niet, geef dan even wat extra aandacht.
Bij een peuter kun je verwachten dat hij allereerst veel vragen zal stellen over wat er is gebeurd. Al lijkt een peuter goed te snappen wat dood betekent, toch kan het zijn dat hij de ernst ervan nog helemaal niet inziet. Misschien moet hij erom lachen, maakt hij er grapjes over en vraagt hij aan andere mensen of ze ook dood zijn. Ook kan het zijn dat hij erover tekent, erover vertelt of de situatie gaat naspelen. Allemaal geen dingen om je zorgen over te maken, dit is zijn manier van verwerken. Ook kan het zijn dat je peuter er helemaal niks mee doet of het na een tijdje alweer vergeet. Ieder kind is anders en zal ook anders reageren. Als je afwijkend gedrag waarneemt bij je kind en dit blijft lang aanhouden (zo'n 3 maanden of langer) dan kun je gaan bekijken wat er aan de hand is en wat je hiermee moet doen.

Afscheid nemen
Iedereen neemt op zijn eigen manier afscheid van iemand die is overleden. Vaak merken we zelf dat ons dit goed doet. We proberen op een bepaalde manier toch iets af te sluiten zodat we weer verder kunnen met ons leven. Ook voor kinderen geldt dat het goed is om afscheid te nemen. Vanaf een jaar of 2,5/3 kun je hier actief mee bezig gaan met je kind. Er zijn verschillende manier om dit te doen.
Ik zou niet adviseren je kind (tot 4 jaar) mee te nemen naar de begrafenis. Voor een jong kind heeft dit nog vrijwel geen betekenis en moet hij alleen maar heel lang stil zitten en zijn mond houden. Beter is het dan om op een andere manier 'dag' te zeggen. Ook hierbij kan het goed zijn om dit heel concreet en visueel te maken. Op mijn kinderdagverblijf hebben we met z'n alleen ballonnen opgelaten. De kinderen konden een kaartje aan de ballon hangen met een tekening, tekst of iets anders. Door de ballon de lucht in te laten, wordt het voor een kind heel duidelijk dat ze nu iets 'los' laten. Zwaaien en dag zeggen kan daarbij helpen.
Ook kun je ervoor kiezen om met je kind langs het eventuele graf te gaan. Echter, voor een kind zal het moeilijk te begrijpen zijn dat opa nu onder de grond ligt.
In de tijd die volgt na het afscheid nemen, zal je jonge kind waarschijnlijk vrij snel de draad weer oppakken. Wellicht dat hij na maanden ineens weer begint over doodgaan en wie er dood is, misschien hoor je er nooit meer iets over. Blijf vragen beantwoorden waar je dat wil en kan en geef je kind de mogelijkheid om er verdrietig of boos over te zijn. Misschien heeft je peuter erg behoefte aan een plekje met een foto waar hij zo af en toe een tekening bij kan leggen. Maak dit dan.

Boekjes
Tot slot nog iets over de boekjes die er zijn op dit gebied. Er zijn boeken voor de opvoeder en boeken voor kinderen. Bij boeken voor opvoeders, is mijn advies: haal er uit wat voor jou van waarde is en doe waar jij je goed bij voelt (geldt overigens ook na het lezen van deze blog).
Bij boekjes voor kinderen zijn er wel een aantal dingen waar je op kunt letten. Boekjes zijn pas nuttig bij dreumesen en peuters vanaf een jaar of 2. Verder geldt dat op deze jonge leeftijd het vooral gaat om de plaatjes. Voorlezen heeft eigenlijk pas zin als een kind zelf ook al een beetje kan lezen. Als je een boekje toch wilt voorlezen, let er dan op hoe dingen benoemt worden (sta je hierachter?) en of de woorden die gebruikt worden niet te moeilijk zijn voor je kind. Eigenlijk moet een boekje zonder de tekst ook te begrijpen zijn. Als je creatief bent, kun je zelf ook tekst verzinnen bij de plaatjes in een boek.
Als je boekjes op een juiste manier gebruikt, kunnen ze een mooie, toegevoegde waarde hebben bij het uitleggen van het abstracte woord 'dood'.

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

woensdag 29 februari 2012

Waar zijn papa en mama?

Een klein stukje sociale ontwikkeling in het eerste levensjaar

Kind (3 jaar): "Waar is mama?"
Ik: "Mama is werken."
Kind: "Wat doet mama?"
Ik: "Mama is huizen aan het verkopen, mama is makelaar."
Kind: "En wat maakt papa?"

Een tijdje geleden kreeg ik de vraag vanaf welke leeftijd een kind zich ervan bewust is dat mama en papa weg zijn. Een hele leuke vraag, waar ik uiteraard graag een antwoord op geef!
Om te weten wanneer je kind zich bewust is van jou, de ouder en primaire opvoeder, en van jouw afwezigheid, moeten we eerst iets te weten komen over de ontwikkeling van zijn eigen zelfbeeld. Ook moeten we erachter komen wanneer 'bewustwording' überhaupt een rol gaat spelen in het leven van je baby. Hierin maak ik onderscheid tussen de bewustwording van de zelf en de bewustwording van de omgeving.

Ik ben ik: bewustwording van je 'zelf'
De bewustwording van de zelf komt iets later op gang dan de bewustwording van de omgeving. Als een baby ongeveer 3 maanden is, lijkt hij onderscheid te kunnen maken tussen zichzelf en een leeftijdgenoot. Houd je baby maar eens een foto voor van zichzelf en een leeftijdgenoot. Waarschijnlijk zal hij langer kijken naar de foto van de leeftijdgenoot. Dit geeft aan dat hij onderscheid kan maken, maar nog niet dat hij zich bewust is van zichzelf. Dit lijkt pas veel later te komen. Pas met een maand of 15 leren baby's wie ze zelf zijn en dat ze zelf ook iemand zijn. Een leuke truc om te kijken of jouw baby al zelfbewust is, is een truc met een spiegel. Plak of teken een stip op het voorhoofd van je baby en zet hem voor de spiegel. Baby's onder de 15 maanden zullen aan de spiegel gaan zitten en wijzen naar de spiegel. Vanaf de 15 maanden gaan baby's naar hun eigen voorhoofd wijzen en wellicht proberen de stip van hun hoofd te halen. Dit laat zien dat de baby weet dat hijzelf het kindje in de spiegel is. Als een kind 2 jaar is, is dit bewustzijn volledig ontwikkeld. Hij weet dan dat hij een eigen 'ik' is. In de jaren die volgen leert het kind steeds meer eigenschappen aan zichzelf toe te dichten: 'ik ben een jongen', 'ik ben lang', 'ik heb blond haar' en ook 'ik ben ondeugend', 'ik ben stil', 'ik ben slim'.
De ontwikkeling van deze 'zelfbewustwording' verloopt erg vanzelf. Maar, onbewust stimuleer je wel erg veel van deze ontwikkeling. Je kind leert namelijk erg veel over zichzelf door interactie met jou. Jij benoemt hem bij de naam, wijst naar spiegel als hij zichzelf ziet, laat een foto zien en zegt dan: 'Kijk, dat ben jij!' Daarnaast leer je hem over actie en reactie door te reageren op je kind. Als hij lacht, lach je terug, als hij zijn mond op doet, geef jij hem eten. Zo leert je baby dat zijn handelen een reactie van jou tot gevolg heeft. Hiermee leert hij ook: ik ben een individu en ik heb invloed op mijn omgeving, ik ben een ik.

Jij bent jij: bewustwording van de omgeving
Een pasgeboren baby reageert op alles in zijn omgeving nog zo'n beetje hetzelfde. Hij kan lachen naar jou, maar net zo goed naar de buurvrouw, zijn knuffel of de bal. Hij heeft nog niet door dat jij zijn mama bent, maar ook nog niet eens dat er verschil bestaat tussen mensen en objecten.
Gelukkig duurt deze periode maar heel kort. Al vanaf 5 weken zien we dat baby's meer gaan lachen naar mensen dan naar objecten en dat ze mensen gaan imiteren. Daarnaast lijken baby's verbaasd als een object ineens uit zichzelf beweegt, maar zijn ze dit niet wanneer een mens dat doet. Ze hebben dus inmiddels ook andere verwachtingspatronen van mensen en objecten.
Als een baby 2 maanden is, kan je duidelijk zien dat hij een actie-reactie relatie met jou heeft. Jij lacht, en hij lacht terug. Met 3 maanden gaat je baby dit ook van jou verwachten. Als ik lach, moet jij terug lachen!
Je kunt dit goed zien als je het spelletje 'kiekeboe' met je baby speelt. Vanaf ongeveer 3 maanden gaat je baby verwachten dat je ook weer tevoorschijn komt en dan 'kiekeboe' zegt. Als je dit niet doet, zul je zien dat je baby minder lacht en je langer aan zal kijken (alsof hij duidelijk iets verwacht).
Daarnaast vindt hij een mensengezicht zonder uitdrukking dat geen geluid produceert maar niks. Zijn verwachtingspatroon van een mens is inmiddels dusdanig gevormd dat hij verwacht dat een mens zich beweegt, geluid maakt en expressie laat zien.
Het leren 'lezen' van deze gezichtsuitdrukking komt op gang tussen de 6 en 12 maanden. Baby's leren door naar jou te kijken of iets bijvoorbeeld gevaarlijk is of niet.
Ook bij deze ontwikkeling ben jij niet onbelangrijk. Nog meer dan bij de ontwikkeling van het 'zelf' speelt bij de ontwikkeling van de bewustwording van de omgeving de actie-reactie een grote rol. Omdat jij, als mens, anders op je baby reageert dan zijn speelgoedbal, leert je baby dat mensen iets anders zijn dan objecten. De uitdrukking op jouw gezicht is daarnaast voor een baby erg belangrijk om bijvoorbeeld de veiligheid van de omgeving te kunnen inschatten. Hij zal hierin vooral op jou, als primaire opvoeder, vertrouwen.

Jij bent mama, jij bent papa: bewustwording van de primaire opvoeders
Om je ervan bewust te zijn dat mama en papa twee andere mensen zijn dan de buurman en buurvrouw of dan de bakker, zijn een paar dingen nodig. De voornaamste is tijd. Dit omdat een baby door moet krijgen dat jij, als ouder, veel bij hem in de buurt bent, dat jij hem voorziet van de eerste levensbehoeften en dat jij veel met hem interacteert.
Om zich ook bewust te zijn van de afwezigheid van deze primaire opvoeder is hechting nodig. Je zou immers de ouder simpelweg kunnen vervangen door iemand anders die alle taken vervult en dan zou er niks aan de hand zijn.
In eerste instantie is dat ook zo. Een baby lijkt vanaf een week of 6 al wel meer te lachen naar zijn primaire opvoeders, wat inhoudt dat er dan al een stukje herkenning gaat spelen. Dit wil echter nog niet zeggen dat hij het ook doorheeft als je er niet bent. Zolang hij eten, een schone luier en wat aandacht krijgt, is het goed. Dat hij dan naar je lacht als je terug komt van weggeweest, is niet zo gek: hij herkent jou immers!
In het eerste levensjaar ontwikkelt de band tussen jou en je kind zich, er ontstaat hechting. Als alles gewoon verloopt, zal je kind zich veilig hechten. Met ongeveer 12 maanden zien we bij bijna alle veilig gehechte kinderen dat er een bepaalde vorm van eenkennigheid ontstaat. Op dit moment zijn ze zich volledig bewust van hun primaire opvoeders, vaak de ouders, en krijgen deze een duidelijk voorkeur boven (alle) andere mensen.
Op het kinderdagverblijf is dit vaak heel duidelijk te zien. Bijna alle kinderen van het rond het jaar, krijgen ineens moeite met het afscheid nemen van hun ouders. Ze moeten hard huilen en zijn zich dus zeer bewust van de afwezigheid van hun mama of papa. Gelukkig kan een stabiel gezicht op het kinderdagverblijf veel goed maken en ontwikkelt een kind ook met deze persoon vaak een hechtingsband. Echter, deze evenaart vrijwel nooit de hechtingsband die er met papa en mama is.

Conclusie: 'Vanaf wanneer is je baby zich bewust van jouw afwezigheid als ouder?'
De bewustwording van jouw afwezigheid als ouder, komt vaak rond de 12 maanden. Dan is de basis van de hechtingsrelatie gelegd en zie je ook dat eenkennigheid een rol gaat spelen.
Echter, al heel jong in de ontwikkeling zien we herkenning van de ouder, soms al met 6 weken.

Gelukkig gaat hierin heel veel vanzelf. Het 'ik-besef' en het 'papa en mama-besef' ontwikkelen zich redelijk vanzelf. De hechting tussen jou en je kind kan wel een erg kwetsbare ontwikkeling zijn. Echter, doe je niks geks, dan zal dit ook prima verlopen en een hele mooie basis vormen voor de rest van jullie leven!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

zaterdag 28 januari 2012

Slapen


Kind (3 jaar) ligt in bed, maar wil maar niet gaan slapen. Ik vraag aan het kind: "Waarom wil je niet gaan slapen?" Kind zucht en zegt: "Ja....omdat ik gewoon niet moe ben...."

Slapen: hoeveel, hoe vaak, wanneer, waar, hoe lang? Ik krijg van ouders vele vragen als het op het slapen aankomt. Het eerste wat ik tegen ouders zeg als ze zich zorgen maken over het slaapritme van hun kind is: er is geen gemiddelde. Zeker voor het slapen geldt: elk kind is anders!
Dat neemt echter niet weg dat wij geen invloed hebben op het slaapgedrag of dat het slaapgedrag van ons kind ons nooit zorgen hoeft te baren. Hieronder wat simpele tips en weetjes en slaapritmes die ik veel zie in mijn werk.

Aanleren van slapen
Het klinkt misschien gek, maar op veel van het slaapgedrag van je kind, heb je invloed. De behoefte aan slaap bepaalt je kind, de rest bepaal jij. Bij pasgeboren baby's wordt het ritme van slaap veelal door henzelf bepaalt. Vaak wordt geadviseerd je baby te laten slapen als hij zelf aangeeft moe te zijn. Als ouder en opvoeder merk je snel genoeg wanneer dit is. Zeker in het begin is dit prima. De meeste baby's slapen veel en hebben nog geen duidelijk ritme van wakker zijn en slapen. Sommige ouders zullen merken dat na een paar maanden er toch een bepaalt ritme ontstaat. Je baby slaapt drie keer per dag 1 tot 1,5 uur achter elkaar bijvoorbeeld. Andere ouders zullen totaal geen ritme kunnen ontdekken in de slaapbehoefte van hun baby. Hij slaapt de ene keer 's ochtends 2 uur en de andere keer helemaal niet. Of hij slaapt halve uurtjes verspreid over de dag.
Voor beide baby's werkt dit prima en zolang een baby voldoende slaap krijgt, is er weinig aan de hand. Maar, het kan fijn zijn je baby wel een bepaald ritme aan te leren. Voor je baby brengt dit rust, maar voor jou ook. Daarnaast kan het zijn dat je baby beter slaapt als er een duidelijk ritme is, terwijl het anders wellicht niet aan voldoende slaap komt.
Er zijn een aantal dingen die je kunt doen, om het slaapgedrag van je kind te beïnvloeden. Laat je kind op een vaste, donkere plek slapen, maak van het slapen een ritueel, leg je kind elke dag op dezelfde tijd(en) in bed en laat je baby van begin af aan wennen aan geluiden om hem heen tijdens het slapen. Dit zijn zo een aantal tips om het slaapgedrag te beïnvloeden of zelfs aan te leren.

De slaapplek
Als je wilt dat je baby een stabiel slaapritme ontwikkelt, is het belangrijk om hem altijd op dezelfde plek te slapen te leggen. Het beste is ook, als dit een plek is waar niets anders gebeurt dan slapen. Veel ouders zullen een babykamer hebben waar het kind ook verschoont, aangekleed en gewassen wordt. Dit is in principe prima. Waar het bij jonge baby's vooral om gaat is dat ze leren dat slapen en spelen op verschillende plekken gebeurt. Dit om te voorkomen dat je baby steeds in de box in slaap valt en in bed gaat spelen. Hoe kun je hiervoor zorgen?
Mocht je baby in de box in slaap vallen, haal hem dan uit de box en leg hem in bed. Leg je je baby op bed en gaat hij niet slapen? Haal hem dan uit bed. Geen één baby heeft hetzelfde ritme, maar als een baby net 2 uur geslapen heeft, valt hij echt het komende uur niet zomaar weer in slaap. Je zult vanzelf wel een beetje in kunnen schatten hoe lang je baby op is tot hij weer moe wordt.
Verder is het bij de slaapplek belangrijk dat je deze plek donker kunt maken. Dit hoeft niet pikdonker te zijn, maar met een donkere slaapkamer geef je aan: slapen hoort bij donker, wakker zijn bij licht. Hiermee voorkom je ook dat je baby in de huiskamer in slaap valt. Daarnaast leert hij zo dat slapen vooral bij de nacht hoort en wakker zijn bij overdag. Dit kan van invloed zijn op het gaan doorslapen 's nachts.
Ook is het belangrijk om de slaapplek rustig te houden. Zo min mogelijk prikkels, niet te veel felle kleuren. Probeer speelgoed zo veel mogelijk uit de slaapkamer te houden. Voor een baby kan het ook fijn zijn om van het bedje een hemelbedje te maken, waarbij je de boven en zijkant afsluit met een doek. Sluit nooit het hele bedje in met een doek!
Tot slot wil ik hier toevoegen dat het te allen tijde onverstandig is om je kind, maar vooral je baby, in jouw eigen bed te laten slapen. Ten eerste omdat dit, voor een (pasgeboren) baby, erg gevaarlijk kan zijn. Je kunt er in je slaap overheen rollen, de deken kan over zijn gezichtje raken, allemaal zaken die ernstige, of zelfs, dodelijke gevolgen kunnen hebben. Voor een ouder kind is het eveneens belangrijk te weten dat de slaapkamer van papa en mama niet zijn slaapkamer is. Dit om te voorkomen dat je kind niet meer in zijn eigen bed wil slapen en zo erg onrustige nachten heeft. Daarnaast kan het, ook bij oudere kinderen, nog steeds gevaarlijk zijn om bij volwassenen in bed te liggen.

Hoeveel slaapt een kind?
Voor elke baby en voor elk kind kan de slaapbehoefte enorm verschillen. Er zijn baby's van 3 maanden die drie keer per dag slapen, tot wel 2 uur per slaapje. Er zijn ook baby's van 3 maanden die maar een uurtje op de dag slapen. In beide gevallen hoef je je geen zorgen te maken. Je kunt aan je baby zien of hij genoeg slaap krijgt door goed op zijn stemming te letten. Als de baby van 3 maanden die maar een uurtje op de dag slaapt, erg huilerig is, weinig initiatief neemt en slecht eet, dan kan het zijn dat hij misschien toch meer slaapbehoefte heeft op de dag. Daarnaast kun je kijken naar zijn slaapgedrag 's nachts. Als de baby van 3 maanden die drie keer 2 uur slaapt op een dag, 's nachts veel wakker wordt of lang nodig heeft om in slaap te vallen, kan het zijn dat hij overdag te veel slaapt. Hiermee kun je simpelweg 'experimenteren' door je baby meer of minder op bed te leggen overdag. Ook kun je vrij makkelijk je baby simpelweg eerder wakker maken of na een bepaalde tijd in de middag niet meer laten slapen, zodat hij 's avonds wel weer makkelijk in slaap valt.
Ik kan niet vaak genoeg benoemen dat er geen gemiddelde is en dat dus ook geen enkel kind afwijkend is in zijn slaapritme. Toch kun je met je baby werken naar een bepaald ritme en kan er ook wel iets gezegd worden over de tijd die een kind gemiddeld op de dag slaapt. Hieronder een voorzichtig overzichtje:

Baby's tot een maand of 3: houd het eigen ritme aan, volg de slaapbehoefte van je baby en probeer te kijken of je een ritme kunt ontdekken. Deze jonge baby's kennen nog geen verschil tussen dag en nacht en zullen dus zowel 's nachts als overdag slapen en wakker zijn. Een baby tot 2 maanden kan wel 20 uur per dag/nacht slapen.
Vanaf de 3 maanden gaat een baby 's nachts langer slapen en krijgt het kortere slaapjes overdag.
De duur van een slaapje kan erg verschillen per kind. Hieronder ga ik uit van 1, 1,5 of 2 uur slaap, afhankelijk van de hoeveelheid slaapjes en de leeftijd. In eerste instantie neemt de duur van de slaapjes af, vervolgens zul je als opvoeder de hoeveelheid slaapjes verminderen.
Baby's van 3 - 6 maanden: drie keer per dag slapen (10.00 - 13.00 - 16.00)
Baby's van 6 - 12 maanden: twee keer per dag slapen (10.00 - 15.00)
Baby's/dreumesen van 12 - 24 maanden: twee of een keer per dag slapen (10.00 - 15.00 of 13.00)
Dreumesen / peuters van 24 - 36 maanden: een keer per dag slapen (13.00)
Vanaf de 36 maanden kun je het slapen 's middags gaan afbouwen. Je kunt aanhouden dat je met de leeftijd van 3,5 jaar je kind niet meer laat slapen overdag.
Toch kan dit ritme per kind erg verschillen. Sommige baby's slapen nog langer drie keer op een dag, anderen zijn al veel eerder toe aan één slaapje overdag. Ook de tijden kunnen best wat afwijken en zullen, zeker in het begin, ook erg afhankelijk zijn van hoe laat je kind 's ochtends wakker wordt. Daarnaast kan je de tijden gaan verschuiven als je merkt dat je kind van twee slaapjes overdag naar één slaapje gaat. Een verschuiving van 10.00 naar 13.00 is dan best heftig. Kies er dan voor om de bedtijd 's ochtends steeds iets op te schuiven. 's Middags kun je je kind dan ook iets later op bed leggen en hem na een half uurtje of uurtje wakker maken.

Slaapritueel
Een slaapritueel kan erg helpen om je kind op een rustige manier te slapen te leggen. Eveneens kan het er op latere leeftijd voor zorgen dat je kind ook op de afgesproken tijd naar bed gaat. Zoals bij alles is het voor kinderen fijn als ze weten wat er komt, zo ook met slapen. Een bedtijd zegt voor jonge kinderen nog erg weinig. Ze kunnen immers nog geen klok kijken en hebben nog geen goed besef van tijd. Het is daarom belangrijk om op een andere manier duidelijk te maken dat de bedtijd nadert. Hier kan een vast ritueel erg bij helpen.
Wat dit ritueel is, kun je helemaal zelf invullen. Wel is het altijd fijn voor je kind als je op tijd aangeeft dat het tijd wordt om te gaan slapen. Er zijn verschillende dingen die je dan kunt doen. Veel dingen doe je al zonder dat je er misschien erg bij nadenkt. Pyjama aan, tanden poetsen, misschien wel een verhaaltje voorlezen of een slaapliedje zingen. Probeer hierin een vaste volgorde te hanteren en probeer ook elke keer dezelfde stappen te doorlopen.
Verder is het vooral belangrijk om de tijd te nemen. Als je altijd een verhaaltje leest met je kind voor het slapen, denk dan niet als alles een keer wat uitloopt 'dat sla ik vandaag wel over'. Die 5 minuten maken echt niet zo veel uit. Bovendien zul je merken dat je kind een stuk makkelijker in slaap valt als je het verhaaltje wel leest. Je kind voelt het ook aan als jij eigenlijk niet zo veel tijd hebt, hij voelt de onrust. Geen fijn gevoel als je moet slapen natuurlijk.
Bij het slaapritueel kan ook een speentje of slaapknuffeltje/doekje betrokken worden. Deze kun je ook goed gebruiken om het einde van het slapen aan te geven. Want, een ritueel bij het uit bed komen, is net zo belangrijk als een ritueel bij het naar bed gaan. Op mijn groep delen wij de knuffeltjes en speentjes uit vlak voordat de kinderen naar bed gaan. Ze weten waar deze dingen liggen en lopen zelf mee om alles 'in ontvangst te nemen'. Zodra de kinderen uit bed komen, leggen ze zelf hun speentje weer terug op de juiste plek en leggen ze hun knuffeltje terug in hun eigen bakje (alleen of met hulp van de juf). Hiermee is er een duidelijk en begin en einde aan het slapen.
Tot slot wil ik hier nog even toelichten dat een fles geven in bed, wat mij betreft, niet bij het slaapritueel zou moeten horen. Een fles voor het slapen, kan, maar geef hem dan niet in bed. Baby's en peuters moeten leren dat het bed is om te slapen en niet voor iets anders (spelen of eten). Bovendien is het voor een baby erg fijn om nog even 'uit te buiken' na het drinken, dit kan niet als je op je rug ligt en gelijk in slaap valt. Het is misschien makkelijk voor papa en mama, maar erg lastig om dit weer af te leren als je kind groter wordt.

Middagslaapje 'afleren'
Hoewel je kind zijn eigen slaapbehoefte bepaalt, geldt voor veel kinderen ook dat ze gewend raken aan het slapen overdag. Dit kan betekenen dat je kind, ondanks dat het de behoefte niet meer heeft, toch overdag in slaap valt. Veel opvoeders hoor ik dan zeggen: als het kind slaapt, zal het de slaap ook wel nodig hebben. Dit hoeft zeker niet zo te zijn. Je kunt dit goed meten aan zijn slaapgedrag 's nachts. Gaat je kind 's avonds met moeite naar bed en wil hij de slaap maar niet vatten? Dan kan er zeker sprake zijn van een te veel aan slaap overdag. Maar, ook als je kind 's avonds wel gewoon gaat slapen, kan het zijn dat het middagslaapje overbodig is. Dit heeft vooral te maken met de leeftijd van je kind. Als je kind zo'n 3,5 is, is het belangrijk dat hij gaat leren overdag niet meer te slapen. Hier moet je kind immers aan wennen als hij naar school gaat.  Je kind simpelweg niet meer 's middags naar bed brengen, is vaak niet de beste manier om het middagslaapje 'af te leren'. Dit kan een erg abrupte overgang zijn. Probeer in plaats daarvan het middagslaapje eerst een tijdje in te korten. Slaapt je kind normaal gesproken zo'n twee uur? Maak hier dan een tijdje een uur van. Maak je kind na een uur slaap wakker. Daarna kun je dit eventueel nog verkorten tot een half uur, waarna je het middagslaapje helemaal uitdooft.
Het kan zijn dat je kind het prima volhoudt zonder middagslaapje tót het einde van de middag. Sommige kinderen van 3,5 bij mij op de groep vallen simpelweg gewoon om om een uur of 16.00... Wat je dan altijd kunt doen, is ze een hazenslaapje gunnen. Leg ze 15 minuutjes op de bank of een matrasje en maak ze dan wakker. Soms is het heel moeilijk om wakker te worden uit zo'n 'powernap'. Zorg dan gelijk voor afleiding en ga iets doen met je kind.


FAQ
Mijn peuter komt 's nachts steeds uit bed, wat kan ik doen?
Als je peuter groot genoeg is voor een 'groot' bed en hierdoor zelfstandig zijn bed uit kan komen en misschien zelfs naar beneden kan komen, kan dit erg lastig zijn. Zeker als dit niet de bedoeling is. Allereerst is het hierbij belangrijk om na te gaan waarom je peuter dit doet. Is hij niet moe? Slaapt hij overdag misschien te veel? Is er visite en hoort hij gezelligheid? Is hij bang op zijn kamer in het donker? Wil hij naar de wc (ondanks dat hij misschien een luier om heeft in bed)? Er kunnen veel verschillende redenen zijn waarom je peuter 's avonds of 's nachts uit bed komt. Probeer hier achter te komen en dit probleem voor je peuter op te lossen.
Maar, het kan ook net zo goed zijn dat je peuter heeft ontdekt dat hij dit kan en dat hij op deze manier aandacht van je krijgt. Wat is jou reactie op dit gedrag? Mag je peuter misschien nog wel even op de bank erbij komen zitten? Krijgt hij misschien nog een glaasje melk? Mag hij misschien bij jullie in bed slapen? Als je dit gedrag op deze manier beloont, zal je peuter dit blijven herhalen. Zodra je door krijgt dat het puur aandacht vragen is (of geen zin om te slapen), vertel je peuter duidelijk en helder dat het tijd is om te gaan slapen en leg hem terug in bed. Blijft je peuter uit zijn bed komen? Herhaal je handeling. Bij de derde keer kun je je beperken tot enkel het terug leggen van je peuter in bed.
Bij peuters die dit gedrag veel laten zien, kan het even duren voordat deze methode effectief is. Soms moet je misschien wel tien keer op een avond je peuter terug leggen in bed. Echter, uiteindelijk zul je merken dat, doordat je dit gedrag op geen enkele manier beloont, het zeer effectief is.
Sluit je peuter nooit op in zijn kamer! Dit kan erg beangstigend zijn. Bovendien kan dit erg voelen als een straf. Bedenk dat jij waarschijnlijk degene bent die dit gedrag in eerste instantie (per ongeluk) hebt beloond en dat het niet de schuld van je peuter is dat hij steeds uit bed blijft komen.

Vanaf wanneer slaapt mijn baby 's nachts door en wat ik doen om dit te stimuleren?
Vanaf wanneer je baby 's nachts doorslaapt, kan erg verschillen per kind. Officieel noemen we het doorslapen als je baby 5 uur of meer achtereen 's nachts slaapt. Vanaf een maand of 2 gaan veel baby's dit doen. Vanaf ongeveer 3 maanden kun je zien dat je baby langere nachten gaat maken en overdag kortere slaapjes doet. Om je baby te laten wennen aan het langer slapen 's nachts kun je je baby af en toe even laten huilen (nooit langer dan 10 minuten). Je kunt alleen even gaan kijken en bijvoorbeeld een speentje terug geven. Echter, houd wel goed in de gaten dat dit ritme zich langzaam opbouwt en je baby er aan moet wennen dat hij 's nachts ook geen voeding meer krijgt, maar pas de volgende ochtend. Als je echt merkt dat je baby behoefte heeft aan eten, een schone luier of iets anders, dan moet je die uiteraard geven.

Mijn baby valt erg moeilijk in slaap, kan ik hier iets aan doen?
Ja, hier kan je zeker iets aan doen! Allereerst zijn er kinderen die nu eenmaal moeilijker in slaap vallen of erg licht slapen en van het minste wakker worden. Dit kan je echter best een beetje beïnvloeden. Door vanaf het begin je baby te laten wennen aan het slapen met geluiden om hem heen, zal hij minder snel wakker worden als jij bijvoorbeeld beneden stofzuigt. Daarnaast zijn er nog een paar kleine trucjes om je baby rustig in slaap te laten vallen. Een vast slaapritueel (zie hierboven) kan veel uitmaken. Je kunt je baby aaien over zijn neusje. Een hand op zijn voorhoofdje leggen of onder zijn hoofd. Een hand op zijn buikje leggen. Ook slapen baby's soms goed in met een pinkje in hun mond (van jou), omdat ze een speentje er zelf uitduwen en hem dan niet terug kunnen stoppen. Je kunt je baby ook een beetje vastleggen in bed. Niet helemaal inbakeren, maar de onderkant van zijn slaapzakje onder het matrasje stoppen en een dekentje aan weerszijden instoppen. Let hierbij wel goed op dat als je baby begint te rollen, je hem of zo goed vastlegt dat hij niet kan omrollen of dat (als hij ook weer terug rolt) je hem niet meer vastlegt, om te voorkomen dat hij niet meer terug kan rollen.

Wat is beter, slapen met of zonder speen?
Of er een 'beter' is hier, is moeilijk te zeggen. Het kan in elk geval geen kwaad om je kind te laten slapen met een speen. Baby's hebben van nature een grote zuigbehoefte. Vaak meer dan nodig is om voeding tot zich te nemen. Een speentje kan dan erg helpen om rustig in slaap te vallen. Probeer je baby wel te leren dat een speentje vooral tijdens het slapen gebruikt wordt en gebruik deze niet als 'stop' als je baby overdag huilt. Als je kind wat ouder wordt, kun je langzaam ook het speentje tijdens het slapen gaan afbouwen.
Waarom het belangrijk is om een speen alleen tijdens het slapen te gebruiken én om het speengebruik bij peuters af te leren, heeft te maken met verschillende dingen. Als baby's tandjes krijgen, moeten deze genoeg ruimte hebben om goed te groeien en op de goed plek te komen. Verder kan het de spraak van een kind sterkt beïnvloeden als hij de hele dag een speen in de mond heeft.

Mijn baby slaapt erg slecht op het kinderdagverblijf, hoe kunnen we dit verbeteren?
In mijn werk hoor ik dit erg veel. Vooral baby's kunnen op het kinderdagverblijf soms een stuk minder goed slapen dan thuis. Allereerst moet je je beseffen dat dit veel oorzaken kan hebben: het is drukker, de slaapkamer is anders, het bed is anders, je hoort meer, baby's worden op het kinderdagverblijf vaak veel meer geprikkeld en hebben meer onrust in hun lijfje, het ruikt anders, pedagogisch medewerkers hebben minder tijd voor je baby dan jij thuis hebt, etc. Met andere woorden: er is sprake van een hele andere situatie. In het begin moet je baby hier erg aan wennen. Uiteindelijk leren de meeste baby's prima slapen op het kinderdagverblijf, maar zal dit vaak wel iets minder blijven dan thuis. Hier is niet veel aan te doen. Thuis halen ze deze slaap vaak gewoon weer in door wat meer te slapen.
Wat kan helpen is als pedagogisch medewerkers de tijd nemen voor de baby en het rustig in bed leggen, hier ook een ritueel aan verbinden. Verder kan een doekje, knuffeltje of slaapzakje van thuis soms erg helpen.



Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

Natuurlijk kun je ook al je vragen digitaal aan mij stellen, zoals je hieronder kunt lezen. Voor nog meer informatie en handige tips: kijk eens op www.slaapbabyslaap.nl. Een erg handige site helemaal gewijd aan het slapen van je jonge kind!

maandag 23 januari 2012

Een blog voor jou!

Graag schrijf ik blogs voor jou, de opvoeder! Waarover zou jij graag een blog willen lezen? Op welke vragen krijg je maar geen antwoord? Laat hier een reactie achter en ik verzeker je van een antwoord!

woensdag 4 januari 2012

Ongewenst gedrag

Kind (2,5) tegen moeder: "Mama, pas op! Laatste waarschuwing! Ik tel tot 3!" Kind kijkt heel serieus en zegt dan: "1.....2......5!"

Is dit verhaal je te lang? Lees dan de conclusie eerst: tips in een notendop!

Een onderwerp waar ik veel ouders en collega's over hoor: ongewenst gedrag. Hoe leer je het af? Waar komt dit gedrag vandaan? Wanneer is gedrag werkelijk ongewenst? En beter nog: hoe leer je gewenst gedrag aan?
Aangezien deze vragen pas echt gaan spelen bij de dreumesen en de peuters, zal ik mij voornamelijk op deze doelgroep richten. Echter, besef je wel dat ook je baby al heel veel van jou leert. Gedrag dat tot uiting komt als hij dreumes is, kan wel het resultaat zijn van maandenlange observaties toen hij nog baby was.

'Maakbare' kinderen
Mijn filosofie is dat jonge kinderen erg 'maakbaar' zijn. Ze worden gemaakt door hun omgeving. En waaruit bestaat die omgeving? Voornamelijk uit opvoeders. Dit betekent dat je als opvoeder goed in staat bent om ongewenst gedrag af te leren en gewenst gedrag aan te leren. Het betekent ook dat er misschien zelfs situaties zijn waarin jij ongewenst gedrag bevordert of mogelijk aanleert.
Ik zeg overigens niet dat kinderen volledig 'leeg' geboren worden (de tabula rasa theorie). Ik denk zeker wel dat er dingen zijn die je kind al in zich heeft bij de geboorte. Het ene kind is het andere niet, ook niet als de omgeving exact hetzelfde is. Waar ik echter wel van overtuigd ben, is dat we kinderen nog erg kunnen 'kneden'. Als je je kind vertelt dat hij iets niet kan, dat kan hij iets ook niet. Als je je kind vertelt dat hij iets wel kan, zal het hem ook lukken. Word je kind onzeker of zelfverzekerd? Dat bepaal jij!
We leren ze bewust, maar ook heel veel onbewust, wat gewenst gedrag is. Kinderen kijken enorm veel van ons af en doen ons de hele dag na. Veel meer dan wij denken. Kinderen van 1,5 lopen bij mij op de groep al met blokjes duplo aan hun oor. 'Hallo' hoor ik ze zeggen in het blokje duplo. Van wie zouden ze dat nou hebben?
Niet alleen imiteren kinderen ons gedrag, ze leren er ook veel van. Als wij een kind aanspreken op bepaald ongewenst gedrag, leert het kind 1) dat dit niet mag (als het goed is) en 2) hoe je dit aan iemand moet duidelijk maken. Als een kind ons slaat en wij slaan terug, dan leer je je kind dat dit de manier is waarop je met elkaar omgaat. Je zult je kind daarmee zeker niet afleren om jou (of iemand anders) te slaan. Maar, dat wil je wel! Hoe doe je dit?

Ongewenst gedrag afleren
Dreumesen en peuters hebben een paar eigenschappen die ze vrijwel allemaal gemeen hebben. Ze krijgen een eigen wil, waardoor ze heel graag precies niet doen wat jij van ze vraagt. Ze proberen enorm veel uit om te leren wat wel en niet mag. En hun taalontwikkeling is nog volop aan de gang wat ervoor zorgt dat ze nog anderen communicatiemiddelen gebruiken. Wij moeten deze jonge kinderen leren wat we van ze verwachten,    hoe ze taal kunnen gebruiken om conflicten op te lossen en hoe ze hun emoties de baas kunnen zijn.

Wat is ongewenst gedrag?
Heel belangrijk om je af te vragen, voordat je boos wordt op je kind, is: 'Is dit terecht?' Doet je kind echt iets wat niet mag? Of heb jij je dag misschien niet? Of komt het je heel slecht uit dat je kind aandacht vraagt? Om hier achter te komen, kun je jezelf altijd afvragen: 'Waarom mag dit niet van mij?' Sowieso goed om over na te denken, want op het moment dat je je kind aanspreekt op ongewenst gedrag, zul je ook moeten kunnen uitleggen waarom je dit niet goed vindt.
Je moet je goed beseffen dat kinderen moeten leren en dat ze dit doen door uitproberen. Herhaaldelijk je beker op de grond gooien, is voor jou misschien heel vervelend, maar een kind van 1 jaar leert zo over zwaartekracht.
Echter sommige dingen mogen echt niet en hier mag je een kind direct op aanspreken. Agressief gedrag bijvoorbeeld. Toch is het ook hier belangrijk om te achterhalen waar dit gedrag vandaan komt. Vooral bijten en knijpen kan bij jonge kinderen voortkomen uit frustratie. Frustratie van dingen die niet mogen of dingen die ze niet kunnen. Probeer hier achter te komen, zodat je het ongewenste gedrag bij de kern aan kan pakken.

Communicatie
Opnieuw een hele belangrijke! In de blogs over communicatie (baby, dreumes, peuter) is aan bod gekomen hoe de manier waarop wij communiceren met ons kind invloed heeft op de manier waarop ons kind communiceert met ons. Dit geldt ook voor de communicatie om het moment dat wij een kind iets af willen leren. Boos schreeuwen tegen een kind zal niet veel helpen en zal je kind bovendien leren dat boos schreeuwen een goede manier is om te communiceren. Dit betekent echter niet dat je niet boos mag worden op je kind.
Als je boos bent, mag je dit ook laten merken. Je stem klinkt boos en je wenkbrauwen zijn gefronst. Vertel kort en duidelijk wat je boodschap is. Ga hierbij op gelijke hoogte van je kind zitten, zodat jullie elkaar kunnen aankijken. Bij een dreumes tot een jaar of 2 is de volgende boodschap voldoende: 'Naam, nee!'
Vanaf een jaar of 2 / 2,5 (maar dit verschilt erg per kind) wordt het belangrijk om te gaan uitleggen waarom iets niet mag. Gebruik makkelijke woorden die je kind begrijpt. Praat in de 'jij' en 'ik' vorm. Voorbeeld: 'Naam, jij slaat mij. Dat vind ik niet leuk. Nu heb ik pijn. Ik wil dat jij dat niet meer doet.'
Erg belangrijk bij de communicatie is dat je aangeeft dat je het gedrag van je kind afkeurt, niet je kind zelf. Zeg nooit tegen je kind: 'Jij bent stout.' Zeg in plaats daarvan: 'Wat jij doet, is stout.' Voor een kind is dit verschil, zeker als ze nog erg jong zijn, misschien wel moeilijk te begrijpen. Je kunt op andere manieren laten merken dat je het gedrag van je kind afkeurt, niet je kind (hieronder meer daarover). Echter, ook voor jezelf is het heel belangrijk om te beseffen dat je het gedrag van je kind niet leuk vindt en niet je kind zelf. Als je vervalt in dit laatste, ontstaat er vaak een gevoel van machteloosheid en vergeet je dat JIJ degene bent die invloed heeft op het gedrag van je kind.

Negeren
Het allerbeste is om ongewenst gedrag te negeren. Uiteraard, soms kan dit echt niet en zul je moeten ingrijpen. Maar, vaak is dit helemaal niet nodig. De aandacht die een kind vraagt, kun je onderverdelen in positieve aandacht een negatieve aandacht. Positieve aandacht vragen, is vragen of mama een puzzel met je wil doen. Of in de keuken vragen wat papa aan het koken is. Deze aandacht mag uiteraard worden beloond! Negatieve aandacht vragen, is een kind dat zijn broertje duwt of een enorme scene maakt in de supermarkt. Het werkt het meest effectief om positieve aandacht vragen te belonen en het vragen van negatieve aandacht te negeren. Heel genant misschien, maar laat je kind maar lekker krijsen in het supermarkt-karretje. Als je hem nu aandacht geeft, leert hij dat als hij gaat huilen en schreeuwen je hem aandacht geeft. Wordt ook niet boos, probeer niet gefrustreerd te raken, maar negeer je kind. Pas als hij weer rustig is en op een normale manier iets aan je kan vragen, beloon je dit door aandacht te geven.
Probeer wel bij jezelf na te gaan waarom je kind deze scene maakte in de supermarkt. Geef je hem wel genoeg aandacht? Negeer je hem misschien ook als hij netjes iets vraagt? Dit kan een oorzaak zijn. Maar, dreumesen en peuters blijven koppig, dus het kan net zo goed zijn, dat hij je even aan het uittesten was.

De 'naughty chair': wel of niet goed?
Iedereen kent wel de bekende 'naughty chair' van supernanny Jo Frost. Is dit nu wel of niet een goede manier om kinderen ongewenst gedrag af te leren? Ik denk dat hier twee kanten aan zitten. Wat mij betreft zou de 'naughty chair' alleen als uiterste middel moeten worden ingezet. Alleen als een kind herhaaldelijk niet luistert en echt gedrag vertoont wat niet kan (slaan, bijten e.d.). Daarnaast vind ik het slecht om dit te benoemen als straf. Een jong kind moet leren en doet maar weinig bewust echt fout. Hierbij hoort, wat mij betreft, dus ook geen straf. Wat je doet als je je kind op de 'naughty chair' zet, is hem even uit de situatie halen en apart zetten. Kinderen die herhaaldelijk anderen kinderen (of jou) slaan, zullen hun gedrag niet veranderen als ze in dezelfde situatie blijven met de persoon waar ze boos op zijn. Net als wij, moeten kinderen soms even 'afkoelen' en moeten de scherpe randjes van de emotie er even af. Je zet een kind dus apart, hij krijgt geen straf. Ook belangrijk is dat de 'naughty chair' een plek krijgt in dezelfde ruimte als waar jij bent. Zet een kind niet in de gang of in de hoek, maar zet hem op een plek waar hij jou kan zien en jij hem. Als je een kind wel in de gang zet, zal hij zich eerder als persoon afgewezen voelen. Dit wil je niet doen. Je keurt zijn gedrag af, niet zijn persoonlijkheid.
Hoe lang laat je je kind zitten? Hier heeft Jo Frost een goede richtlijn voor: ongeveer een minuut per leeftijdsjaar. Ook in de verdere procedure van het gebruik van de 'naughty chair' ben ik het in grote lijnen eens met Jo Frost:
1. Eerst aangeven dat iets niet mag. Herhaalt het gedrag zich? Herhaal de boodschap. Dreig niet met de 'naughty chair'! Herhaal de boodschap maximaal 3 keer. Bij een 4e keer:
2. Loop je met het kind naar de 'naughty chair'. Je zegt het kind dat hij daar even mag gaan zitten. Wil hij niet? Dan zet jij hem neer.
3. Je vertelt duidelijk en eenvoudig wat het kind niet goed heeft gedaan en dat het daarom op deze plek zit: 'Naam, jij slaat mij. Dat vind ik niet leuk. Dat doet zeer. Jij moet hier even zitten. Ik kom zo bij je terug.'
4. Loopt je kind weg van de plek? Zet hem terug. Blijf dit herhalen, totdat je kind de afgesproken tijd is blijven zitten.
5. Na de afgesproken tijd, ga je naar je kind en vraagt: 'Weet jij waarom je hier even zat?' Samen bespreek je waarom je kind op de 'naughty chair' zat. Herhaal de boodschap.
6. Maak het goed! Om ervoor te zorgen dat je kind zich niet als persoon afgewezen voelt, is deze stap erg belangrijk. Goed maken leert je kind 1) dat als hij iets doet wat niet goed is, hij het dan goed moet maken en 2) dat je hem echt nog wel lief vindt. Vraag je kind om sorry te zeggen, geef elkaar een knuffel, een kus, er zijn verschillende manieren van goed maken. Als een kind een ander kind slaat, is het uiteraard net zo belangrijk dat hij het met dit kind ook goed maakt!

Gewenst gedrag aanleren
Wat eigenlijk nog veel beter is en een stuk effectiever werkt, is niet ongewenst gedrag afleren, maar gewenst gedrag aanleren! Hoe doen we dit?

Voordoen! Jij bent het voorbeeld!
Kinderen imiteren ons gedrag eindeloos. Zij leren door van ons af te kijken. Het allereerste wat we moeten doen als we willen dat een kind gedrag laat zien dat wij als gewenst beschouwen, is dit gedrag zelf ook laten zien. Als we  niet willen dat ons kind schreeuwt, schreeuw dan zelf ook niet. Als we willen dat ons kind netjes aan ons vraagt of hij een koekje mag, vraag dan ook netjes aan je kind of hij al klaar is met eten.
Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: jonge kinderen pikken veel meer op dan wij denken. De ruzie die papa en mama gisteravond hadden, wordt de volgende dag door je peuter nagespeeld. Of je dreumes zegt ineens 'verdomme' als iets niet lukt. Vergeet nooit: jij bent het voorbeeld!

Alternatieven bieden
Als je ziet dat je kind iets doet wat niet mag, probeer hem dan een alternatief te bieden. Slaan mag niet, maar vertellen dat je iets niet leuk vindt en daarom boos bent, mag wel. De kraan opendraaien en de badkamer dweilen, mag niet, maar mama helpen met een stofdoekje bij het schoonmaken, mag wel.
Er is bijna altijd wel een alternatief te bedenken bij ongewenst gedrag. Het mooie van zo'n alternatief is dat je kind niet alleen leert wat niet mag, maar belangrijker: hij leert vooral wat wél mag! Je zult merken dat dit op de lange termijn stukken effectiever is en dat je kind op latere leeftijd dit ook kan doortrekken naar andere situaties.
Naast het bieden van alternatieven, kun je ongewenst gedrag natuurlijk ook proberen voor te zijn. Wil je niet dat je peuter een scene gaat schoppen in de supermarkt? Geef hem dan mede verantwoordelijkheid over de boodschappen. Je kunt je peuter betrekken bij het boodschappen doen door samen op zoek te gaan naar de juiste producten. Je kunt dit zo uitgebreid doen als je wilt. Geef je kind een eigen karretje, zet hem in jouw winkelwagentje, vertel hem waar je naar op zoek bent of geef hem een eigen boodschappenlijstje met plaatjes van wat je nodig hebt.

Belonen
Tot slot is het erg leuk en effectief om je kind te belonen als hij gewenst gedrag laat zien. Dit kan op heel veel verschillende manieren. Van een simpele 'goed zo' tot het geven van een klein cadeautje. Een leuke manier om je kind te belonen, is bijvoorbeeld een stickerkaart. Je pakt een a4'tje (die kan je je kind ook nog laten kleuren) en daar plak je stickers op als je kind gewenst gedrag laat zien. Dit kan op zich al een hele beloning zijn, maar je kunt ook afspreken dat er een iets grotere beloning volgt bij een bepaald aantal stickers. Als je dit doet, is het belangrijk dat je kind kan zien wanneer dit is. Krijgt je kind bij 10 stickers een beloning? Teken dan 10 vakjes op de stickerkaart waar de stickers in komen.
Zorg er verder voor dat het gedrag wat je wilt belonen concreet is. 'Je netjes gedragen aan tafel' is erg vaag. Maak hier bijvoorbeeld van: 'Niet schreeuwen aan tafel en je bord leegeten.' Focus ook niet op meer dan 2 of 3 dingen tegelijk, want dan wordt het te lastig voor je peuter om te onthouden wat er van hem wordt verwacht.
Strooi niet met de stickers. Zorg ervoor dat het speciaal blijft. En een cadeautje als de kaart vol is, kan, maar denk er dan goed over na bij hoeveel stickers de kaart vol is. Je wilt niet elke week een cadeautje hoeven te kopen. Als je kind herhaaldelijk het gewenste gedrag laat zien, kun je het geven van stickers weer gaan afbouwen.
Als laatste wil ik toevoegen dat je een kind nooit met eten moet belonen. Dit kun je namelijk niet verantwoord doen. Je kunt best 5 keer per dag een sticker geven, maar 5 keer per dag een snoepje wordt onverantwoord. Daarnaast krijgen kinderen een verkeerd beeld van eten als je ze leert dat eten een beloning is. De kans is groot dat ze zichzelf later blijven belonen met eten en zo overgewicht ontwikkelen.

Conclusie
Elk kind is maakbaar en jij bent het voorbeeld!
Belonen is beter dan straffen.
Probeer ongewenst gedrag vooral te negeren.
Gebruik de 'naughty chair' alleen in uiterste nood en als 'time-out', niet als straf.
Benoem het gedrag van je kind als 'stout' of 'niet goed' en niet je kind.
Probeer ongewenst gedrag te voorkomen en bied alternatieven aan.
Onthoud: elk kind is anders en uniek en elke ouder is anders en uniek. Probeer voor jouw kind te ontdekken wat wel en niet werkt. Sommige kinderen lijken totaal niet gevoelig voor beloningen, dan zul je andere dingen moeten verzinnen. Dit is een onderwerp waarbij alle kinderen echt als individu gezien moeten worden. De hierboven beschreven punten zijn slechts richtlijnen. Haal er voor jezelf uit wat werkt. Varieer, wees creatief en bovenal: laat je kind merken dat je van hem houdt (ook als hij af en toe (een beetje) stout doet)!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!