dinsdag 3 mei 2016

"Mama, ik ben bang..."

Ik zit met mijn oppaskindje (6) op de schommel. We gaan best hoog. Ze vindt het een beetje spannend en zegt: "Petra, voel jij het ook kriebelen in je buik?"


Angst bij jonge kinderen. Is dat aangeleerd of aangeboren? Zijn wij van nature bang voor bepaalde dingen of leren wij bang te zijn door wat onze omgeving ons vertelt? Bij sommige dieren zie je dat er een bepaalde angst is 'ingeprogrammeerd'. Bepaalde gevaren in de natuur, bijvoorbeeld dieren met een bepaalde kleur, herkennen ze instinctief. Daar blijven ze vanaf en die eten ze niet op. Toch zijn er ook veel gevaren die ze moeten leren van hun opvoeders. Hoe zit dat bij mensen?


In "Mama, ik ben bang..." neem ik je mee in de angstontwikkeling van jonge kinderen. Je zult er eens te meer achter komen dat wij onze jonge kinderen veel meer beïnvloeden dan we misschien denken.


Angst, aangeboren?
Er zijn maar twee soorten angst aangeboren. Namelijk de angst om te vallen en angst voor harde geluiden. Dit zijn angsten die ons leven kunnen bedreigen. Het zijn zogenaamde 'functionele angsten'.
Angst voor harde geluiden kennen we allemaal. We kunnen er niets aan doen dat we schrikken. We kijken om eens heen, willen weten waar het geluid vandaan kwam en de mate van dreiging bepalen. Is er geen dreiging? Dan zakt het adrenaline-niveau weer, wat ervoor zorgt dat als er wel dreiging is we kunnen vluchten of vechten.
De angst om te vallen is ook een functionele angst. Vallen kan namelijk ook levensbedreigend zijn. Ook als we vallen, maken we adrenaline aan om al onze spieren aan te spannen en onze val te breken.
Bij veel jonge baby’s kunnen we deze angst waarnemen als ze in slaap vallen. Veel baby’s schrikken daarvan wakker. Ze hebben letterlijk het gevoel te vallen. (Misschien herken je dat wel, sommige volwassenen hebben dit ook.) Soms wordt geadviseerd deze schrikreactie te gebruiken als baby’s moeilijk wakker te maken zijn voor bijvoorbeeld een voeding. Je pakt ze op en laat ze heel kort naar beneden ‘vallen’ in je armen. Van de schrikreactie wordt je baby wakker. Dit kan overigens helemaal geen kwaad.


Hele jonge baby's hebben nog geen angst voor hoogte, omdat ze nog geen diepte kunnen zien en dus ook geen hoogte kunnen bepalen. Dit komt voornamelijk omdat hun zicht daarvoor nog niet voldoende ontwikkelt is. Baby’s zien de eerste maanden van hun leven nog onscherp en de eerste weken vaak nog dubbel. Om diepte te kunnen zien is goede samenwerking van beide ogen nodig.
schijnafgrond.jpgVanaf 6 maanden zie je dat baby’s deze angst wel ontwikkelen. Dit is onder andere aangetoond in een onderzoek waarbij baby’s over een tafel kruipen met een geblokt patroon. Halverwege houdt de tafel op en gaat deze over in een glasplaat met daaronder een zelfde geblokte patroon. Baby’s vanaf 6 maanden stoppen met kruipen als ze bij de glasplaat zijn. Ze zien de diepte en willen niet verder. Ook niet als hun vader of moeder aan de andere kant staat. De angst om te vallen uit zich vanaf dit moment dus ook door bepaalde hoogtes te mijden.


Als kinderen 6 maanden zijn, kunnen ze nog meer angsten ontwikkelen. Zoals de angst voor water of om alleen gelaten te worden. Deze angsten gaan vaak vanzelf weer over als ze adequaat mee wordt omgegaan.


Angst, aangeleerd?
Los van de angst om te vallen en de angst voor harde geluiden, zijn alle andere angsten aangeleerd. Dat wil zeggen dat de angsten niet uit het kind zelf komen, maar dat de omgeving de angsten ‘in het kind stopt’. Soms gebeurt dit bewust, maar vaak ook onbewust.
Dat veel angsten aangeleerd zijn, blijkt wel uit het feit dat de angst voor spinnen en honden bij kinderen in Nederland gemiddeld vaker voorkomt dat bij kinderen in andere landen. Dit geeft aan dat de omgevingsinvloed bij deze angst heel erg groot is.


Baby’s en jonge kinderen kunnen bang worden voor mensen, dieren, voorwerpen of situaties omdat een van hun primaire opvoeders daar bang voor is en deze angst toont aan het kind. Angst kan ontstaan door iets wat het kind leest of ziet (bijvoorbeeld op televisie). Verder kan een kind bang worden ‘gemaakt’ voor bepaalde situaties omdat deze door de primaire opvoeder herhaaldelijk als ‘eng’ worden bestempeld en benoemd.


Ben jij bang voor spinnen? Dikke kans dat je kind dat ook wordt! Je kindje leert immers van jou! Van wie anders? Doordat jij je angstig gedraagt als je een spin ziet, leer je je kindje onbewust ‘dit is iets waar je bang voor moet zijn’. Zo wordt je kindje ook bang voor spinnen. Overigens toont recent onderzoek aan dat de invloed van vaders hierbij groter is dan de invloed van moeders. Kinderen kijken meer naar de vader om de dreiging van een bepaalde situatie in te schatten, dan naar de moeder. Wellicht komt dit omdat vaders over het algemeen wat ruiger spelen met hun kind en hun kind meer loslaten. Moeders zijn voorzichtiger. Mogelijk geeft dit de boodschap van de vader meer kracht als hij uit dat een situatie niet veilig is.


Wees je ook bewust van hoeveel je invult voor je kind en zo onbedoeld mogelijk een angst aanpraat. Door dingen te benoemen als ‘eng’ of ‘spannend’ kan je kind ze ook zo gaan ervaren, terwijl dat misschien in eerste instantie niet zo was.
Als je kind een hond aait en de hond reageert hierop, waarop je kind zijn handje terug trekt, zeg dan niet: ‘Vind je dat een beetje eng?’ Maar, zeg: ‘He, wat doet het hondje nou? Het hondje vindt het fijn! Zullen we nog een keer aaien?’
Als je kind de juf geen handje wil geven op het kinderdagverblijf, benoem dit dan niet te snel als verlegen of spannend, maar geef zelf het goede voorbeeld, geef de juf een hand. Als je kind het alleen dan alsnog niet wil, stel dan voor om het samen te doen.
Denk niet te snel als je kindje gaat huilen als je het licht uit doet dat hij bang is in het donker. En vermijd een dergelijke situatie ook niet. Laat eventueel een nachtlampje aan en maak van naar bed gaan een leuk en vrolijk ritueel. Geef je kind zo de boodschap mee: voor donker hoef je niet bang te zijn.


Bovenstaande betekent overigens niet dat je kindje geen angst mag hebben.
Soms is aangeleerde angst ook functionele angst. Deze angst is nuttig en helpt je kindje bepalen binnen welke grenzen hij de wereld kan ontdekken, wat veilig is en wat niet veilig is. Wel is angst hierbij een wat groot woord misschien. Het is belangrijk dat je je kindje leert voorzichtig te zijn in het verkeer, met scherpe voorwerpen of dat hij moet oppassen als hij een gevaarlijk dier ziet, maar dit zou niet moeten leiden tot een grote angst voor auto’s,  scherpe messen of dieren.


Verder is het wel degelijk van belang om de angsten die je kind daadwerkelijk heeft serieus te nemen.
Als je echt merkt dat je kindje bang is, is het belangrijk dat je hier niet zo maar aan voorbij gaat. Er zijn dan verschillende manieren die je kunnen helpen hiermee om te gaan. Hoe je het aanpakt hangt erg af van jou, je kindje en de situatie. Meestal kun je pas echt spreken van angst als kinderen wat ouder zijn. Zou je hier meer van willen weten of hulp bij willen? Kijk dan eens op www.parentingcompany.nl.
Belangrijk is vooral dat je jezelf altijd kritisch blijft afvragen: merk ik echte angst bij mijn kindje (en zo ja, hoe weet ik dat en waar komt die vandaan?) of vul ik dat in?


Feit blijft dat je zelf altijd de beste leerschool bent voor je kindje. Wees zelf het goede voorbeeld! Angst is aangeleerd gedrag, maar durf en zelfvertrouwen ook!

------------------------------

Hoe zit het met verlatingsangst?
Verlatingsangst is eigenlijk van een heel andere categorie. Verlatingsangst is namelijk niet zo zeer angst. De meeste kinderen krijgen rond 6 maanden door dat ze een eigen ‘ik’ zijn en dat hun speelgoed, papa en mama, objecten en personen zijn die los van hen bestaan. Ze krijgen het concept van de wisselwerking door, actie-reactie. Dit zorgt er ook voor dat ze het steeds beter door hebben als ze alleen zijn. Dit gecombineerd met een veilige hechtingsrelatie zorgt voor verlatingsangst; hard huilen als papa of mama weggaat. Dit heeft niets te maken met ‘bang zijn dat papa of mama niet meer terug komt’. Jonge kinderen hebben nog geen besef van tijd en toekomst. Ze vinden het domweg niet leuk. Mensen zijn nu eenmaal sociale wezens en over het algemeen niet graag alleen. Je kunt je kindje helpen hiermee om te gaan door hem te laten hechten aan meerdere personen, voorspelbare rituelen te verbinden aan lastige situaties (bijvoorbeeld het afscheid nemen op het kinderdagverblijf) en door niet te veel toe te geven aan het steeds maar oppakken van je kindje. Natuurlijk wil hij bij je zijn en dat mag ook. Maar, troosten kan op heel veel verschillende manieren en door meer dan 1 persoon gedaan worden.

vrijdag 26 februari 2016

Wist je dat... slaapweetjes!

"Slapen is geen geringe kunst; je moet er de hele dag voor wakker blijven." - Friedrich Nietzsche


De blogpost over slapen is veruit de meest gelezen post. Ook binnen mijn eigen praktijk krijg ik de meeste vragen over slapen. Slaapt mijn baby wel genoeg? Waarom wordt mijn dreumes zo vroeg wakker? Moet mijn peuter 's middags nog steeds slapen? Gaat mijn kind niet te laat naar bed? Waarom wordt mijn baby zoveel wakker 's nachts? Waarom wil mijn peuter 's avonds niet naar bed?
En zo kan ik nog wel even doorgaan. De grootste onzekerheid van ouders is vaak het slaapgedrag van hun jonge kind. Omdat in die ene blogpost over slapen niet alles besproken is, hieronder gewoon maar eens wat slaapweetjes. En tussendoor ook wat tips voor wellicht ook jouw kind zijn slaapprobleem!


Wist je dat...

... jonge kinderen vaak om dezelfde tijd 's ochtends wakker worden, ongeacht hoe laat ze 's avonds naar bed gaan?
... een middagslaapje ook gewenning kan zijn en niet per se betekent dat je peuter deze nodig heeft?
... pasgeboren baby's wel 20 van de 24 uur slapen?
... voor de meeste jonge kinderen een bedtijd tussen 18.30 en 19.30 het beste werkt?
... de meeste slaapproblemen bij baby's veroorzaakt worden door oververmoeidheid?
... minder slapen overdag niet betekent dat baby's 's nachts beter of langer slapen?
... een nachtvoeding ook gewenning kan zijn als je kindje ouder dan 6 maanden is?
... de meeste jonge kinderen ongeveer 12 uur op bed liggen 's nachts?
... de hoeveelheid slaap die een jong kind nodig heeft best kan verschillen tussen kinderen?
... doorslapen betekent dat je baby 5 uur achtereen slaapt?
... en dat de meeste baby's dit gaan doen vanaf 3 maanden ongeveer?
... je baby rond de 6 maanden vaak de hele nacht gaat doorslapen, van ongeveer 23.00 tot 6.00/7.00?
... je pas rond de eerste verjaardag van je kind kan verwachten dat hij het klokje rond slaapt?
... de slaapcyclus van een baby zo'n 45 minuten is (en bij volwassenen 90 minuten)?
... het dus erg logisch is dat je baby na 45 minuten (even) wakker wordt?
... een baby vanaf 3 maanden tot een jaar zo'n 15 uur slaap in totaal nodig heeft per etmaal?
... kinderen tot hun 3e levensjaar vaak nog overdag slapen?
... het heel normaal is dat je er regelmatig 's nachts even uit moet om je kind te troosten, ook als hij geen nachtvoeding meer krijgt?
... kinderen soms slecht slapen als ze overdag veel hebben meegemaakt?
... het dan helpt om hier eerst even bij stil te staan door erover te praten of te knutselen?
... een bedritueel voor vrijwel alle kinderen goed werkt om rustig in slaap te vallen?
... het belangrijk is dat je baby wakker in bed wordt gelegd, zodat leert hij om zelf in slaap te vallen?
... kinderen soms letterlijk wakker schrikken als ze in slaap vallen?
... baby's pas vanaf 9 maanden dromen?
... jonge kinderen soms niet goed kunnen bedenken dat hun droom niet echt is, omdat fantasie en werkelijkheid nog erg door elkaar worden gehaald?
... kinderen het meest veilig slapen in een slaapzak in hun eigen bed?
... de WHO adviseert om je baby tot 6 maanden bij jou op de kamer te laten slapen (in zijn eigen wiegje of ledikant)?
... baby's soms bij fases slecht slapen en je het dus soms gewoon even moet accepteren dat hij overdag alleen maar hazenslaapjes doet?
... kinderen op het kinderdagverblijf vaak wat minder goed slapen dan thuis?
... je het slaappatroon van je baby best een beetje kan sturen door zijn slaapjes wat uit te stellen?
... je baby van 6 maanden (of ouder) soms vanzelf weer in slaap valt nadat hij even wakker is geworden als je er niet direct heen gaat als hij wakker wordt?
... kinderen (en wij trouwens ook) het beste slapen bij een temperatuur tussen de 15-18 graden?
... je beter goed kan ventileren op de slaapkamer van je kind en hem wat extra's aantrekken dan de verwarming aan te zetten en het raam dicht te houden?
... pasgeboren baby's van nature al een bioritme hebben waarbij ze niet veel langer op kunnen zijn dan 1,5 uur?
... je baby echt niet wakker wordt van geluiden om hem heen?
... je dus best kunt rommelen in huis als je baby slaapt?
... dit het beste gaat als je baby vanaf het begin al went aan slapen met geluiden om hem heen?
... pasgeboren baby's dit juist fijn vinden, omdat ze dit gewend zijn van toen ze nog in mama's buik zaten?
... als je kind uit bed komt 's avonds je hem het beste gewoon weer terug kunt leggen?
... even huilen bij het in bed leggen echt niet erg is voor je baby?
... alle baby's kunnen leren om zelfstandig in slaap te vallen?
... jonge kinderen regelmatig spoken 's nachts, als ze tandjes krijgen, als ze een sprongetje maken, tijdens de regeldagen, als ze niet lekker zijn of als ze naar hebben gedroomd?
... inbakeren vaak heel veel rust geven bij baby's die onrustig slapen?
... het soms ook kan helpen om je baby's armpjes in de slaapzak te doen in plaats van in de mouwtjes?
... het goed is om het speentje van je baby uit zijn mond te halen als jij slaapt?
... je baby vaak goed slaapt als er een knuffeltje bij hem ligt dat een beetje naar mama ruikt?
... een peuter het beste slaapt in een ledikantje waar hij zelf niet uit kan komen?
... pas rond het derde levensjaar van je kind het tijd kan zijn voor een groter bed?
... ouders vaak het meest onzeker zijn over het slaapgedrag van hun kind?
... dit vaak helemaal niet nodig is, omdat voor elk probleem wel een oplossing is?

Nog meer weten over slapen? Lees dan de blogpost 'slapen'. Heb je hulp nodig bij het slaapprobleem van je kind? Kijk dan eens op www.parentingcompany.nl!

vrijdag 8 januari 2016

Babytaal

We spelen buiten. In de kinderwagen zit een kindje van 10 maanden oud. Als het kindje in zijn oogjes begint te wrijven, vraag ik: "Ben je moe?" Het kindje schudt hard 'nee' met zijn hoofdje, gevolgd door een grote gaap...

Je baby leren kennen en begrijpen, is misschien wel de grootste opgave tijdens de eerste twee jaar. 'Wat wil je nou toch?' verzucht ik zelf dikwijls als mijn kleine man maar blijft mopperen en ik het hele riedeltje van wat er kan zijn al een paar keer ben afgelopen. Konden ze het maar gewoon vertellen! 'Gewoon' vertellen kunnen ze je het nog niet, maar babytaal bestaat gelukkig ook niet alleen maar uit huilen. Het is een hele klus om je kleintje te doorgronden, maar zeker niet onmogelijk. In deze blog alles over 'babytaal'. Hoe communiceert je baby met jou? Je zult merken dat hij veel meer kan dan je misschien denkt!

Universele babytaal
Het mooie aan de taal van baby's is dat deze universeel is. Dat wil zeggen: alle baby's 'praten' dezelfde taal. Dat komt omdat baby's handelen vanuit reflexen en instincten. Deze zijn voor iedereen hetzelfde. Denk maar eens aan het knipperen met je ogen als er iets heel dichtbij komt of als je schrikt. Dat doet iedereen, ongeacht je afkomst.
Wel merken we al snel aan de klanken die baby's gebruiken dat ze beïnvloedt zijn door de klanken die ze om zich heen horen. Chinese baby's brabbelen anders dan Nederlandse baby's. Echter, alle baby's huilen op dezelfde manier, lachen naar andere mensen, gapen als ze moe zijn en beginnen te happen als ze honger hebben. Of je baby nu Duits of Zweeds is, elke ouder kan in principe elke baby begrijpen. Ik zeg in principe, want een groot gedeelte van je baby begrijpen zit hem in het leren kennen van je baby. Want, ook al spreken baby's dezelfde taal, geen twee baby's zijn hetzelfde. Waar de ene baby nooit huilt als hij moe is, kan de andere baby bij de eerste gaap al in huilen uitbarsten. En waar de ene baby steevast naar zijn luier grijpt als hij heeft gepoept, kan de andere het op een brullen zetten na ieder windje...
Wat jouw baby fijn vindt en wat hij niet fijn vindt, vertelt hij jou op allerlei verschillende manieren. Ook vertelt hij je hoe het met hem gaat, of hij honger heeft, of hij moe is of dat hij een beetje aandacht nodig heeft. Ze zeggen wel eens: baby's worden niet met een gebruiksaanwijzing geboren. Maar, ik wil toch een poging doen om samen met jou en je baby een soort 'gebruiksaanwijzing' samen te stellen. Lees vooral verder!

'Baby's kunnen alleen maar huilen' ... ?
Een regelmatig gehoord statement. Volgens velen is de enige manier waarop een baby kan communiceren huilen. Alles behalve waar! Als dat zo was, hadden we alleen maar gestreste baby's. Als baby's alleen maar kunnen huilen om aan te geven wat er is, zou dat betekenen dat ze bij elke vieze luier, vermoeidheid, honger of ander ongenoegen het op een brullen zetten. Dan hadden we allemaal een huilbaby gehad...
Natuurlijk is huilen wel een communicatiemiddel. Maar, ik denk niet eens de voornaamste.
Baby's gebruiken een heel scala aan gebaren om aan te geven wat er met hen is. Hieronder gewoon eens even een overzichtje:

Vermoeidheid kunnen baby's laten zien door:
- te gapen
- in de ogen te wrijven (of als de coördinatie dit nog niet toelaat de handjes continu naar de wangetjes brengen)
- aan de oortjes of haartjes te zitten
- te duimen
- hun hoofdje weg te draaien

Dat een baby honger heeft, kan hij laten zien door:
- op zijn handjes te gaan sabbelen
- met zijn mondje te gaan 'happen' (vooral pasgeboren baby's doen dit)
- de achterkant van zijn handje steeds maar weer naar zijn mondje brengen
- te gaan smakken

Als een baby een vieze luier heeft, kan je dit zien:
- hij begint te wiebelen met zijn billen
- hij wordt onrustig en wil niet meer stil liggen
- hij grijpt naar zijn luier of doet een poging hiertoe
- hij duwt zijn billetjes omhoog
- baby's die al wat mobieler zijn, gaan soms ergens in een hoekje zitten
- hij wil juist niet meer zitten

Een baby die je aandacht wil, kan dit doen:
- je blik opzoeken
- armpjes naar je uit strekken
- naar je lachen
- harde geluidjes maken

Allemaal manieren van communiceren die niks met huilen te maken hebben! Bovenstaand lijstje betekent natuurlijk niet dat alle baby's die op hun handjes sabbelen honger hebben of dat elke baby die honger heeft op zijn handje gaat sabbelen. Die van mij deed dat eerste heel duidelijk en vervolgens te pas en te onpas. 'Heeft hij nou alweer honger?' dacht ik dan. Maar nee, hij had gewoon zijn handjes ontdekt! Daarbij was de fase 'alles gaat mijn mond in' begonnen. Nu moest ik dus zoeken naar andere hongersignalen.

'Mag' een baby nog wel huilen?
En dan een belangrijke vraag: Mogen baby's niet meer huilen van mij? Het antwoord: Natuurlijk wel.
Ik wil je hier allerminst vertellen dat een baby niet mag huilen. Als ik op internet lees over de communicatiemiddelen van baby's, lees ik regelmatig (soms letterlijk, soms tussen de regels door) dat als een baby huilt, je dan zijn eerste signalen hebt gemist en dat dat heel erg fout is. Laat je dat niet vertellen! Natuurlijk is het fijn voor je baby om gezien en gehoord te worden. Maar, jij bent niet perfect. Je kunt je baby nu eenmaal niet 24/7 observeren. Je zult echt wel meer dan eens een signaal missen. En dat is ook helemaal niet erg. Zolang je maar naar je baby toegaat als hij huilt. Zeker de eerste 6 maanden is laten huilen geen optie. Na een maand of 4 is laten zien en voelen dat je er bent soms ook voldoende. Mijn zoontje heeft grote moeite met slapen in bed overdag. in het begin haalde ik hem uit bed als hij erg ging huilen. Nu blijf ik er naast zitten en aai ik hem over zijn hoofdje. Soms huilt hij dan even, soms niet. Dat hoort een beetje bij het 'leren' in bed slapen en geeft niks. Als hij maar weet: ik ben niet alleen.
Daarnaast heb je ook nog de 'ongeduldige' baby's. Je kunt nog zo'n observerende ouder zijn, sommige baby's gaan gewoon vrijwel direct huilen als ze gepoept of honger hebben. Ja, dat kan je niet voor zijn...

Alhoewel er genoeg geluiden opgaan dat je ook die huiltjes voor moet zijn. Naar bed voordat ze moe zijn en voeden voordat ze honger hebben. Hier sta ik niet achter. Als een baby steeds al te eten krijgt voordat hij honger heeft (of trek, 'kindjes-in-Afrika-honger' heeft je baby echt niet als je hem gewoon regelmatig voedt), leert hij dat signaal van zijn lichaam helemaal niet kennen. Je moet een baby ook de ruimte geven om aan jou aan te kunnen geven: 'nu heb ik honger', zodat jij daar op in kan spelen door te zeggen: 'dan geef ik je eten'. Bovendien is het ook goed als baby's op den duur leren hun behoeftes uit te stellen. Natuurlijk nog niet als ze heel klein zijn, maar een baby van een maand of 8 kan soms best even wachten op zijn eten, daar is niks mis mee. Hij leert vanzelf dat je hem echt niet laat verhongeren.

Huilen is daarnaast ook een belangrijk middel van je baby om prikkels te verwerken. Vrijwel alle baby's (zowel die in Rusland als die in Nieuw Zeeland) huilen/mopperen/zijn hangerig aan het einde van de dag/begin van de avond. Dit heeft vaak te maken met vermoeidheid, clusteren bij borstgevoede baby's (vaker willen drinken aan het einde van de dag omdat je borsten dan minder melk maken), bij je willen zijn en dus het verwerken van alle prikkels van de dag. Ik zeg niet: laat je baby maar lekker een uurtje huilen in de box. Ik zeg wel: huilen is in dit geval soms ook nodig. Jij hebt het vast ook wel eens dat alles je even te veel wordt (denk maar terug aan je kraamweek bijvoorbeeld ;-) ). Even flink huilen kan dan zo opluchten! Zo is het voor je baby ook. Maar, met dit belangrijke verschil: je baby kan dit nog niet in zijn eentje. Jij kunt jezelf rustig krijgen door even flink te huilen, dat kan je baby nog niet. Huilen is niet erg, maar neem hem wel lekker bij je tijdens zo'n 'mopper-uurtje' (of twee uurtjes, of drie...). Desnoods in een draagdoek als dat iets voor je is. Heb je toch je handen vrij.

Ontwikkel ook vooral geen 'huil-angst'. Ik kom ze nog wel eens tegen: ouders die de deur maar niet meer uit gaan, want 'straks gaat ie huilen'. Verzeker jezelf ervan dat zolang jij in de buurt bent, je baby het dan goed heeft en je bovendien altijd kan troosten. En daarbij: huilen is niet erg! Natuurlijk kun je je soms best bezwaard voelen als je baby zit te krijsen in het restaurant. Maar, maak je wereld niet kleiner dan nodig is. Baby's hoeven niet steeds maar overal mee naartoe genomen te worden, natuurlijk hebben ze rust en regelmaat nodig. Maar, een uitstapje op z'n tijd is hartstikke prima. En gaat je baby huilen en is hij niet te troosten? Je kunt altijd op elk moment besluiten om weer naar huis te gaan!

Verschillende babyhuiltjes
Ook hier zijn de meningen over verdeeld, maar ik heb aan den lijve ondervonden dat het klopt. Er zijn verschillende babyhuiltjes en als je goed luistert, herken je ze wellicht ook bij je eigen baby! De verschillende huiltjes ontstaan door wat een baby instinctief met zijn mond en tong doet als hij huilt. Een baby die honger heeft, wil zuigen. Dat geeft een ander huiltje dan die van een baby die moe is, die gaat gapen.
Hieronder een overzicht:

Nèh = honger
De zuigreflex zorgt ervoor dat deze klank ontstaat. Maak zelf de klank maar eens en voel wat er gebeurt in je mond.
Èh = boertje
Lijkt wel een beetje op het honger huiltje, maar het scheelt dat je dit huiltje juist hoort na het voeden. Help je baby met het boertje. Blijft hij huilen? Misschien zit er nog een boertje of heeft hij toch nog een beetje honger. Probeer en leer!
Owh = moe
Deze klank wordt veroorzaakt door de gaap-reflex. Ook die kun je wel begrijpen als je de klank zelf maakt. Als je het een paar keer doet, ga je waarschijnlijk zelfs gapen.
Eairth = windje
Deze vind ik zelf nog wel eens lastig te ontdekken. Bij mijn zoontje is dit niet zozeer een huiltje als meer een 'moppertje' die lijkt op dit geluid. Bij een jonge baby help je hem door zijn beentjes een beetje omhoog te houden. Oudere baby's doen dit vaak zelf al, een duidelijk signaal dat er een windje aankomt!
Heh = onprettig voelen
Een aanhoudende, zeurende huil. Soms korte 'heh'tjes' achter elkaar, soms langere halen. Misschien lastig te onderscheiden van het honger huiltje. Als je alles hebt gecheckt en je baby blijft huilen dan voelt hij zich oncomfortabel. Misschien heeft hij het te warm of te koud? Misschien wil hij gewoon even bij je zijn. Pak hem op en kijk wat er gebeurt.

Hier voeg ik nog aan toe:
Als een baby pijn heeft, begint hij vooral hard en ontroostbaar te huilen. Als ouder weet je snel genoeg dat het gaat om pijn. Je baby verkrampt en lijkt al zijn energie te stoppen in het huilen. Misschien zijn het krampjes, misschien is het zijn slokdarm (bij de reflux-baby) of misschien is het iets anders. Wil je weten hoe jouw baby huilt bij pijn? Let dan goed op als hij zijn eerste prikje krijgt op het consultatiebureau. Waarschijnlijk vind je het hartstikke spannend en ben je helemaal niet bezig met het soort huiltje van je baby. Maar, het kan je helpen om dit in de toekomst te herkennen.

Gebarentaal met je baby
Tot slot, heb je er wel eens aan gedacht om bewust gebaren te gebruiken in de communicatie met je kind? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat dit zeer effectief is. Kinderen kunnen eerder gebaren dan praten. Als ze door middel van geleerde gebaren aan jou duidelijk kunnen maken wat er is, kan dit een hoop frustratie schelen!
Je kunt zelf gebaren verzinnen voor de meest basale gebeurtenissen op de dag: drinken, slapen, verschonen, in bad gaan. En voor belangrijke woorden: papa, mama, oppas, knuffel, bed, broek, auto, enz.
Maar, je kunt ook gebruik maken van bestaande methodes. De meest bekende is Lotte&Max. Het leuke aan deze methode is dat hij gebruik maakt van de officiële gebaren uit de Nederlandse Gebaren Taal. Je kunt verschillende materialen bestellen om er zelf mee aan de slag te gaan en er zijn verschillende dvd's met liedjes die ook nog eens leuk zijn voor je kind om naar te kijken!
(Nee, ik ben niet gesponsord, maar wel erg fan van deze methode!)
Wil je een idee krijgen? Kijk dan onderstaand filmpje eens:

dinsdag 17 november 2015

Help, een baby!

Mijn prachtige zoontje is geboren en mijn neefjes komen kijken. Vol bewondering bekijkt mijn jongste neefje (3) de nieuwste familie-aanwinst. Als hij de baby voorzichtig over zijn hoofdje wil aaien, zegt zijn mama: "Aai maar over zijn handje."
Even later aait mama zelf de baby over zijn hoofdje waarop mijn neefje wijs zegt: "Mama, aai maar over zijn handje."

Dat we voorzichtig moeten zijn met jonge baby's, dat weten we wel. Zelfs hele jonge kinderen weten dat al. Het is een soort instinct. Hoofdje ondersteunen, rustig wiegen, zachtjes aaien, voorzichtig afdrogen. Dat hoeven anderen ons eigenlijk niet te leren. Dat er echter nog veel meer bij komt kijken, daar verkijken we ons nogal op. We bereiden onszelf buitengewoon goed voor tijdens de zwangerschap. Bevalcursus, borstvoedingsvoorlichting, inrichting van de kinderkamer, aanschaffen van de beste kinderwagen, we kiezen een naam, kopen luiers, kleertjes, flessen, spenen, beddengoed. Maar dan, je bent bevallen en daar is ie dan: je baby! En nu?
Soms vergeten we ons een beetje voor te bereiden op de eerste maanden met baby. En hoewel veel vanzelf gaat, zijn er toch ook een hoop onzekerheden die je tegen kan komen die eerste tijd. In deze post een korte voorbereiding: wat kan je verwachten van jezelf en je baby in de eerste maanden?

De eerste weken
De allereerste week wordt je een beetje geleefd, is mijn ervaring. De kraamhulp is er nog en die vertelt je eigenlijk continue wat je moet doen. Wanneer voeden, wanneer slapen en meer is het ook eigenlijk nog niet in die eerste week. Baby's slapen nog ontzettend veel. Zeker de eerste paar dagen. Ze zijn uitgeput van die hele bevalling, net als jij, en komen echt even bij. Ze zijn vaak net genoeg wakker om even te drinken, maar regelmatig zul je ze ook hiervoor wakker moeten maken en soms zelfs houden. Bij mij was het soms een hele klus om onze slaapkop genoeg te laten drinken in die eerste week.
Het eerste 'help, een baby'-moment kan je verwachten als de kraamhulp de eerste dag weer naar huis gaat. Of wellicht al als je voor het eerst thuis bent (uit het ziekenhuis) en even moet wachten tot de kraamhulp er is. Je raakt al zo snel gewend aan het feit dat er mensen zijn die je helpen met de verzorging van je baby dat als die mensen weggaan, je je soms echt even verloren kan voelen. Gelukkig merk je vaak na een eerste nacht alleen al dat je het best wel kunt. Wat kan helpen is in hele kleine stapjes te denken. Niet op te zien tegen een hele nacht alleen, maar kijk eerst het eerste uurtje maar eens aan. Verwacht niks en laat je leiden door je baby. Pak hem op als hij huilt en meestal betekent dat in de eerste week dat hij wil drinken. Je voedt hem, geeft hem een schone luier en hij zal hoogstwaarschijnlijk weer in slaap vallen. Ongemerkt ben je zo alweer een uur verder!

Dan de eerste week zonder kraamhulp. Die kan behoorlijk pittig zijn. Ineens moet je het 'alleen' gaan doen. Je kunt je onzekerheden niet meer makkelijk kwijt elke ochtend en je moet gaan vertrouwen op jezelf en je baby. Hoewel heel veel echt 'vanzelf' gaat, is het toch wel allemaal nieuw. Wat normaal is en wat niet, dat weet je vaak nog niet. Bovendien ken je je baby nog niet. Ook al heeft hij negen maanden in je buik gezeten, daarbuiten is het echt een mensje dat je moet leren kennen. Hoe je baby slaapt, eet en huilt dat ga je nu ontdekken. Wat vindt hij fijn als hij buikpijn heeft? Wat betekenen zijn gebaren en zijn huiltjes? Het enige wat je kan doen, is uitproberen en observeren. Als ik dit doe, vindt mijn baby dat dan fijn? Wat vindt hij de fijnste houding na het drinken? Hoe slaapt hij prettig? Dit proces kan behoorlijk vermoeiend zijn. Maar echt, na een paar weken zul je merken dat je steeds beter kan inspelen op de behoefte van je baby. Je leert hem echt kennen. Je zult zelfs al vrij snel het gevoel krijgen dat je als ouders (en zeker mama) het beste weet wat je baby wil en fijn vindt. Wat het vervolgens ook weer moeilijk kan maken om hem soms even af te geven.
Toch heb ik hier wel een gouden tip: doe dat wel! Probeer zo snel mogelijk (het liefst al in de kraamweek), in elk geval één secundaire opvoeder te betrekken bij de verzorging van je baby. Geef je baby vooral niet zomaar aan iedereen als je dat niet fijn vindt (voor je baby is dat vaak ook helemaal niet prettig). Maar, het is wel erg belangrijk voor je eigen rust als er in elk geval één iemand in je omgeving is die je je baby toevertrouwt. En dit kan best even tijd kosten, zelfs als het je eigen moeder is. Maar, bedenk je: alle opa's, oma's en veel vriendinnen, broers, zussen, hebben precies hetzelfde meegemaakt als jij. Het zijn ervaringsdeskundigen!

Langzaamaan kom je zo de eerste weken door. En het gaat sneller dan je denkt. Elke week die je verder bent, mag je trots zijn op jezelf! Je doet het toch maar even!

Vermoeidheid, hormonen en onzekerheid
Hier zal ik me vooral even richten tot de mama's. Want die enorme rollercoaster van emoties na je bevalling, daar hoor je nou nooit iemand over. Huilbuien, onzekerheid, vermoeidheid en ondertussen ook nog voor je baby zorgen. Ga er maar vanuit dat het je ergens in de eerste weken een keer (of 20 keer...) te veel wordt. Je weet het niet meer, je kan het niet meer en je wil het misschien ook even niet meer. Alhoewel dit volkomen normaal is en gelukkig ook echt weer over gaat, heb je daar op dat moment weinig aan. Misschien ben je iemand die nooit huilt en voel je in je kraamweek continue de behoefte om zomaar ineens te huilen, zonder reden. Misschien ben je nooit onzeker, maar wordt je nu ineens overmand door onzekerheid om alles. Je kan je een totaal ander mens voelen in de eerste weken als mama. De tip: geef hier aan toe. Je verzetten tegen al die emoties heeft echt geen zin. Ook niet als dat normaal wel werkt. De tranen komen, vroeger of later, toch wel. Huil maar even goed, spreek al je onzekerheid even uit. Spui! En voor de papa's, oma's en vriendinnen: even geen goede raad en advies, maar gewoon luisteren en troosten! Het moet er eerst even uit voordat je alles weer in een ander perspectief kan zien.

Je kan je behoorlijk overmand voelen door al die emoties. En dan helpt het natuurlijk ook niet mee dat je ineens veel minder slaapt én je in je slaap steeds gewekt wordt door je baby. Je zult wellicht vermoeider zijn dan je ooit bent geweest en je zult je regelmatig afvragen hoe je in hemelsnaam deze dag weer door bent gekomen. Maar, het lukt altijd. Daar kun je op vertrouwen. Op de een of andere manier heeft de natuur er ook voor gezorgd dat je, zodra je papa of mama wordt, ineens met veel minder slaap toe kunt.
Dat neemt niet weg dat vermoeidheid wel echt heel vervelend kan zijn. Dus, slaap wanneer je kan! Trek makkelijke kleding aan, laat de mascara maar even in je toilettas zitten en duik ook overdag lekker je bed in als je baby slaapt. Ook na een paar weken, gewoon blijven doen! Lukt het niet om overdag te slapen? Pak dan de uurtjes aan het begin van de avond als je partner weer thuis is. Ik hoorde iemand ooit zeggen: 'Wat is er mis met de uren tussen 19.00 en 23.00? Dat zijn prima uurtjes om te slapen! Misschien niet zo gezellig, maar wel belangrijk. Eenmaal wat meer uitgerust, ben je echt veel meer waard!

Gevoelens waar ik in de eerste weken tegenaan liep (en die ik echt niet had verwacht) waren onzekerheid, het grote verantwoordelijkheidsgevoel en de onomkeerbaarheid van het krijgen van een kindje. Natuurlijk weet je dat als je kiest voor een kindje, dit een keuze voor de rest van je leven is. Maar, toch kan je overvallen worden door het gevoel dat die baby er nu echt voor altijd is. Jij bent nu voor altijd mama of papa. Dat brengt gelijk een groot verantwoordelijkheidsgevoel met zich mee. Je baby is volledig afhankelijk van jou. Die enorme afhankelijkheid kan zwaar zijn, maar kan je ook helpen. Je hebt immers geen keus. Als je baby huilt, heeft hij jou nodig. Laten huilen is nu nog geen optie. Wees je ervan bewust dat je deze verantwoordelijkheid niet alleen draagt. Ook al geef je borstvoeding, je bent samen ouders van jullie kindje. Overleg, praat en deel met elkaar! Dit kan je ook enorm helpen om met bepaalde onzekerheden om te gaan. Dé tip: laat internet voor wat het is en bel je moeder! Of je zus, vriendin, schoonmoeder, tante of broer. Mijn ervaring is dat internet je onzekerheid vaak alleen maar voedt. Even je hart luchten doet vaak al wonderen. Heb je echt twijfels? Schakel dan een professional in. Bel de huisarts, het consultatiebureau, de verloskundige, de lactatiekundige, ze zijn er allemaal om jou en je baby te helpen!

Voeden
Of je nu borst- of kunstvoeding geeft, het voeden is vaak de grootste bron van onzekerheid bij jonge ouders. Krijgt je kindje genoeg? Hoe vaak moet je voeden? Moet je je baby wakker maken voor een voeding? Moet je voeden op verzoek of op de klok? Wat is normaal?
Ook hierover lees je op internet de meest uiteenlopende verhalen en adviezen. Bij mij enkel een aanwakkering van mijn onzekerheid. Ook hier maar één tip: heb vertrouwen! Als je borstvoeding geeft, heb dan vertrouwen in je eigen lijf en in je baby. Zowel je borsten als je baby geven signalen af als het tijd is om te drinken. Kijk naar je baby, observeer en leer. Volledig voeden op verzoek wordt vaak geadviseerd bij borstvoeding, maar dit is echt niet de enige juiste manier. De eerste één a twee weken gaat het vaak vanzelf op verzoek. Maar, ik merkte bijvoorbeeld al vrij snel dat als ik mijn baby netjes om de 3 uur wakker maakte voor een voeding, hij simpelweg niet wilde drinken. En als hij uit zichzelf al na 1,5 uur weer leek te willen drinken, was het twee teugen en klaar. Beide werkte voor mij en mijn zoontje niet. Wakker maken voor een voeding heb ik dus al vrij snel niet meer gedaan. Ik ben van mening dat je er echt op kan vertrouwen dat je kindje het aangeeft als hij honger heeft. En hij gaat zeker niet dood als hij een keertje een voeding 'overslaat'. Ook te snel voeden, bleek veel te vermoeiend voor mij en mijn zoontje. Dus, een beetje naar de klok kijk ik wel. Ik laat hem natuurlijk echt niet een uur huilen van de honger, maar hij moet wel effectief drinken als ik hem aanleg. Soms is even een pinkje (of speentje, ojee, wat zeg ik nu?) geven een prima middel om te checken of je baby echt honger heeft of gewoon even wil zuigen en bij je wil zijn. De zuigbehoefte van jonge baby's is vaak veel groter dan nodig is om te drinken. Elke keer blijven aanleggen als dat mondje opengaat, zou er bij mij voor hebben gezorgd dat ik weken lang niks anders deed dan voeden. Zelf wilde ik dat zo niet en dus ben ik er wat meer ritme in gaan aanbrengen op deze manier.
Maar, er is hier echt geen goed of fout. Jij kiest wat past bij jou en je baby. Als volledig voeden op verzoek voor jou de beste manier is, vooral doen! En als je meer houvast wilt, neem die dan! Het enige wat altijd belangrijk is, is kijken naar je baby. Is hij tevreden en drinkt hij goed? Dan doe je het goed!
Een echte gouden tip bij het geven van borstvoeding: maak een afspraak met een lactatiekundige als het niet lekker loopt. Je kunt ze overal vinden en vaak kun je via de kraamzorg ook bij iemand terecht.

Geef je kunstvoeding of wil je overstappen op kunstvoeding? Ook dat is jouw keuze en zeker geen verkeerde! Doe wat bij jou past en goed voelt. Wel vergt het geven van borstvoeding enig uithoudingsvermogen. Het is niet gelijk leuk en genieten, maar de eerste weken (en soms maanden) gewoon hard werken. Stel je hierop in en bedenk van te voren wat je wilt. Wil je heel graag borstvoeding geven? Houd dan vol! Het gaat steeds meer vanzelf, echt waar! Maakt het je niet zo veel uit? Maak het jezelf dan niet moeilijker dan nodig is en stap over als het niet gaat.

Krampjes enzo
Ook van die leuke dingen waar je totaal niet op voorbereid bent. Krampjes, reflux, moeite met poepen, niet willen slapen... Deze dingen kunnen erg lastig zijn en je kunt je er ook eigenlijk niet op voorbereiden. Bijna alle baby's krijgen in meer of mindere mate last van krampjes. Vaak beginnen ze ergens tussen de tweede en vierde week en nemen ze af rond een maand of twee. In hoeverre jouw baby last heeft van krampjes en hoelang, zul je moeten afwachten. Krampjes ontstaan voornamelijk doordat de darmen van je baby nog niet rijp zijn. Er zitten nog kleine gaatjes in die dicht moeten groeien. Voordeel van borstvoeding is dat deze een beschermend laagje rondom de darmwand aanbrengt. Kinderen die borstvoeding krijgen zijn dan ook vaak sneller van de krampjes af dan kinderen die kunstvoeding krijgen. Echter, bij borstvoeding kan het voedingspatroon van de moeder ook (negatieve) invloed hebben op de krampjes en dat heb je bij kunstvoeding natuurlijk weer niet.
Daarnaast moeten baby's leren boeren. Vrijwel alle baby's krijgen wat lucht binnen tijdens het drinken. Hoe vaker een baby aanhapt, hoe meer hij binnenkrijgt. De darmen van een jonge baby zijn nog erg nauw wat ervoor zorgt dat die lucht moeilijk weg kan. Dit belemmert de doorstroom wat krampjes tot gevolg heeft.
Bij baby's die een fles krijgen (met borst- of kunstvoeding) kan het soort fles nog invloed hebben op hoeveel lucht een baby binnenkrijgt. Meestal leren baby's vanzelf beter boeren na verloop van tijd. Tip: Zowel bij drinken aan de borst als drinken uit een fles is het belangrijk je baby goed te laten boeren. Investeer hierin door na de voeding je baby goed rechtop te houden en zachtjes op zijn rugje te kloppen. Ook kan een speciale fles en goede aanlegtechniek helpen om ervoor te zorgen dat je baby minder lucht binnen krijgt tijdens het voeden.

De meeste middeltjes tegen krampjes spelen in op het makkelijker kwijt kunnen van de lucht. Ze hebben wellicht allemaal een andere werkzame stof, maar het doet in principe hetzelfde. Als je baby moeite heeft met boeren, kan zo'n middeltje helpen. Boert (en windt) je baby goed, dan zal het weinig extra doen.

In uitzonderlijke gevallen hebben de krampjes te maken met een overgevoeligheid voor een bepaald soort voedsel (meestal koemelk). Echter, hier is maar sprake van bij 3-4% van de Nederlandse baby's. En meestal gaan de krampjes dan gepaard met meerdere klachten. In de meeste gevallen is het dus een kwestie van uitzitten en wachten tot de darmpjes van je baby vanzelf goed gerijpt zijn. Houden de klachten na 3 maanden aan of worden ze erger? Dan is het verstandig om met de kinderarts te kijken of er inderdaad sprake is van een voedselovergevoeligheid of iets anders.

Ontwikkeling in de eerste maanden (in vogelvlucht)
Je baby ontwikkelt zich razendsnel die eerste maanden. Je zult elke week merken dat hij weer iets sterker is, helderder uit zijn ogen kijkt, meer geluidjes maakt en anders gaat bewegen. Het eerste wat je op zal vallen is waarschijnlijk dat hij zijn hoofdje steeds iets beter zelf op kan tillen en om kan draaien. De motorische ontwikkeling van kinderen gaat van boven naar beneden, en begint dus bij zijn nekspieren. Je kunt dit vanaf het begin al zien en je kan ermee oefenen door je baby regelmatig even op zijn buik te leggen, zodat hij zijn hoofdje op gaat tillen en om gaat draaien. Met een maand of drie/vier kunnen de meeste baby's hun hoofd goed omhoog houden.
Ook zul je vrij snel een lachje zien bij je baby. In de eerste weken zijn dit vaak nog meer een soort stuiptrekkingen, maar met een week of vier zijn dit toch wel echte lachjes! Met zes weken gaat je baby zelfs gericht naar jou lachen als ouder en zul je merken dat hij je duidelijk herkent.
Zijn gezichtsvermogen wordt steeds beter en waar hij eerst voornamelijk zwart-wit zag, gaat hij gedurende de tweede maand steeds meer en beter zien. Opvallend genoeg lijken de meeste baby's een voorkeur te hebben voor de kleur rood. Deze kleur lijkt ze al heel snel aan te trekken. Probeer het maar eens uit door iets roods in je baby's blikveld te leggen!
Met twee maanden zijn de handjes van je baby ook steeds beter ontwikkelt. Hij kan ze niet alleen beter zien, maar hij gaat ze ook gerichter gebruiken. Zo zal hij alles wat hij tegenkomt vastpakken (en stevig ook) en gaat hij gericht op zijn handjes sabbelen als hij honger heeft. Sommige baby's gaan zelfs hun duim al in hun mond stoppen.
Rollen doen de meeste baby's rond een maand of vier/vijf en zitten als ze iets ouder dan een half jaar zijn. Daarna komt het kruipen met een maand of acht en gaan staan een maand later. Een beetje langs de tafel lopen komt nog weer een maand later en echt zelfstandig lopen doen de meeste kinderen zo rond het eerste jaar. Ook het eerste woordje kun je rond deze tijd verwachten.

Kan ik mijn kind verwennen?
Dit is een veel gestelde vraag in mijn praktijk. Hierbij moet duidelijk gemaakt worden wat het verschil is tussen ergens aan wennen en je kind verwennen. Vanaf de geboorte kunnen baby's al aan bepaalde patronen en rituelen wennen. Dit is ook goed. Dit geeft duidelijkheid voor je baby. Zo kan het handig zijn om al vrij snel een zelfde avondritueel aan te houden, zodat je baby lekker gaat slapen in zijn bedje. Van verwennen is echter in de eerste maanden nog geen sprake. Ongeveer tot een half jaar kun je je kind niet verwennen. Laten huilen is dan ook tot een maand of vijf/zes echt geen goed advies. Je baby heeft deze tijd nodig om erop te vertrouwen dat je komt als er wat is. Pak je baby dus gerust op als hij huilt en wees niet bang dat je hem daarmee verwent! Na een half jaar gaan kinderen steeds meer patronen herkennen en gaan ze dingen verwachten. Nu kan er dus wel sprake zijn van 'verwennen'. Het is daarom handig om voor het half jaar er bijvoorbeeld voor te zorgen dat je baby in zijn eigen kamer slaapt, mocht je dit willen. Na het half jaar kan het moeilijker worden om je baby ergens anders te slapen te leggen dan hij gewend is. Leer je baby ook voor die tijd om zelf in slaap te vallen door hem moe, maar wakker op bed te leggen. In het begin zal hij jouw hulp misschien nog nodig hebben om rustig in slaap te vallen, maar na verloop van tijd kun je hem 'aanleren' dit zelf te kunnen. Mocht je als ouder denken dat je baby dit niet kan: als je baby 's nachts langer dan 2 uur slaapt, dan kan hij zichzelf in slaap krijgen. De meeste baby's hebben namelijk een slaapcyclus van 1,5 uur. Als hij dus langer dan dat slaapt, zal hij zeker weten tussendoor even wakker zijn geweest om vervolgens zelf weer in slaap te vallen.
Kijk tot een maand of vijf/zes goed naar de signalen die je baby geeft en speel hierop in. Houdt vaste rituelen aan om het voor je baby duidelijk te maken wat er gaat komen. Na een half jaar kan het lastig worden om dingen ineens anders te gaan doen, omdat je baby dan duidelijk dingen gaat verwachten. Zorg dus voor die tijd dat je bepaalde dingen hebt afgebouwd die je niet wilt of kunt volhouden.

Tot slot, je voorbereiden op de komst van een (eerste) kindje is lastig. Veel zul je gaandeweg moeten ontdekken en leren. Praat vooral met anderen die al moeder zijn. Aan een ervaringsdeskundige heb je soms meer dan een deskundige! Doe het verder op een manier die bij jou past en goed voelt. Je mag zeker op je moeder-/vader-instinct vertrouwen! En vergeet niet te genieten van je kleine wondertje! Misschien word je in het begin gek van iedereen die dit zegt. Het is ook veel gewoon hard werken in de eerste maanden. Maar, dat eerste lachje, de lieve geluidjes en de ontwikkelingssprongetjes zijn echt dingen die je er doorheen kunnen trekken als je het even te zwaar vindt!
En probeer te bedenken dat het voor je baby ook een hele opgave is om de wereld te ontdekken en groot te groeien. Hij doet zijn best!

maandag 29 juni 2015

Huilen

Kind (7): "Als je huilt en tegelijkertijd lacht, krijg je dan een regenboog op je gezicht?"

Huilende baby's, huilende peuters, huilende moeders... Wat doen we ermee? Sommige kinderen huilen om het minste of geringste, terwijl anderen alleen iets van zich laten horen als er écht iets is. Tenminste, zo interpreteren wij dat. Waarom huilen wij eigenlijk? En wanneer doen we dat? Waarom is dat voor iedereen zo verschillend? En hoe zien we die verschillen al terug bij onze kleine kinderen? En dan: wat doen we ermee? Troosten of laten huilen? We willen geen 'verwende' kinderen, maar we willen onze kinderen natuurlijk wel serieus nemen als er iets is. Hoe doe je dat?


Huilen, waarom wij wel en dieren niet?
Waarom huilen wij eigenlijk? Wat is het nut ervan? Waarom kunnen baby's vanaf de geboorte al huilen? Wij zijn de en enige 'diersoort' die huilt bij emoties. Veel dieren hebben wel traanbuisjes, maar die dienen enkel het nut om het oog schoon en gezond te houden.
Een verklaring voor het huilgedrag bij baby's ligt hem er volgens wetenschappers in dat wij als mensen veel te vroeg geboren worden. Ons brein is in de loop der tijd steeds groter geworden, wat erin heeft geresulteerd dat we al eerder geboren moeten worden, anders passen we niet meer door het geboortekanaal. Dit betekent echter ook, dat wij eigenlijk nog niet helemaal 'af' zijn als we geboren worden. Veel dieren kunnen direct staan en lopen na de geboorte. Onze baby's kunnen praktisch niks en zijn volledig afhankelijk van anderen.
Om deze reden is het ontzettend belangrijk om een zeer krachtig signaal af te kunnen geven, zo zeggen wetenschappers. Een signaal dat er voor zorgt dat ouders zich gelijk verbonden voelen met hun baby. Tranen zetten het geschreeuw van een baby extra kracht bij en geven overduidelijk de hulpbehoevendheid van de baby weer.

Dat verklaart echter nog niet waarom wij als volwassenen deze tranen blijven produceren. En het verklaart al helemaal niet waarom we dat doen op de meeste uiteenlopende momenten en dus niet alleen om onze hulpbehoevendheid aan te geven. Waarom we als volwassenen nog steeds huilen, is voor veel wetenschappers ook nog niet helemaal duidelijk. De beste verklaring zit hem misschien in onze uitgebreide sociaal-emotionele ontwikkeling. Wij gebruiken huilen en tranen om verbale (en non-verbale) boodschappen kracht bij te zetten, om empathie op te wekken bij een ander én om medeleven te tonen aan de ander.
Dit laatste kunnen we soms niet eens tegenhouden. Verdriet herkennen bij een ander en gaan meehuilen lijkt een essentiële vaardigheid die er al vanaf onze geboorte is. Recent onderzoek toont zelfs aan dat baby's verdriet bij volwassenen al herkennen, ook als dit zonder tranen gepaard gaat.

Waarom wij ook huilen bij ontlading, als we juist heel hard moeten lachen en waarom we eerder huilen bij een romantische film dan bij wereldleed, dat lijkt voor de wetenschap nog een onbeantwoorde vraag.

Huilende baby's
Baby's huilen dus vooral om aan te geven dat ze een ander nodig hebben. In het begin kunnen baby's nog niet huilen met tranen, maar al vrij snel rollen dikke tranen over hun wangen als ze honger of een vieze luier hebben, als ze moe zijn, aandacht willen, enz. Voor baby's is het bovendien nagenoeg de enige manier van communiceren met een ander.
Vaak stellen ouders mij de vraag: kan ik mijn baby verwennen door hem steeds maar te troosten als hij huilt? Als antwoord geef ik dan vaak: 'Nee, in eerste instantie niet.' Om het makkelijk te houden kun je voor jezelf de stelregel aanhouden dat je een baby tot 6 maanden niet kan verwennen. Deze tijd heeft hij (en heb jij!) nodig om een band op te bouwen, de hechting tot stand te laten komen en vertrouwen in elkaar te krijgen.

Om dit wat beter te begrijpen vraag ik ouders vaak terug te denken aan de tijd waarin ze elkaar leerden kennen. Die eerste maanden waarin je continue bij elkaar wilde zijn, afscheid nemen soms onmogelijk voelde en je misschien ook wel erg jaloers was als de ander iets deed zonder jou. Waarom sta je nu niet meer met tranen in je ogen afscheid van elkaar te nemen? Waarom vind je het nu prima als je partner op stap gaat met vrienden? Ook tussen jou en je partner is er hechting ontstaan. Je hebt elkaar leren kennen, een band op gebouwd en dat heeft gezorgd voor vertrouwen. Maar, dat was er natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Waarschijnlijk zul je, als je terug kijkt, herkennen dat zo'n periode ongeveer een half jaar tot een jaar duurt. En zelfs daarna zul je af en toe nog wel eens even wat meer behoefte hebben aan bevestiging van jullie band.
Zo is het voor jou en je baby ook. Je baby heeft tijd nodig om vertrouwen te krijgen in jullie band. Pas na ongeveer een jaar is de basis gelegd voor de hechting tussen jou en je kind. Vaak zie je dan ook dat juist dán kinderen ineens grote verlatingsangst laten zien. Ineens krijgen ze veel moeite met het afscheid nemen van mama of papa op het kinderdagverblijf. Dit is echter een goed teken. Het betekent dat je kindje veilig aan jou gehecht is. Vaak is hier weinig aan te doen en leren kinderen vanzelf dat je gewoon altijd weer terug komt als je weggaat.

Ingaan op dit huilgedrag van je baby is dan ook essentieel. Als je je baby negeert, zal hij niet het vertrouwen krijgen dat jij er bent als er iets is. Nog los van het feit dat je baby jou ook echt nodig heeft, omdat hij zelf nog niks kan. Huilen om honger, een vieze luier en vermoeidheid kennen we allemaal wel en daar geven we ook vaak aan toe. Maar, vergeet ook vooral het huilen om aandacht niet. Je baby wil gewoon veel bij je zijn om een goede band met je op te bouwen. Geef hier, zeker in de eerste 6 maanden, ook gewoon aan toe.

Huilende peuters
Als kinderen wat ouder worden, zullen ze ergens in het verhaal ook moeten leren dat er andere manieren van communiceren zijn. Echter, dit kunnen ze pas leren als ze ook de beschikking hebben over deze andere manieren. Zolang je baby nog niet kan kruipen of praten, blijft huilen zijn voornaamste communicatiemiddel. Dat betekent niet altijd dat je ook steeds moet blijven 'toegeven' aan het huilgedrag. Zo kun je vanaf een maand of 6 je baby best even laten huilen in bed. Je kan hem zo 'leren' dat in slaap vallen soms lastig is, dat alleen zijn er af en toe ook bijhoort, maar dat dat niet erg is. Je blijft je baby opzoeken en laat hem nooit langer dan 5 minuten huilend alleen. Zo weet hij dat jij er bent, maar leert hij ook alleen in slaap te vallen. Hoe ouder je kindje wordt, hoe langer je hem soms even huilend alleen kan laten. Maar, houdt 10 minuten zo'n beetje aan als maximum.

Waarom de ene baby meer huilt dan de andere baby, heeft vaak weinig te maken met hoe jij daarmee omgaat. Veel huilen kan een fysieke oorzaak hebben of een grote behoefte om veel bij je te willen zijn.
Bij dreumesen en peuters wordt dit, mijns inziens, anders. Deze kinderen laten veel meer aangeleerd gedrag zien. Vandaar ook dat we vaak een groot verschil zien tussen meisjes en jongens. Jongens moeten 'stoer' zijn en daar hoort huilen vaak niet bij. Meisjes mogen van ons veel meer hun emoties laten zien. Hoe ouder kinderen worden, hoe duidelijker deze verschillen naar voren komen. Ze worden niet alleen (onbewust) gevoed door jou als ouder, maar door de hele maatschappij.

Hiervan kun je verschillende dingen vinden, maar het geeft in elk geval wél aan dat huilen stuurbaar gedrag is. En dan kun jij jezelf de simpele vraag stellen: hoe wil ik dat mijn kind is? Wat vind ik belangrijk?
Als je het mij vraagt, moet er een goede balans zijn tussen verbaal kunnen uitleggen wat er is en je emotie tonen. Kinderen hebben soms verdriet, net als jij, en moeten soms huilen, net als jij. Het is je niet vreemd, dus kun je ook bedenken wat je kind op zo'n moment nodig heeft. Een erg overstuur kind heeft troost nodig. En zal pas daarna in staat zijn om uit te leggen waarom hij zo overstuur was.
Geef je kind de ruimte om zijn emoties te uiten en vul niet te veel of te snel voor hem in. Praat met je peuter zodat je hem kan begrijpen. Maar, nog belangrijker: zodat hij zichzelf gaat leren begrijpen.
Luister verder naar je eigen gevoel. Als je kritisch blijft op jezelf, kun je daarnaast vaak ook prima vertrouwen op je gevoel. Wat heeft je kind nodig? Een beetje afleiding, troost of duidelijk taal?

Huilen als gewoonte
Voor sommige peuters lijkt huilen soms bijna een gewoonte. Als ze vallen, als ze pijn hebben, als ze schrikken, als ze hun zin niet krijgen, als iets wordt afgepakt. Bij deze peuters is het huilen om hun hulpbehoevendheid aan te tonen diep verankert geraakt in hun gedrag. Of beter gezegd: deze peuters hebben te weinig geleerd dat ze zelf ook dingen kunnen oplossen. Af en toe huilen omdat je hulp nodig hebt, mag als peuter best nog wel eens. Maar, let er bij je kind op dat dit geen patroon wordt wat je dagelijks ziet.

De oorzaak van het gedrag zoals hierboven beschreven, kunnen we toch vaak vinden in de manier waarop de ouders/opvoeders met het (huil)gedrag van hun kind zijn omgegaan in het verleden. Vaak zie je dit gedrag bij kinderen van ouders die te veel van hun kind overnemen. De ouder die als een kind gevallen is, er gelijk al naartoe rent en vraagt waar hij pijn heeft. De ouder die soms het kind al behoed voor de val, nog voordat hij zelf heeft kunnen ontdekken. De ouder die zich te veel mengt in het spel van zijn kind met andere kinderen en zijn kind niet laat ontdekken hoe hij zich kan verweren. De ouder die toegeeft als zijn kind gaat huilen in de supermarkt als hij zijn zin niet krijgt.

Te veel 'pamperen' wordt dit in de volksmond genoemd. Kinderen leren hierdoor niet op zichzelf te vertrouwen. Terwijl dat juist een vaardigheid is, die ontzettend belangrijk is! Op het moment dat een kind veilig aan jou gehecht is, heeft hij een goede basis om vanuit daar ook op zichzelf te leren vertrouwen. En dat kan hij alleen leren als hij af en toe ook even op zichzelf is aangewezen. Als hij valt en merkt dat hij daarna gewoon weer op kan staan. Als iets van hem wordt afgepakt en hij leert dat als hij 'nee' zegt hij zijn speeltje terug krijgt. Natuurlijk heeft je kind jou nog steeds nodig om dit te leren. Maar, geef hem wel die ruimte en neem het niet over.

Als je kind valt, kijk dan eens de andere kant op of probeer je schrikreactie in elk geval te onderdrukken. Vaak zie je dat kinderen alleen gaan huilen als ze zien dat hun ouders geschrokken zijn of soms is alleen al kijken naar je kind voldoende. Bijna alsof je kind heeft geleerd dat dat gewenst gedrag is. Als jij niet kijkt of niet schrikt, heeft je kind jou in elk geval niet als referentiepunt om zijn emotie aan af te leiden en zal hij eerder gewoon weer opstaan zonder te gaan huilen.

Tot slot
Blijf vooral goed naar jezelf en naar je kind luisteren. Wees kritisch naar jezelf (stel jezelf af en toe eens de vraag: Wat voor kind wil ik? of Weet ik echt wat er met mijn kind aan de hand is of vul ik in?) en vertrouw ook op je gevoel. Een band tussen ouder en kind is ontzettend sterk en hecht in de meeste, gezonde, situaties. Op die band mag je ook gewoon vertrouwen als je twijfelt. Wat zegt je gevoel?
Bedenk ook waar jij behoefte aan hebt als je moet huilen en bedenk dat dit voor je kind vaak niet anders is. Een knuffel kan soms al wonderen doen.
Leer je kind ook vooral zijn gevoel te verwoorden, zodat hij andere communicatiemiddelen tot zijn beschikking heeft. Meer hierover lees je in de blogpost 'emoties'.

woensdag 27 mei 2015

Help! Een driftbui!

Ik zet twee kinderen (3 jaar) aan tafel omdat ze zich erg vervelend gedragen. Dan zegt een van de kinderen tegen mij:
"Maar Petra, jij was toch ook wel eens stout toen je klein was?"

In een eerdere blogpost over emoties kon je al lezen dat het gedrag van jonge kinderen volledig gestuurd wordt door emoties. Er is nog geen sprake van emotie-regulatie, zoals dat bij ons volwassenen wel het geval is. Een kind het verschil leren tussen de emotie en het gedrag bleek essentieel.
Toch merk ik dat dit onderwerp wel wat verdieping kan gebruiken. In deze post ga ik dieper in op de driftbui van je kind. Wat zit daarachter? Waarom kunnen die dreumesen toch ineens zo driftig worden? En natuurlijk antwoord op de vraag: wat doe je tijdens zo'n driftbui? Of misschien nog wel beter: hoe voorkom je een driftbui?

Ik wil wel, maar ik kan niet
Wie kent het niet? De dreumes in de supermarkt die van het ene op het andere moment ineens ontzettend boos wordt omdat hij geen bolletjesvla mee mag nemen van mama of papa. 'Zo erg is dat toch niet?', zul je zelf misschien denken. Maar nee, de driftbui geeft wel aan dat dat wél erg is.
Waarom toch? Waarom reageert je dreumes toch zo boos om zoiets kleins? Waarom kan hij niet gewoon tevreden zijn met een ander toetje? Waarom kan hij niet gewoon zijn speelgoed delen? Waarom kan hij niet gewoon zijn tandenpoetsen en lekker gaan slapen als jij zegt dat het daarvoor tijd is? Waarom eet hij nou niet gewoon netjes zijn groente op zonder dat het strijd wordt?

Het makkelijkste antwoord op deze vraag: frustratie. Je dreumes zit in een fase waarin hij ontdekt dat wat hij wil en vindt meetelt. Als hij 'nee' zegt, heeft dat invloed op de situatie. Voordat hij dat kon, was dat anders. Toen wilde hij de dingen misschien wel anders, maar kon hij daar nog niet zo veel aan doen. Als baby heb je een hoop maar gewoon te ondergaan. Zodra je gaat lopen en praten echter, wordt de wereld ineens stukken groter. Je wordt zelfstandiger. Je kan zelf gaan bepalen waar je heen gaat. Je merkt dat als jij je lippen stijf op elkaar houdt, er geen hap groente naar binnen gaat.

Aan de ene kant lijkt het in onze genen in gebakken te zitten dat we zelf ons leven willen kunnen bepalen. We zijn autonome wezens met een eigen wil. Aan de andere kant wordt deze autonomie ook gestimuleerd door de omgeving:
Dreumesen ontdekken dat ze meer mogelijkheden krijgen om zelf te bepalen, doordat ze gaan lopen en praten. Maar, ook wij stimuleren vaak de zelfstandigheid en autonomie van ons kind. We willen dat ze leren lopen, zelfstandig naar de wc gaan en taal gaan gebruiken om duidelijk te maken wat ze willen. Elke stap richting zelfstandigheid krijgt uitgebreid applaus. Je dreumes leert zo: 'Ah, dat is wat er van me verwacht wordt.'

Precies in die dreumes-fase maakt deze ontwikkeling een enorme sprint. Het probleem is echter dat je dreumes al vrij snel leert wat hij wil, maar dat het kunnen hier behoorlijk achteraan hobbelt. Als je dreumes eenmaal ontdekt dat hij de mogelijkheid heeft om dingen zelf te doen en te bepalen, wil hij nagenoeg alles zelf doen en bepalen. Sommige dingen lukken wel, maar een hoop dingen ook niet. En naast dat je een hoop dingen nog niet kunt als dreumes, blijk je ook een hoop dingen niet te mogen van die 'vervelende' volwassenen. Je mag niet 3 koekjes en je mag ook geen 10 minuten doen over je schoenen aantrekken. Je mag niet al je speelgoed voor jezelf houden als er een vriendje komt spelen, je mag niet op de bank springen, niet je eten op de grond gooien, niet slaan, niet aan de dvd-speler komen en ook niet zelf je drinken inschenken... En als je dan in de winkel ook nog eens geen bolletjesvla mag, tja, dan is daar de driftbui... Het emmertje stroomt over van frustratie.

Begrijp je kind, leer met je kind
Waarom uit die frustratie zich in schreeuwen, slaan en schoppen? Dat lijkt vooral te maken te hebben met een soort oer-instinct: agressie. Van nature zijn wij allemaal agressieve wezens. Niet alleen wij mensen, maar alle diersoorten vertonen agressie om duidelijk te maken wat ze willen. Ga jij over mijn grens heen? Dan leer ik jou dat niet meer te doen. Dieren schrikken elkaar op deze manier af, laten zien wie de sterkste is, dwingen onderdanigheid af. Een hele effectieve methode.
Voor mensen ligt dit een beetje anders: wij accepteren deze agressie niet. Wij hebben andere manieren gevonden om aan elkaar duidelijk te maken wat we willen of wie de baas is. Heel erg fijn natuurlijk, maar voor je dreumes kan dit heel tegennatuurlijk voelen. Zijn instinct vertelt hem te gaan slaan als iemand iets afpakt.

Dit kunnen we misschien ook best begrijpen. Iedereen kent wel het gevoel dat iemand anders je zo boos maakt, dat je het liefst wil slaan. Bij ons ligt die grens alleen stukken hoger dan bij je dreumes. Wij kunnen eerst nog 20 manieren proberen om de ander duidelijk te maken wat we willen. Je dreumes heeft vaak nog maar 1 manier. En als die manier niet werkt, dan ontstaat er frustratie. Deze frustratie is onlosmakelijk verbonden met agressie. Bij iedereen. Ook bij jou. De één kan hier zo goed mee omgaan dat hij frustratie misschien bijna nooit meer voelt. De ander ontploft al als er een ei uit de koelkast valt.

Hoe meer frustratie, hoe meer agressie. In de dreumes-fase ondervindt een kind de meeste frustratie. Zo veel willen, maar zo veel nog niet kunnen of niet mogen. Steeds maar weer proberen, steeds maar weer vallen. Steeds maar weer 'nee' horen. En dan ook nog eens nauwelijks weten hoe je om moet gaan met dan nare gevoel van frustratie. Niet zo gek dat voor vrijwel elk kind de periode tussen de 1,5 en 2,5 jaar de meest agressieve van zijn leven is.

Begrijpen dat je kind een driftbui krijgt, is één. Maar, wat doe je eraan?
Samen met je kind zul je de weg moeten bewandelen van ontdekken en leren. Aan de ene kant zul je je kind moeten leren kennen. Wat voor kind is dit? Is dit het kind wat frustratie bijna niet voelt of die al ontploft als er een ei kapot valt? Daarnaast zul je je kind bij de hand moeten nemen en moeten leren hoe om te gaan met dit gevoel. Kijk naar jezelf en wees een voorbeeld. Wat doe jij als je boos of gefrustreerd bent? Soms lukt het om even weg te lopen, af te koelen en later de draad weer op te pakken. Soms moet je even een rondje rennen buiten of heel hard op een kussen slaan. Geef ook je kind deze mogelijkheden als je ziet dat hij echt heel boos is. Hem simpelweg vertellen op te houden, zal niet werken, Net zo min als het bij jou werkt als iemand zegt dat je rustig moet doen als je heel boos bent. Dat maakt je soms alleen maar nóg bozer zelfs.

Natuurlijk wil je bepaald gedrag bij je kind wel direct afleren. Agressief gedrag dat naar zichzelf of anderen is gericht, wil je niet. Hier mag je je kind gelijk duidelijk op aanspreken: "Ik zie dat jij heel boos bent. Boos zijn mag, maar mij slaan mag niet." Erken de boosheid die je ziet bij je kind en geef ook aan dat hij deze emotie gewoon mag voelen. Niet boos mogen zijn, zal nog meer frustratie opwekken bij je kind. Geef je kind ook gelijk een alternatief. Dit kunnen verschillende dingen zijn, afhankelijk van de situatie en de leeftijd van je kind. Vertellen dat je iets niet leuk vindt of dat iets je heel boos maakt, kan soms al helpen. Of met je voeten op de grond stampen, heel hard huilen, een paar rondjes rennen, net wat voor jou en jouw kind werkt. Hierin kan je zelf bepalen wat je wel en niet wenselijk vindt.

Krijgt je kind een driftbui in de supermarkt? Laat hem dan gewoon maar even liggen op de grond voor de vla. Laat hem met zijn vuisten slaan, laat hem huilen, laat hem schreeuwen. Net wat jij acceptabel vindt. Vindt je dat te gênant? Loop dan met je dreumes even naar buiten en koel daar samen af. Op zo'n moment hem tot rust manen, heeft vaak weinig zin. Alhoewel troosten soms ook gewoon kan helpen.
Vertel hem dat je ziet dat hij heel boos is en dat je dat begrijpt. Verzin samen een manier om weer rustig te worden.

Voorkomen (...is beter dan genezen?)
Een driftbui voorkomen, dan klinkt vast als muziek in de oren..? Of het ook beter is dan 'genezen', is echter de vraag.

Allereerst: stimuleer de driftbuien van je kind in elk geval niet. Beloon hem niet als hij dit gedrag vertoont. Hoe moeilijk het ook is, geef niet toe. Ook al wordt je kind nog zo boos, die bolletjesvla gaat vandaag toch echt niet mee. En ook zijn lievelingskoekjes niet als troost. Als je op zo'n moment toegeeft, leer je je kind dat dit gedrag effectief is. Zo heeft uiteindelijk de driftbui niets meer te maken met het voelen van frustratie, maar zal je kind dit gedrag inzetten om zijn zin te krijgen. Dat maakt het voor jou als ouder ontzettend moeilijk om hiermee om te gaan. Je zult niet meer goed kunnen inschatten wanneer je kind echt gefrustreerd is en wanneer hij enkel zijn zin wil hebben.

Wat altijd een goed idee is, is om de frustratie die je dreumes ervaart wat omlaag te brengen. Geef je dreumes daar waar kan invloed op hoe de dingen gaan. Geef hem daar waar kan zelfstandigheid. Accepteer dat dingen soms langer duren dan jij graag zou willen. Laat je dreumes maar 10 minuten knoeien met zijn schoenen. Als het hem lukt, scheelt dat wellicht een driftbui. Zie je de frustratie oplopen omdat het hem niet lukt om zijn schoenen aan te doen? Grijp dan tijdig in en stel voor om het samen eens te proberen. Vraag je dreumes of je hem mag helpen. Dat is iets anders dan het van je dreumes overnemen met een diepe zucht!

Geef je dreumes in de supermarkt invloed door hem te laten kiezen uit twee soorten yoghurt. Door dit van te voren al aan te geven, zal je dreumes de bolletjesvla misschien wel zo voorbij lopen. Maak het leuk en spannend. "Zie jij de yoghurt al? Waar zou de yoghurt staan? Zo, wat veel verschillende soorten yoghurt! Weet je wat? Jij mag kiezen: wil je deze yoghurt of deze?"
Zo heeft je dreumes het gevoel veel zelf te kunnen bepalen, maar in de praktijk stuur jij zo dat de uitkomst altijd iets is waar jij mee kan leven.

Soms kan je een driftbui ook in de kiem smoren. Merk je dat je kind buiten proportie gaat huilen en boos wordt? Probeer hem dan eens af te leiden. Doe iets geks, iets onverwachts. Zit er een driftbui aan te komen in de supermarkt? Roep dan dat je een paarse olifant ziet in de verte! 'Huh?', zal je kind denken. Als hij omkijkt, zeg je dat hij net de hoek om is. "Zullen we kijken of we hem kunnen vinden?"
Soms werkt zoiets, soms ook niet.

Maar ook: probeer niet te veel in te vullen voor je kind. Zeggen dat hij overdrijft, kan heel ondermijnend overkomen. Als je kind een driftbui krijgt om iets wat jij in eerste instantie niet begrijpt, ga dan eens na voor jezelf: wat heeft mijn kind vandaag al meegemaakt? Hoe vaak heb ik al 'nee' tegen hem gezegd vandaag? Misschien kom je er wel achter dat het niet zo gek is dat zijn emmertje door het niet mogen van bolletjesvla nu overstroomt.

En bedenk, je zult niet alle frustratie voor je kind kunnen wegnemen. Dit is ook zeker niet een goed streven. Het leren omgaan met frustratie is essentieel voor je dreumes. Hij moet leren wat te doen als hij deze emotie voelt. Hij moet leren dat agressief gedrag geen gewenst gedrag is. Hij moet leren wat voor hem dan wel werkt. Begrijp je kind, neem hem bij de hand en ontdek samen wat je kunt doen om je weer beter te voelen.

Opvoeden doe je samen!

dinsdag 28 april 2015

Natuurlijk ouderschap of Jo Frost?

Op de vraag: 'Wat is opvoeden?' antwoord een kind van 12:
"Helpen groot worden."
'Wie helpt wie?'
"Mijn ouders helpen mij en ik help mijn ouders. Als er iets is wat we allebei niet zo leuk vinden, kunnen we elkaar helpen om het de volgende keer beter te doen."

Zoals we dat overal zien, zien we ook in de opvoeding trends voorbij komen. Manieren van opvoeden die ineens veel aanhangers lijken te hebben. Het lijkt dan dé manier te zijn om je kind 'goed' op te voeden. Na een tijdje zien we vanzelf weer een andere trend die soms de volledige tegenhanger is van de vorige en soms een meer genuanceerde versie. Net als met 'superfoods' die komen en gaan...
Op het moment hoor ik veel over het zogenaamde 'natuurlijk ouderschap', waarbij je vooral kijkt naar je kind en zijn behoefte. Aan de andere kant van het spectrum lijkt super nanny Jo Frost zich te bevinden. Jo Frost richt zich meer op de ouder: wat wil jij met je kind? Een harde aanpak wordt op zijn tijd zeker niet geschuwd.

Aan welke kant van het spectrum sta jij? Moet je kiezen? Of is een beetje van allebei ook goed?
Veel ouders worden onzeker van deze trends en krijgen het gevoel helemaal voor het ene uiterste te moeten gaan of juist helemaal voor het andere uiterste. In deze blog leg ik je uit hoe ik daarover denk.

Natuurlijk ouderschap
Bij natuurlijk ouderschap kijk je vooral naar de behoefte van je kind. Je draagt je baby zo veel mogelijk dicht bij je om zo de signalen die hij geeft makkelijk te kunnen oppakken. Slapen en voeden gaan naar behoefte van je baby. Slapen bij papa of mama in de draagzak is prima. Ook wordt samen slapen gestimuleerd. Je baby bij jou in bed om zo eveneens zijn signalen, ook 's nachts, te kunnen oppakken. Borstvoeding is de norm waarbij er gevoed wordt naar behoefte van je baby. De focus ligt op het leren kennen van je kind om zo het beste in te kunnen spelen op de signalen die hij je geeft. De klok kan je weggooien thuis, want er wordt niet gevoed en geslapen op tijd.

Hoewel natuurlijk ouderschap benadrukt dat het niet betekent dat je jezelf wegcijfert, ligt de nadruk wel sterk op de behoefte van je kind en minder op de behoefte van jou.
Het is mooi dat mensen zich ervan bewust zijn dat als ze een kind krijgen, hun leven verandert. Het kind is belangrijk en vaak zelfs het allerbelangrijkst. En soms ook belangrijker dan wat jij op dat moment wilt.
Toch merk ik in de praktijk vaak dat aanhangers van het natuurlijk ouderschap wél degelijk moeite hebben om ook aan hun eigen behoeftes te voldoen. Ook al zegt de theorie van het natuurlijk ouderschap dat je jezelf niet moet wegcijferen, ik zie dit in de praktijk wel gebeuren.
Als ik ouders de vraag stel: 'maar wat wil jij?' Weten ze daar vaak niet eens antwoord op en krijg ik terug: 'daar gaat het niet om, het gaat om het kind'.
Daarbij kun je je afvragen wat het met jou als ouder doet als je er elke nacht drie keer uit moet om te voeden tot je kind 2 jaar is... Als het jou te veel opbreekt, kun je dan niet beter je eigen behoeftes even voorrang geven en toch je kindje leren wat meer door te slapen 's nachts?

De filosofie achter natuurlijk ouderschap is dat de meeste kinderen op de wereld op deze manier worden opgevoed. Dicht bij de ouder (vaak mama), met borstvoeding en slaap naar behoefte. Of dit een goed argument is om het te presenteren als dé manier van opvoeden, is echter maar de vraag. Het grootste deel van de wereld is namelijk niet westers. En op de westerse wereld moet je je kind toch net even iets anders voorbereiden dan op een leven in Afrika.

Dat het het prettigst voor je kind is als je volledig kan voorzien in zijn behoefte dat begrijp ik zeker. Ik vind het ook het fijnst om gelijk te kunnen eten als ik honger heb en om naar bed te gaan als ik moe ben. Echter, dit kan niet altijd. Ik leef in een wereld waarin tijd een belangrijke rol speelt. Ik heb geleerd om drie keer per dag een goede maaltijd te eten, omdat dat nu eenmaal het meest praktisch is.
Ik ben van mening dat we onze kinderen op die wereld moeten voorbereiden.
Als een kind vier jaar is, gaat hij in Nederland naar school. Dan is er ritme en kan niet alles meer naar behoefte. Hoe bereid je een kind daar het beste op voor?

Jo Frost
Is de manier van Jo Frost dan misschien een oplossing?
Wat is er de laatste tijd veel te doen om deze super nanny. Sinds ze met haar busje door Nederland reist, reizen ook de discussies over deze zelfbenoemde 'supernanny' op. De één lijkt extreem voor, de andere een felle tegenstander.

Allereerst is het nogal wat: een programma rondom opvoeden waarbij je in een samenvatting van 45 minuten een volledige omslag in beeld moet brengen van een totaal uit de hand gelopen situatie naar het perfecte gezin. En de hele transitie moet ook nog binnen een week plaatsvinden. Gekkenwerk natuurlijk.
Dat het programma een vertekent beeld geeft van hoe het in werkelijkheid is en gaat, lijkt me duidelijk.
Dat daar gelaten: wat doet Jo Frost precies?

Wat we in het programma vooral zien is dat ze orde en structuur probeert aan te brengen in een gezin waar dit vaak totaal mist. Jo Frost gaat voor duidelijkheid en structuur. Regels zijn regels en als je niet luistert, ga je op het strafstoeltje.
Ineens is daar de strenge mevrouw die jou en je kind vertelt dat wat jullie doen helemaal niet goed is. 'Zo moet het wel', zegt ze. Dat er resultaat behaalt wordt, snap ik. Van geen regels naar een beetje duidelijkheid is natuurlijk voor elk kind een goede ontwikkeling. En resultaat moet er natuurlijk zijn, anders heb je geen programma...

De manier waarop Jo Frost met de ouders en kinderen omgaat, lijkt de totale tegenhanger van het natuurlijk ouderschap. En waar het natuurlijk ouderschap misschien te veel 'los' laat, houdt Jo Frost naar mijn idee te veel 'vast'. Vaak zie ik een vrij dwingende manier van opvoeden, waarbij veel gedreigd wordt met straf. Jo Frost heeft al veel ouders gezien en kan het niet laten om zo hier en daar alvast wat in te vullen voor de opvoeder. Ook stelt ze nogal eens een behoorlijk suggestieve vraag voor mooi tv-drama.
Van overleg met ouder (én kind) is weinig sprake. De ouder moet gaan bepalen en het kind moet leren volgen. Na 45 minuten 'nanny on tour' duizelt het mij vaak van alle negatieve feedback die ouders hebben gekregen. Doen ouders ook wel eens iets goed, mevrouw Frost?

Het zelfvertrouwen van ouders helemaal de grond in boren en aan het einde van het programma weer opbouwen door te zeggen: 'Kijk, als je het op mijn manier doet, gaat het wel goed!' is natuurlijk een top tv-format. Maar, of het voor de ouder en het kind ook zo prettig is, is maar de vraag.

Helemaal negatief wil ik over Jo Frost ook niet zijn. Dat kinderen duidelijkheid nodig hebben, ben ik het mee eens. Dat je ze die duidelijkheid moet geven door met elkaar een paar regels op te stellen, lijkt me ook prima. Jo Frost vertelt ouders duidelijk: als je zo doorgaat, is dit het gevolg. Daar bewust van worden, is goed. En dat de verdieping in het programma vaak volledig mist, is Jo Frost waarschijnlijk zelf niet echt aan te wenden. Zoals ik al zei, in 45 minuten een opvoedprogramma maken, is gekkenwerk.

Van alles een beetje?
Wat dan wel? Als natuurlijk ouderschap niet alle antwoorden heeft en Jo Frost ook niet. Hoe doen we het dan wel 'goed'? Is er eigenlijk wel één goede manier?
Op die laatste vraag kan ik je een vrij makkelijk antwoord geven: 'nee', er is niet één goede manier. Er zijn heel veel goede manieren, want er zijn heel veel goede ouders die het allemaal anders doen. Daarbij is elk kind anders en past niet bij alle kinderen één manier van opvoeden.

De belangrijkste vraag die ik ouders stel bij het verlenen van opvoedondersteuning, is: 'Wat wil jij?' Wat wil jij voor nu en wat wil je voor de toekomst? Er is heel veel mogelijk in mijn filosofie dat kinderen 'maakbaar' zijn en het is maar net de vraag in hoeverre jij je kind wilt sturen.
Met dat sturen is overigens niks mis, als je het mij vraagt. Kijken naar je kind, zit hem er wat mij betreft vooral in dat je kijkt waar bepaald gedrag vandaan komt, zodat je je kind begrijpt. Dat betekent niet dat je altijd in de behoefte die je kind op dat moment heeft moet voldoen.
Ik denk dat je als ouder heel goed kunt inschatten wanneer je wel en wanneer je niet aan die behoefte wilt of moet voldoen. Wat voelt goed? Wat voelt goed voor je kind en wat voelt goed voor jou?

Naast je gevoel is bewust bezig zijn met opvoeden denk ik het belangrijkste. Bewuste keuzes maken in wanneer je 'ja' en wanneer je 'nee' zegt bijvoorbeeld. Bewust omgaan met het gedrag van je kind. Je bewust zijn van het effect van jouw gedrag op hoe je kind zich gedraagt en hoe je kind uiteindelijk wordt.
Zowel bij het natuurlijk ouderschap als bij de methode van Jo Frost kun je je afvragen: wat leer ik mijn kind hiermee? Wat voor kind 'maak' ik met dit handelen?

Soms wat meer kijken naar wat je kind nodig heeft, hem dit geven en daarmee even niet aan jezelf denken, is heel goed en mooi. En vaak ook nodig, zeker bij hele jonge baby's.
Soms streng zijn, 'nee' zeggen en duidelijk maken dat je kind niet alles bepaalt, is ook goed en zeker ook nodig wat mij betreft.
Soms even niet aan de behoefte van je kind kunnen voldoen, omdat je moe bent of het gewoon even zat bent, is eveneens goed én realistisch.
Welke manier van opvoeden jij ook hanteert, hoe je het ook doet, soms lukt het ook wel eens even niet. De perfecte ouder bestaat niet. Dat zijn de natuurlijk opvoeden-aanhangers niet en dat is Jo Frost ook niet.

Misschien kies je soms een beetje natuurlijk ouderschap en soms een beetje Jo Frost. Misschien is dat ook wel heel afhankelijk van de leeftijd van je kind. Hoe ouder een kind wordt, hoe meer je misschien afstapt van natuurlijk opvoeden en hoe meer je misschien elementen van de methode van Jo Frost toepast.
Praat met anderen, en vooral je mede-opvoeders, over de manier van opvoeden die jij graag wilt. Waarom wil je dat? Sta open voor wat anderen vinden en zeggen en verruim je blik waar nodig.

Maar, laat je niet onzeker maken door wat je om je heen leest en wat je op tv ziet. Jij kiest jouw manier van opvoeden die voor jouw en je kind goed voelt en die bij jullie past. Zolang je het maar bewust doet en luistert naar je hart, doe je het goed!


Toch nog een beetje hulp nodig? Toch een beetje onzeker? Ik help je hierbij! Kijk op www.parentingcompany.nl voor voorlichting en advies over opvoeden!