maandag 22 september 2014

Vanaf vandaag: opvoedondersteuning aan huis!

Beste bloglezers,

Vanaf vandaag ben ik gestart met Parenting Company!

Parenting Company biedt opvoedondersteuning aan ouders en opvoeders met jonge kinderen.
Als speciale actie tijdens de week van de opvoeding (van 6 t/m 12 oktober 2014) biedt Parenting Company programma 1 GRATIS aan!
Ga nu naar de site www.parentingcompany.nl om je aan te melden!

Parenting Company, opvoeden doe je samen!


woensdag 17 september 2014

"Nee, niet doen!"

Alle kinderen schreeuwen heel hard door elkaar. Ik probeer op allerlei manieren de groep tot stilte te manen, maar niets werkt. Tot ik op een gegeven moment hard roep: "En nu zijn we allemaal weer even stil! Want, ik heb pijn aan mijn oren!"
Dan komt er een kind (2,5) naar me toe en geeft mee een knuffel. Vervolgens zegt ze: "Een knuffel is goed voor je oren!"

Als je werkt in de kinderopvang voel je je soms meer een soort politie-agent dan pedagoog. Je bent de hele dag bezig om regels uit te leggen aan de kinderen, maar toch worden ze ook continue overschreden. Hier en daar wordt er ruzie gemaakt en spring je ertussen en soms zet je een kindje even apart. De grootste uitdaging van het werk is om niet te vervallen in een continue 'nee'-stroom naar de kinderen toe. 'Nee', omdat iets niet mag, 'nee', omdat iets niet kan, 'nee', omdat ik iets niet wil....
Heb jij je aan het einde van de dag wel eens afgevraagd hoe vaak je die dag 'nee' hebt gezegd tegen je kind?

Je kind hoort geen 'nee'
Ouders grappen wel eens naar mij dat hun kind nog niet zo veel begrijpt, behalve het woordje 'nee', dat begrijpt hij heel goed! Want, als je 'nee' zegt, kijkt hij heel ondeugend om en doet hij het toch. We herhalen het woordje dan nog maar een keer, 'nee, het mag echt niet'. Maar, je kind gaat door. 'Nee!', roep je nu wat harder. Als je kind niet ophoudt, loop je ernaar toe, haal je je kind weg en zeg je nogmaals 'Nee, dat mag niet!' Nog geen minuut later herhaalt het ritueel zich. Vervolgens zit je met een huilend kind en voel je zelf de frustratie opborrelen... Waarom luistert hij nou niet gewoon?
Herkenbaar?
Voor veel ouders is dit dagelijkse kost vanaf het moment dat kinderen gaan kruipen tot het moment dat ze naar school gaan. 'Nee' is het dan zo'n beetje het meest gebruikte woord op een dag. En dan dacht je dat je dreumes zo opstandig was...
'Nee'  zeggen tegen je kind als hij iets doet wat niet mag, lijkt een soort instinct te zijn. Net als 'auw' als we onszelf stoten. Toch is het puur aangeleerd gedrag (evenals 'auw' trouwens). En bovendien totaal niet effectief, zoals we zien in het voorbeeld hierboven. Hoe vaker we 'nee' zeggen tegen ons kind, hoe minder ons kind het hoort. Niet omdat hij het niet wil horen, maar omdat hij het echt niet meer hoort.
Zijn hersenen filteren het woordje 'nee' in de categorie 'onbelangrijk'. Waarom eigenlijk?
Ben je wel eens bij mensen op bezoek geweest die vlakbij de snelweg of de spoorlijn wonen? 'Wat een herrie', zal jij misschien gedacht hebben. Maar, de mensen die er al een hele tijd wonen, horen het geluid van de auto's en trein niet meer. Het geluid komt nog wel binnen in je hersenen, maar die bestempelen het als 'onbelangrijke'. Iets wat er altijd is, is niet de moeite waard om op te focussen. Pas als het er niet meer is, krijg je een seintje van je hersenen en dan valt het je op. Zo werkt het met heel veel dingen, het tikken van de klok in de woonkamer, het geluid van de airco op je werk, de vogels die fluiten, het constante gezoem van de afzuiging. Na een tijdje hoor je het niet meer. En dat is maar goed ook, als al die dingen je constant zouden opvallen, zou je gek worden. Er zijn zo veel prikkels om ons heen dat we blij mogen zijn dat onze hersenen zelf filteren wat wel en niet belangrijk is.
En dingen die zich veel herhalen of er altijd zijn, komen vanzelf in de categorie 'onbelangrijk'. Of we dat nou willen of niet. Te vaak 'nee' zeggen tegen je kind, komt dus na een tijdje echt niet meer binnen.

Denk NIET aan een paarse olifant!
Wat was het eerste dat in je opkwam toen je de zin hierboven las? Toch geen paarse olifant? Ik zei nog zo: denk er NIET aan!
Helaas, zo werkt het niet. Alweer zo'n vervelend iets van onze hersenen. Het woordje 'niet' snappen we wel, maar het is ontzettend moeilijk om het uit te voeren. Dat blijkt uit het voorbeeld hierboven. Ergens niet aan denken, kunnen we praktisch niet. En helemaal niet als iemand je daar expliciet opdracht toe geeft. Bij veel mensen zorgt taal automatisch voor een visualisatie in je hoofd van wat er wordt gezegd. Als iemand zegt: 'Ik wil niet dat je je voeten op tafel legt.' popt gelijk het beeld van de tafel met jouw voeten erop in je hoofd. Je vraagt je wellicht af waarom iemand dat niet wil. Het is immers maar een IKEA tafel en hij is oud. Vervolgens moet je de daadwerkelijke handeling onderdrukken, omdat je er constant maar aan blijft denken.
Gelukkig lukt het de meeste van ons om ons te conformeren aan de regels van anderen. We hebben geleerd dat als we ergens op bezoek zijn en iemand vraagt ons onze voeten niet op tafel te leggen, we dat ook niet doen. We hebben geleerd onze drang om het toch te doen te onderdrukken.
Je leest het goed, dit hebben we geleerd. Dit konden we niet gelijk al toen we geboren waren. Jonge kinderen kunnen dit nog niet. Zo moeilijk als het voor jou is om niet aan een paarse olifant te denken als je dat wordt gevraagd, zo moeilijk is het voor je kind om niet op de bank te springen of niet zijn beker op de grond te gooien als je dat aan hem vraagt.
In de eerste plaats omdat ze het woordje 'niet' vaak helemaal niet horen. Wat ze horen is 'op de bank springen'. En al horen ze het woordje 'niet' wel, dan nog heb je er vervolgens wel voor gezorgd dat het beeld van 'op de bank springen' inmiddels in hun hoofd zit. En als kinderen ergens aan denken, gaan ze het 9 van 10 keer ook doen. Omdat ze de drang niet kunnen onderdrukken of omdat ze ontzettend nieuwsgierig zijn naar waarom iets dan niet mag. Zij zien die bank als een heerlijk springkussen, net zoals jij de IKEA tafel van je vriendin ziet als een oud ding waar je prima je voeten op kan leggen.

Wat dan wel?
Als 'nee' zeggen helemaal niet gehoord wordt door je kind en zeggen dat iets 'niet' mag averechts werkt, wat moeten we dan wel doen? Kinderen doen soms toch echt dingen die we niet willen!
De oplossing is simpel: draai je negatieve 'nee' en 'niet' om in een positieve 'dit wil ik WEL van jou'. Baby's die net beginnen te kruipen en je constant weg moet halen bij de dvd-speler, geef je iets anders om te doen. Begrijp de interesse van je kind en geef hem speelgoed met knopjes en gleufjes waar hij wel mee mag spelen. Tegen een dreumes die herhaaldelijk zijn beker op de grond gooit, zeg je: 'Wil je je beker op tafel zetten?' in plaats van 'Ik wil niet dat je je beker op de grond gooit.' Een peuter die op de bank springt, vraag je: 'Wil je op de bank gaan zitten?' in plaats van 'Je mag niet op de bank springen.' Kinderen die speelgoed van elkaar afpakken, vertel je: 'Ik zou graag willen dat jullie samen gaan spelen.' in plaats van 'Je mag niet afpakken van elkaar.'
Daarnaast geeft zeggen wat je wél wilt van een kind ook een stuk meer informatie. Alleen maar zeggen wat je niet wilt, geeft een kind enkel onzekerheid over wat hij op dat moment doet. Zeggen wat je wel wilt, geeft hem direct een alternatief voor het gedrag wat hij eigenlijk wilde doen, maar niet mag.
En als je erover nadenkt, werkt het ook zo bij jou. Als jouw partner tijdens een ruzie tegen je zegt: 'Ik wil niet dat je tegen me schreeuwt,' zit direct het beeld van schreeuwen in je hoofd. Dit maakt het heel erg moeilijk om dat dan niet te doen. Terwijl, als je partner tegen je zou zeggen: 'Ik vind het fijn als je rustig tegen me praat,' je dit veel makkelijker kan uitvoeren. Bovendien klinkt het ook een stuk minder onaardig.

'Nee is nee'... maar soms toch ook 'ja'...
Mag je dan helemaal nooit meer 'nee' zeggen tegen je kind? Natuurlijk niet, 'nee' zeggen is soms ook nodig. En er zijn momenten dat je het ook niet tegen houdt. Als je kind ineens de straat over wil steken, als je kind een ander kind slaat, er zijn momenten waarop een duidelijke 'nee' heel waardevol kan zijn. Maar, houdt het bij die paar keer. Houdt het bij de momenten waarop je echt niet wilt dat je kind iets doet en je niet direct een alternatief kan verzinnen. Zorg dat de 'nee' duidelijk overkomt. En vooral, blijf er ook bij. De 'nee's' die na lang zeuren toch ineens 'ja's' worden, zijn allerminst effectief. Zorg dat als je kind 'nee' hoort, hij ook direct weet dat het menens is.
En als je kind echt iets niet mag, leg dan duidelijk uit waarom niet en zoek samen alsnog een alternatief. 'Je mag niet slaan. Slaan doet een ander kindje pijn, dan moet dat kindje huilen. Je mag wel met je voeten op de grond stampen als je boos bent.'

Wil je weten hoe effectief deze manier is? Probeer het uit tijdens de week van de opvoeding (6-12 oktober 2014). Probeer een week lang de woorden 'nee' en 'niet' te vermijden!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

woensdag 9 juli 2014

Vakantie

Tijdens het eten klets ik met een kind (3,5) over zijn vakantie. 
Ik vraag: "Mag ik met je mee op vakantie?"
Kind: "Nee."
Ik: "Waarom niet?"
Kind: "Omdat ik rust wil..."

Nou, het zal je maar gezegd worden... Voor de meeste ouders is vakantie inderdaad 'even rust'. Voor de meeste kinderen daarentegen betekent vakantie: heerlijk non-stop spelen! Hoe verenig je die verlangens? En wat betekent 'even rust' eigenlijk voor papa en mama? Waar heb jij behoefte aan in de vakantie? Waar heeft je kind behoefte aan in de vakantie? En dan is er nog die lange reis als je op vakantie gaat. Hoe doe je dat eigenlijk, een hele dag met je jonge kind in de auto?
Hieronder lees je alles over vakantie vieren en op vakantie gaan!

Vakantie, en nu?
Hoera! Vakantie! Heerlijk even een paar weken lang helemaal niks! Én een paar weken lang alle tijd voor je kind(eren). Fijn en leuk, maar soms ook moeilijk te verenigen met je behoefte aan uitrusten van een (drukke) werkperiode. Wat kan je verwachten van je kind in de vakantie? En hoe zorg je ervoor dat je ook aan je rust komt?
Voor een jong kind dat gewend is om meerdere dagen per week naar oppas of kinderdagverblijf te gaan, is de vakantie ineens een grote verandering in zijn wekelijkse ritme. De meeste kinderen vinden het heerlijk om lekker samen met papa en mama alle tijd te hebben. Maar, ze zullen wel even moeten wennen aan het feit dat ze nu even niet naar de juf en de andere kindjes gaan. Soms ook een kleine teleurstelling voor je kind. Misschien is je kind de eerste paar vakantie-dagen wat opstandiger of juist wat aanhankelijker. Probeer dit gedrag te begrijpen en probeer vooral duidelijk te maken aan je kind dat hij nu vakantie heeft en wat vakantie betekent.
Het voorbereidende werk kun je al eerder doen. Vertel je kind wanneer hij de laatste dag voor de vakantie naar het kinderdagverblijf of de oppas gaat. Wellicht wordt daar ook het thema vakantie wel besproken. Schenk bij het ophalen van je kind op deze laatste dag net iets meer aandacht aan het afscheid nemen. Probeer in woorden die je kind begrijpt uit te leggen dat hij de andere kindjes en de juf even een tijdje niet ziet.
Probeer daarnaast in de eerste dagen thuis het normale dagelijkse ritme nog een beetje vast te houden. Zeker voor de hele jonge kinderen (0-2 jaar) is dit ritme heel erg belangrijk. Natuurlijk vervaagt het gewone, dagelijkse ritme wat in de vakantie. Dat is helemaal niet erg. Maar, maak de overgang niet te abrupt voor je kind.
Bespreek het thema vakantie met je kind. Wat gaan jullie doen? Gaan jullie op vakantie? Waar gaan jullie dan heen? Hoe gaan jullie daarheen? Met wie gaan jullie op vakantie? Blijven jullie thuis? Wat gaan jullie dan doen? Wordt er nog een bezoek gebracht aan opa en oma misschien?
Over al deze vragen kun je met je dreumes/peuter communiceren op een manier die bij zijn leeftijd past. Maak een mooie tekening over de vakantie, lees een boekje over op vakantie gaan, pak samen de koffer in, enz.
Je kind zal verder enorm genieten van jouw aanwezigheid tijdens de vakantie. Hij zal veel met je willen ondernemen. Probeer zelf ook vooral te genieten van het spelen met je kind zonder tijdsdruk en het gevoel nog van alles te 'moeten'. Je zult merken dat dit ook enorme ontspanning kan brengen!
Daarnaast betekent voor de meeste ouders vakantie ook een tijd van samen zijn. Onderneem als gezin leuke activiteiten en geniet vooral van lange middagen samen in de tuin. Wissel de 'ouderverantwoordelijkheid' af, zodat jullie allebei ook de tijd voor jezelf kunnen nemen. Een dagje alleen met mama of alleen met papa is voor je kind vaak ook een feestje!

Weggaan of thuisblijven?
De keus of je met je jonge kind(eren) op vakantie gaat of thuis blijft, is helemaal aan jou natuurlijk! Voor sommige mensen kan thuis blijven extra ontspannend zijn. Er hoeven geen koffers gepakt, je kind blijft gewoon in zijn natuurlijke omgeving, je hoeft niet moeilijk te doen op de camping met campingbedjes en commodes, enz. Voor anderen is thuis blijven echter helemaal niet zo ontspannend. Ze hebben het gevoel dat er nog steeds van alles 'moet'; de was, koken, boodschappen...
Denk vooral na over waar jou/jullie behoefte ligt. Je kind heeft in de vakantie het meest aan een ontspannen ouder die er voor hem is.

Besluit je om thuis te blijven?
Denk dan na over hoe je je vakantie inricht. Ga je dagjes weg of misschien nog een paar dagen naar opa en oma? Plan de activiteiten niet allemaal achter elkaar, maar spreid ze uit over de vrije weken. Begin ook vooral rustig. Laat je kind (en jezelf!) even wennen aan het feit dat het nu vakantie is. Maak ook vooral gebruik van de 'quality time' die jullie als gezin samen hebben. Maar, zorg er ook voor dat je in je eigen behoeften van vakantie voorziet. Wil je een dagje alleen naar de sauna? Ga vooral! Willen jullie samen een nachtje naar een hotel? Ook doen! De meeste opa's en oma's/ ooms en tantes passen met heel veel plezier op!
Om de vakantie voor je kind overzichtelijk te maken als je thuis blijft, kan het heel leuk zijn om een poster te maken van alle activiteiten die je onderneemt. Pak een groot vel papier en maak daar een tijdlijn op. Activiteiten die je al hebt ingepland kun je daarop aangeven. Laat genoeg ruimte over om achteraf de activiteit kleur te geven; plak er een foto bij of een ander aandenken of laat je kind een mooie tekening maken van de dag op de poster. Aan het eind van de vakantie heeft je kind zo een prachtig aandenken én kan hij bovendien super goed aan iedereen vertellen wat hij heeft gedaan.

Besluit je weg te gaan?
Als je besluit weg te gaan, vergt de reis vaak de meeste inspanning. Op vakantie gaan, hoeft trouwens niet altijd ver weg te zijn. Ook weggaan in eigen land, voelt vaak al als 'even helemaal eruit'.
Het kan fijn zijn voor je kind als hij weet wat er gaat komen. Een goede voorbereiding is het halve werk! Praat met je kind over waar jullie naartoe gaan. Laat het zien op een kaart of wereldbol, laat foto's zien van de camping of het hotel, plaatjes van het land en de plaats waar jullie heen gaan. Lees een boekje over op vakantie gaan en pak samen de koffer van je kind in.
Moet je lang in de auto zitten of ga je met het vliegtuig? Bereid je kind ook hierop voor. Leg uit wat er gaat gebeuren en waarom hij zo lang stil moet zitten. In een vliegtuig kun je af en toe wel even heen en weer lopen met je kind, doe dit ook vooral! Als je met de auto gaat, zorg er dan voor dat je regelmatig even stopt. Laat je kind dan lekker even rennen, ga even voetballen, iets actiefs.
Tijdens het rijden, is het voor de meeste kinderen fijn als ze wat afleiding hebben. Als je met een baby een lang stuk gaat rijden, geef dan niet al het speelgoed in één keer, maar wissel af. Met vijf speeltjes die je rouleert, kom je een heel eind. Verzin daarnaast een veilige manier (vb een spenenkoort) om het speelgoedje vast te kunnen maken aan de maxi-cosi of het autozitje. Zo kan je baby het zelf weer pakken als het valt.
Zorg bij een baby ook voor regelmatig contact met een van de ouders. Je kan ervoor kiezen om naast je baby achterin te gaan zitten, maar af en toe even omdraaien en je baby aandacht geven, is ook voldoende.
Dreumesen en peuters verwachten vaak wat meer uitdaging in het speelgoed dat ze wordt aangeboden. Zorg dat je voldoende bij je hebt en dat je kunt afwisselen. Portable dvd-speler, boekjes, puzzelboekjes, kleurboek, spelletjes op je tablet. En vergeet daarnaast ook niet dat er heel veel leuke spelletjes zijn die je onderweg kunt doen. Denk aan het tellen van alle rode auto's of alle volvo's of 'ik zie, ik zie, wat jij niet ziet'. En maak je kind bewust van zijn omgeving. Wat zie je allemaal als je uit het raam kijkt? Bergen? Water? Bomen? Wat is anders dan in Nederland?
Eenmaal op de plek van bestemming, gelden eigenlijk dezelfde tips als bij het thuisblijven: plan niet alles achter elkaar, geniet van de tijd samen en vergeet ook vooral je eigen behoeftes niet!
Slapen op een andere plek kan voor je kind nog wel eens lastig zijn. Probeer, ook op vakantie, je kind gewoon in zijn eigen bed te laten slapen en niet bij jullie in bed.

'Ik ga op vakantie en ik neem mee...'
Aan luiers, pleisters, rompertjes en toetenpoetsers denk je wel. Maar, heb je ook aan de volgende dingen gedacht?
- meeneem toiletverkleiner en/of potje (handig voor onderweg, maar ook voor op de camping of in het hotel)
- luiers, ook als je kind al zindelijk is
- veel water (niet alleen handig om te drinken, maar ook om handjes en gezicht of kleding te wassen)
- klein beetje wasmiddel voor onderweg (ohjee, doorgelekt! met een beetje wasmiddel voorkom je een vieze lucht de rest van de rit)
- extra rompertjes en een setje extra kleding op een plek waar je makkelijk bij kan
- een lijstje met activiteiten voor in de auto
- raamstickers voor in de auto
- zonnebril/petje voor je kind
- hydrofiele luiers (om multifunctioneel te gebruiken; om zon tegen te houden in de auto, om op te spelen als je even stopt, als dekentje om onder te slapen of zelfs als luier in geval van nood)
- klein en licht speelgoed: bellenblaas, ballonnen, opblaasbal
- in de EHBO-doos: alcoholdoekjes om te ontsmetten (zijn vaak per stuk verpakt, dus handig mee te nemen) en een potje aloë vera creme (te koop bij 'de tuinen' en goed voor alles: zonnebrand, uitslag, blauwe plek, enz)
- tape (om stopcontacten af te plakken)
- iets waar gegevens van jou opstaan dat je kind bij zich kan dragen (veilige ketting, sticker, button)
- vaccinatieboekje van je kind
- plastic zak voor afval (en voor het eventuele overgeven...)
- babyfoon
- slaapzakje van je kind

En als je dan zo goed bent voorbereid, hoef je alleen nog maar te genieten! Fijne vakantie!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

woensdag 4 juni 2014

Zeuren

Kind (4) in auto tegen vader: "Hoe lang nog?"
Vader: "Nog 200 kilometer."
Na een minuut, vraagt het kind: "En nu?"
Vader: "Nog 198 kilometer."
Na weer een minuut, vraagt het kind opnieuw: "En nu?"
Vader: "Nog 195 kilometer."
Nog een minuut later, vraagt het kind: "En nu?"
Dan zegt de vader: "Nog 300 kilometer."
Het kind kijkt verbaasd naar de vader: "En net was het nog 195!"
Vader: "Ja, maar als je zo blijft zeuren, duurt het veel langer."

Soms heb je wel eens helemaal genoeg van een zeurend kind. Kinderen die maar dezelfde vragen blijven stellen of kinderen die maar blijven zeuren om nog een koekje. Op het moment zelf lijkt het soms het makkelijkst om je kind maar gewoon zijn zin te geven. Dan ben je eindelijk van het gezeur af. En morgen zie je wel weer opnieuw. Maar ja, soms duurt iets nou eenmaal even en soms kan je nou eenmaal niet alle koekjes uit de supermarkt in je wagentje leggen. Wat dan?

Zeuren, wat is dat eigenlijk?
Wanneer vind je dat een kind zeurt? Wanneer vind je dat jouw kind zeurt? Vandaag nog hoorde ik een moeder zeggen over het twee-jarige zoontje van een vriendin: "Ik vind een uur lang vragen om iets waarop ik al drie keer 'nee' heb gezegd, zeuren." De moeder van het kind vond dit geen zeuren en liet het gedrag van haar zoontje toe.
Een precieze definitie van zeuren bestaat niet. Ten minste, het woordenboek heeft er uiteraard wel eentje ('langdurig aanhouden om de zin te krijgen'), maar wat jij zeuren vindt, daar gaat het om!
Net als met al het onwenselijke gedrag, bepaal jij wat je onwenselijk vindt en wat je wilt afleren.
Een belangrijk onderscheidt moet hier wel gemaakt worden tussen 'zeuren' en 'een kind de zin geven'. Zoals de definitie uit het woordenboek al zegt, heeft zeuren meestal tot doel om de zin te krijgen. Een kind zijn zin geven terwijl jij daar niet achter staat, is wat mij betreft nooit goed. Niet om zeuren te voorkomen en ook niet om het zeuren te stoppen. 'De zin willen hebben' kan dan op zichzelf als ongewenst gedrag worden beschouwd. Het middel om de zin te krijgen, namelijk het 'zeuren' is op zichzelf ook ongewenst gedrag. Hier gaat deze post verder op in.
Zoals gezegd, bepaal jij de definitie van zeuren. Toch wil ik hier wel het een en ander meegeven, bij het bepalen van de 'zeurgrens'.
Ten eerste, sommige ouders beschouwen een kind die veel vragen stelt al als een 'zeurpiet'. Waarom is de lucht blauw? Hoe zwaar is de wereld? Wat eten we vanavond? Hoe laat komt papa thuis? Waarom moet ik naar zwemles? Mag ik een koekje? Waar komen baby's vandaan? Soms vraagt een kind je de hele dag door de oren van het hoofd over van alles en nog wat. Steeds geduldig antwoord geven op al deze vragen (waarop het antwoord soms ook nog best ingewikkeld is), is lastig. En het is heel begrijpelijk dat je aan het eind van zo'n dag deze vragenstroom even zat bent en je kind het moet bekopen met een 'daarom' of 'dat leg ik je nog wel eens uit'. Vraag jezelf in zo'n situatie af: 'Vind ik dit zeuren?' en dus: 'Vind ik dit ongewenst gedrag?' Is het antwoord 'ja' dan kun je dit gedrag afleren (hoe, lees je hieronder). Is het antwoord 'nee' probeer je kind dan uit te leggen dat je snapt dat hij alles wil weten, maar dat jij nu even geen tijd hebt om uitgebreid op zijn vragen in te gaan. Stel een alternatief voor, een moment waarop je wel tijd hebt of verwijs je kind naar de andere ouder of een oudere broer of zus.
Probeer je daarnaast te beseffen dat kinderen nieuwsgierig zijn en dat nieuwsgierigheid geen verkeerde eigenschap is en dus ook niet als ongewenst gedrag dient te worden gezien. De manier waarop een kind die nieuwsgierigheid uit, kan door jou wel als ongewenst gedrag worden beschouwd, maar wees voorzichtig in het benaderen hiervan. Je wilt niet dat je kind niks meer durft te vragen.
Ten tweede, kinderen, en vooral jonge kinderen, testen grenzen uit. Zeuren is een manier om jouw grens te testen. Wat moet ik doen om mijn zin te krijgen? Hoe lang moet ik vragen om een koekje totdat ik het krijg? Veel kinderen zullen hier niet zo heel bewust mee bezig zijn, maar onbewust zeker wel. Jonge kinderen zijn, hoe vervelend dit wellicht klinkt, kleine egoïstjes. Ze zijn vooral bezig met zichzelf en het vervullen van hun eigen behoeften. Dit maakt ze soms ongelooflijk volhardend in het krijgen van hun zin met lang zeuren tot gevolg. Wat ik hier vooral mee wil zeggen, is: probeer dit te begrijpen. Kinderen zeuren niet bewust om jou te pesten (jonge kinderen doen nooit iets om jou te pesten), maar kinderen zeuren omdat ze hun zin willen én omdat ze in het verleden waarschijnlijk hebben geleerd (of gezien bij anderen) dat zeuren werkt.
Hoe je een einde kan maken aan het zeuren van je kind, lees je hieronder.

Straffen en belonen: de box van Skinner
Vind jij dat je kind zeurt en vind je dit ongewenst? Beloon dan vooral het zeuren niet! De beste manier om ongewenst gedrag af te leren, is het gedrag te negeren. Vraagt je kind om een koekje en is jouw antwoord 'nee', dan zou dit genoeg moeten zijn. Blijft je kind vragen om een koekje? Bepaal jouw grens. Wanneer vind jij het zeuren? Je kunt je antwoord nog eens herhalen en je kind uitleggen dat blijven vragen niet het gewenste resultaat oplevert. Straffen in deze situatie ben ik niet voor. Een kind straf geven (bijvoorbeeld even apart zetten), is ook een vorm van aandacht geven en in die zin soms ook een soort beloning. Daarom is het beter ongewenst gedrag te negeren. Als je kind blijft vragen om het koekje en jij negeert je kind, is de lol er snel af.
Eén voorwaarde is hier wel op van toepassing: wees consequent. Consequent zijn is in de opvoeding regelmatig van groot belang. Jonge kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid. 'Nee' is 'nee' en 'ja' is 'ja'. Dat was gisteren zo, dat is vandaag zo en dat zal morgen ook zo zijn.
Als we ongewenst gedrag, in dit geval zeuren, willen afleren, is consequent zijn van een nog groter belang. Af en toe toegeven is zelfs nog erger dan altijd toegeven. Dat wordt duidelijk in het voorbeeld hieronder dat het experiment van Skinner beschrijft over conditionering.

De box van Skinner


Nadat Pavlov de conditionering had ontdekt met zijn beroemde hond, bedacht Skinner een experiment om de conditionering verder te testen.
Hij bouwde een box waar een klein dier in paste. In de box zat een hendeltje en een voedseldispenser. Een rat werd in de box gezet. Als de rat per ongeluk op de hendel drukte, kwam er eten uit de dispenser, een beloning voor de rat.

Nu wilde Skinner weten hoe deze beloning het gedrag van de rat zou beïnvloeden. Zou de rat onthouden dat op de hendel drukken, hem eten verschafte en dus opnieuw op de hendel drukken als hij in de box werd gezet? Dit bleek het geval, de rat leerde dat hij beloond werd met eten voor zijn gedrag.


Skinner ging verder met zijn experiment. Hij hard nu drie boxen en drie ratten. Alle drie de ratten waren eerder  ‘geconditioneerd’ in de box. Ze wisten dus dat op de hendel drukken, hen eten verschafte.
In de eerste box bleef dit ook zo voor de rat. Zodra de rat honger had, drukte hij op de hendel en kreeg hij eten.
In de tweede box kreeg de rat geen eten meer als hij op de hendel drukte.
In de derde box kreeg de rat soms eten bij het drukken op de hendel, maar vaak ook niet.


Het opvallende was, dat de rat in de eerste box, regelmatig op de hendel drukte. Hij werd gelijk beloond en stopte dan.
In de tweede box bleef de rat gedurende enige tijd op de hendel drukken, maar kreeg uiteindelijk in de gaten dat zijn gedrag geen zin had, hij stopte en keek niet meer naar de hendel om.

In de derde box bleek de rat ongelooflijk volhardend. De rat bleef als een gek op de hendel drukken, omdat hij geen idee had wanneer hij eten zou krijgen.


Wat leert Skinner ons?
Wat vertelt dit experiment ons? De eerste rat in het experiment kunnen we vergelijken met een kind die altijd zijn zin krijgt. Hij vraagt ergens om (de rat drukt op de hendel) en krijgt dit ook (de rat krijgt eten). Dit kind zal niet veel zeuren ( de rat drukt niet niet continue op de hendel), dit is immers niet nodig.
De tweede rat in het experiment kunnen we vergelijken met een kind die nooit zijn zin krijgt. Als hij iets vraagt (de rat drukt op de hendel), krijgt hij het niet (de rat krijgt geen eten). Hij zal in het begin misschien nog wel eens zeuren (de rat drukt herhaaldelijk op de hendel), maar uiteindelijk zal hij leren dat zeuren geen zin heeft (de rat krijgt geen eten, wat hij ook doet).
De derde rat kunnen we vergelijken met een kind die soms zijn zin krijgt en soms niet. Als hij iets vraagt (de rat drukt op de hendel) krijgt hij vaak zijn zin niet (de rat krijgt geen eten), maar als hij blijft zeuren, krijgt hij soms wel zijn zin (de rat krijgt soms wél eten als hij op de hendel drukt). Dit zorgt ervoor dat het kind urenlang kan blijven zeuren, want hij heeft geleerd dat hij soms wel beloond wordt. Aangezien hij niet weet wanneer dit wel en wanneer dit niet geval is, loont het de moeite om het steeds maar weer te proberen.
In het voorbeeld zien we dat rat 3 die soms beloond wordt voor zijn gedrag, niet meer ophoudt met vragen om eten. Precies ditzelfde gebeurt er bij kinderen die soms wel beloond worden voor hun zeur-gedrag en soms niet. Ze blijven volhouden, want wie weet krijgen ze hun zin.
Wat moeten we dan wél doen?
Zeuren belonen we niet, maar zeuren negeren we. Altijd, bij elke opvoeder. Geef niet alleen een 'nee', maar leg ook uit. Als je kind niet begrijpt waarom hij om 17.00u geen koekje mag, is de kans groter dat hij toch blijft zeuren. Leg één keer duidelijk uit dat hij bijna gaat eten en dat nu nog een koekje eten ervoor zorgt dat hij straks zijn eten niet opkan, omdat hij dan al vol zit. Vertel je kind eventueel ook wanneer hij wel een koekje mag. Hebben jullie de afspraak dat er elke dag om 15.00u thee en een koekje genuttigd wordt? Herinner je kind daaraan en vertel hem dat hij morgen om 15.00u weer een koekje krijgt, net als gisteren en net als vandaag.
Blijft je kind zeuren? Dan is negeren de beste oplossing. Ga verder met waar je mee bezig was en geef je kind pas weer aandacht als het zeuren is gestopt.
Mocht het te erg uit de hand lopen en je kind gaat ander ongewenst gedrag vertonen wat voor hemzelf of zijn omgeving gevaar kan opleveren (agressief gedrag bijvoorbeeld), haal hem dan uit de situatie, zet hem apart en vertel hem waarom je zijn gedrag afkeurt. Houdt de methode van de naughty chair juist aan.
Beloon daarnaast ook vooral gewenst gedrag. Vraagt je kind netjes om een koekje? Beloon je kind dan door te zeggen dat je vindt dat hij dat heel netjes gevraagd heeft. Mocht je het moment passend vinden om ook een koekje te geven, geef je die. Mocht je het moment niet passend vinden, leg dan uit zoals hierboven beschreven dat je kind nu geen koekje krijgt.
Laat je kind ook aan het eind van de dag weten dat je heel trots op hem bent, omdat hij vandaag niet gezeurd heeft om een koekje. Een beloningssysteem in de vorm van stickers, is erg lastig als het gaat om gedrag wat je niet wilt zien. 'Niet zeuren' is in dit geval gewenst gedrag, maar hier is geen positieve formulering voor. Iets 'niet' doen is moeilijk te concreet te belonen, omdat je kind zo veel 'niet' doet. 'Netjes vragen' lijkt er misschien op, maar als je je kind steeds zijn geeft als hij iets netjes vraagt, loop je het risico dat je hij 20 keer per dag heel netjes om een koekje vraagt. Beloon daarom in woorden (zoals hierboven), maar blijf zelf bepalen wanneer je kind zijn zin krijgt en wanneer niet.
Zodra je vindt dat je kind zeurt, beloon dan nooit, maar negeer hem.

En onthoud: de aanhouder wint! (zorg er dus vooral voor dat jij de aanhouder bent en je kind niet)

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

dinsdag 8 april 2014

De week van het jonge kind: 6-12 april 2014

Early years are learning years!

De week van het jonge kind is voor iedereen die betrokken is bij het jonge kind. In deze week willen de initiatiefnemers aandacht vragen voor de belangrijke eerste levensjaren van een kind. Ouders kunnen deze week in gesprek gaan met iedereen die betrokken is bij de opvoeding van hun jonge kind.

Het thema van de week van het jonge kind is dit jaar: 'Early years are learning years'. Een thema dat uiteraard perfect aansluit bij het gedachtegoed van deze blog. De eerste jaren van een kind zijn ontzettend belangrijk. De jaren waarin een kind het meeste leert.
Ook ik nodig iedereen uit om deze week de dialoog aan te gaan met hen die betrokken zijn bij de opvoeding van jouw jonge kind. Bespreek wat voor jou belangrijk is en wat jij je kind wil leren.
Opvoeden doe je samen!

Wil je meer weten over de week van het jonge kind? En wil je weten welke activiteiten er georganiseerd worden bij jou in de buurt? Kijk dan op de site: www.weekvanhetjongekind.nl!

donderdag 3 april 2014

Opvoeden tot zelfstandigheid: zelf doen!

Kind (2) helpt mij met het opvouwen van de was. Hij pakt een hele grote theedoek en probeert deze op te vouwen. Na een tijdje proberen zegt hij: "Ik kan dit niet, ik ben veel te klein!"

In tegenstelling tot het mooie voorbeeld hierboven, denken de meeste jonge kinderen vanaf een jaar of 2 dat ze nergens te klein voor zijn! Ze willen alles zelf proberen en zelf doen. Ook dingen die eigenlijk nog een beetje te moeilijk zijn. Dit levert zo nu en dan de nodige frustratie op, maar vaak ook veel trots bij zowel kind als ouder. En hoewel kinderen soms meer willen dan ze kunnen, is het voor ouders belangrijk om te beseffen dat kinderen meer kunnen dan je vaak denkt!

Voordoen, samen doen, alleen doen, zelf doen
Voordat een kind iets alleen en zelf kan, kijkt hij het eerst af van jou. Dit gebeurt bij de 'dagelijkse' dingen als leren lopen en praten, maar ook bij de moeilijkere klussen als je rits dicht doen en je schoenen aantrekken.
Als een kind de kunst heeft afgekeken, zal hij gaan proberen om het zelf te gaan doen. Natuurlijk lukt dit nog niet gelijk de eerste keer en daarom help je hem. Van voordoen aan je kind, ga je naar samen doen met je kind. Lopen gaat nog niet alleen, maar wel aan de hand(en) van papa of mama. Na een tijdje samen doen en steeds een beetje minder helpen, gaan we over naar alleen doen. De eerste stapjes kunnen worden gezet zonder dat papa of mama helpt. We blijven in de buurt en vangen op, maar de weg naar zelfstandigheid is ingeslagen! Na een tijdje alleen doen met hulp op afstand is de tijd van helemaal zelf doen aangebroken. Je kind kan lopen en we kunnen hem met een gerust hart zelfstandig laten ontdekken.
Alle vaardigheden die een kind zich eigen maakt, doorlopen deze fasen. Soms ben je hier bewust mee bezig, zoals in het voorbeeld over leren lopen. Op andere momenten echter ben je je hier misschien minder van bewust. Probeer je te realiseren dat jij al vanaf een heel vroeg stadium voorbeeld bent voor je kind. Zoals jij het doet, zo zal je kind het in eerste instantie ook proberen.
Bij het samen doen, is het goed om erop te letten dat je een balans vindt tussen helpen en het je kind laten doen. Sommige kinderen zijn geneigd om snel op te geven: 'Ik kan het niet', 'Mama, wil jij dit tekenen, ik vind dat te moeilijk'. Natuurlijk help je je kind waar nodig, maar probeer ook vooral je kind te stimuleren om dingen wél te doen en zo nieuwe vaardigheden te leren. Stel voor om iets samen te doen, in plaats van het over te nemen van je kind. Geef je kind complimenten als iets lukt en spreek ook vooral jouw vertrouwen in je kind uit: 'Ik denk dat jij dat heel goed kan!'
Het verschil in wat je kind zelfstandig kan en wat hij kan met hulp van jou als opvoeder, wordt vaak de 'zone van naaste ontwikkeling' genoemd. Door gericht activiteiten aan te bieden die in de zone van naaste ontwikkeling liggen (dus dingen die je kind niet alleen, maar met een beetje of iets meer hulp van jou wel kan) stimuleer je de vaardigheden van je kind én bouwt je kind bovendien zelfvertrouwen op.
Wel is het hierbij belangrijk om goed naar het ontwikkelingsniveau van je kind te kijken. Elke ontwikkelingsfase kent zijn tijd, heel vroeg stimuleren heeft dan vaak geen zin en is enkel frustrerend voor jou en je kind. Als je weet dat je kind de puzzel met 6 stukjes goed alleen kan maken, maak dan samen een puzzel met 8 of 10 stukjes en niet gelijk eentje van 12 stukken.

Zelf doen: wat kan ik wel en wat kan ik niet?
Naast dat het voor jou uitzoeken is wat je kind alleen, wat hij met hulp van jou kan en wat hij nog niet kan, is dit net zo goed voor je kind een ontdekkingstocht. Soms zie je kinderen eindeloos de vaardigheid herhalen waarvan ze weten dat ze die goed kunnen. Laat dit vooral ook toe. Af en toe stimuleren tot het maken van een iets moeilijkere puzzel is prima, maar je kind haalt veel plezier uit het maken van de makkelijke puzzel. Het is nu eenmaal fijn om iets te doen waarvan je weet dat je dat kan. Dat geldt voor jou als ouder vast ook! Het ene kind zal meer willen ontdekken en willen leren dan het andere kind. Hierbij is een stimulerende omgeving van groot belang! Heeft je kind de mogelijkheid om een vaardigheid te oefenen die hij nog niet kan? Denk hierbij niet alleen aan moeilijke puzzels en een loopwagen, maar ook aan je kind dingen zelf laten doen. Laat je kind zelf zijn jas aan trekken, zijn knoop dicht maken en zijn banaan in stukjes snijden.
Probeer hierbij als ouders ook creatief te zijn. Een banaan snijden kan een kind van 2 prima met een veilig plastic mesje. En je jas aantrekken, is lang zo moeilijk niet, zoals je ziet in het plaatje hieronder.
Geef je kind de mogelijkheid om te doen waar hij goed in is, maar geef hem ook de mogelijkheid om nieuwe dingen te leren!
Zo kan je kind zelf ook ontdekken wat hij wel en wat hij niet kan. Hij kan om hulp leren vragen als iets nog niet alleen lukt en ontdekt hoe hij nieuwe dingen kan leren.


Copyright www.opgroeikaarten.nl

Zelf doen kost tijd
Iets nieuws leren, kost tijd. Iets zelf leren doen dus ook. Van tijd tot tijd wellicht ook erg frustrerend voor je kind. Hij wil zo graag zelf zijn broek open maken, maar het lukt hem gewoon nog niet. Het mooie is dat kinderen, zo lijkt het misschien niet altijd, een eindeloos geduld hebben. Kinderen raken wellicht snel gefrustreerd als iets niet lukt, maar een jong kind geeft vrijwel nooit op. Kinderen willen vooral heel graag zelfstandig zijn en dit is een enorme stimulans voor hen om te blijven proberen. Uiteraard is een belangrijke voetnoot hierbij dat dit een duidelijk cultuurgebonden kwestie is. In de Nederlandse (en veelal Westerse) cultuur voeden wij kinderen op tot zelfstandigheid. Op heel veel verschillende manieren komt de boodschap om zelfstandig te worden en dingen zelf te kunnen bij je kind terecht. Daarnaast worden kinderen vaak duidelijk beloond voor hun zelfstandigheid (denk bijvoorbeeld aan het enthousiasme van ouders bij de eerste stapjes of de eerste plas op de wc).
Maar, zelf doen kost ook tijd. Vaak ook net even wat meer tijd, of véél meer tijd, dan als jij het 'even snel' voor je kind doet. Dit maakt dat de verleiding van ouders en opvoeders vaak groot is om de boel over te nemen. Ook als je kind graag zelf zijn jas en schoenen wil aan doen, is het toch sneller als jij het even voor hem doet. Met mogelijk een opstandige driftbui van je kind tot gevolg.
Probeer je kind, ook nu weer, te begrijpen. Hij wil het graag zelf doen, omdat hij weet dat hij het kan of omdat hij het wil leren kunnen. Geef je kind die ruimte. Dat kost op dat moment misschien even iets meer tijd, maar levert je op de lange termijn juist tijd op! En natuurlijk, af en toe heb je haast en moet het 'even snel' dat kan en mag. Maar, probeer bij de dagelijkse dingen de extra tijd mee te calculeren. Wil je met je kind naar de supermarkt? Houd dan rekening met dat beetje extra voorbereidingstijd, zodat je kind rustig zelf zijn jas en schoenen aan kan doen.
Probeer ook de frustratie van je kind te snappen als iets na 100 keer proberen nog steeds niet lukt. Probeer samen naar een oplossing te zoeken. Je eigen schoenen aan doen als je veters hebt, is nu eenmaal lastiger dan als je klittenband hebt. Maak zo nodig een aanpassing hier en daar.

Zelf doen in een stimulerende omgeving
Hij was al even genoemd: de stimulerende omgeving. Dingen leren en vooral ook dingen willen leren, hebben een stimulerende omgeving nodig. Een kind die niet wordt uitgedaagd om dingen zelf te kunnen, zal hier veel minder behoefte aan hebben.
Een stimulerende omgeving bestaat grofweg uit twee facetten: stimulerend en uitdagend (spel)materiaal én stimulerende ouders. Het spelmateriaal is het misschien wel de makkelijkste van de twee. Zeker als je al een ouder kind hebt, heeft je jonge kind automatisch de beschikking over (spel)materiaal wat in zijn zone van naaste ontwikkeling ligt. Als er geen oudere broer of zus is, probeer hier dan als ouder op te letten. Zorg dat er een loopwagen is als je merkt dat je kindje wil gaan lopen, zorg voor uitdagend constructie-materiaal (blokken om mee te bouwen, duplo, lego, treinbaan, etc.) en koop ook wat boekjes en puzzels die nu nog net te moeilijk zijn voor je kind. Zorg er dan vervolgens ook voor dat dit materiaal op een plek ligt waar je kind er makkelijk bij kan. Laat je kind het materiaal zelf ontdekken en observeer wat hij ermee doet. Pakt hij de moeilijke puzzel uit de kast? Laat hem daar gerust mee spelen. Wellicht vraagt hij om hulp, geef die dan. Vraagt je kind niet om hulp, maar zie je wel dat de puzzel te moeilijk voor hem is? Bied dan aan om de puzzel samen te maken.
Naast stimulerend (spel)materiaal zijn stimulerende ouders ook erg belangrijk. Geef je kind vooral de ruimte en tijd om dingen zelf te leren doen. Vermijd gedachten/zinnen als: 'Die puzzel is te moeilijk voor jou', 'Dat kan jij niet' of 'Daar ben je te klein voor'. Grijp ook niet te snel in. Laat je kind rustig even rommelen met zijn rits voordat je het overneemt. Vraag bovendien: 'Zal ik je even helpen?' of 'Zullen we het even samen doen?' in plaats van het zonder waarschuwing over te nemen. Voorstellen iets samen te doen brengt vaak veel meer medewerking van je kind met zich mee dan voorstellen dat jij het even doet.
Daag een kind die het lastig vindt om nieuwe dingen te leren uit om dit wel te doen. Spreek je zelfvertrouwen in je kind uit en stel voor om nieuwe dingen samen te proberen.
En tot slot: veel complimentjes! Als je wilt dat je kind zelfstandig wordt, laat dan vooral merken dat dingen zelf doen gewenst gedrag is. Vertel je kind hoe trots je op hem bent dat hij al helemaal zelf de trap op kan lopen! Zeg dat je het zo fijn vindt dat je kind zelf naar de wc gaat.
En natuurlijk, zoals altijd, geniet van je kind die elke dag weer een beetje meer kan!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

maandag 3 maart 2014

Boekentips

Wil je weten hoe je het beste voorleest en leest met je jonge kind?
Ben je op zoek naar goede boeken over de opvoeding en ontwikkeling van je jonge kind?

Kijk dan eens op de nieuwe pagina 'boekentips'! Hier vind je eveneens (voorlees)boeken in bepaalde thema's. Een zeer waardevolle aanvulling bij de opvoeding!

Ga na het lezen vooral lekker aan de slag en ervaar hoe leuk (voor)lezen aan/met je jonge kind kan zijn! Geniet ervan!!