woensdag 25 februari 2015

Kinderen en moderne media

Ik heb mijn twee neefjes op bezoek. Zodra ze de woonkamer binnen komen lopen, ziet mijn jongste neefje (2,5) de afstandsbediening op tafel liggen. Hij pakt hem op en zegt: "Tewevisie kijke!"
Met wat overredingskracht en het excuus dat hij nu toch niks kan zien omdat de zon in het beeld schijnt, gaat hij uiteindelijk akkoord met een andere activiteit. De puzzels worden uit de kast gepakt, de katten worden uitgebreid bestudeerd en mijn fatboy wordt gebruikt als springkussen. Beide neefjes hebben het zo naar hun zin dat als hun vader na 1,5 uur aankondigt dat het weer tijd is om naar huis te gaan, mijn oudste neefje (4,5) heel verontwaardigd zegt: "Nu al? Nou, dit is echt het kortste dat ik hier oooooit ben geweest!"
Kleine kinderen en telefoons, ze lijken het soms allemaal beter te snappen dan wij. Zodra we thuiskomen, kapen ze onze telefoon om hun favoriete spelletje te spelen of hun lievelings you tube filmpje te bekijken. En zo gaat dat ook met onze tablet, laptop en met de tv. Je kind van 2 weet al precies hoe hij alles moet bedienen. Deels komt dit omdat de moderne media, zoals telefoon en tablet erg intuïtief zijn. Niet nadenken, maar gewoon doen wat je verwacht. Aanwijzen wat je wel wilt en wegvegen wat je niet wilt. Ook mijn oma van 90 kan uitstekend overweg met de tablet.
Handig, zul je in eerste instantie misschien denken. Kleine kinderen kunnen maar beter snel snappen hoe het werkt, dan hebben ze later geen problemen in deze technische wereld. Maar, schuilt er misschien ook een gevaar in het gebruik van deze apparaten? Wanneer is het te veel? Is er een te veel?

Meerwaarde moderne media
Is er een meerwaarde aan moderne media voor je jonge kind? Is het handig? Dat zeker! Een puzzel maken zonder dat er stukjes kwijtraken, woorden leren, zonder dat het je als ouder tijd kost, automatische start van een nieuw filmpje als de vorige is afgelopen. Wat een uitkomst! Kinderen bepalen veel zelf wat hen ook nog eens het gevoel van controle geeft. Dit vermindert frustratie.
Daarnaast is het super makkelijk. Je kind begrijpt het al zonder dat je het hem hoeft uit te leggen. Waar je kind vroeger heel afhankelijk was van jou als hij een spelletje wilde spelen of een filmpje wilde kijken, is hij nu al veel jonger zelfstandig. Zijn tegenspeler bij een spelletje is de computer die ook nog eens terug praat! En het starten van een you tube filmpje is vele malen makkelijker dan het bedienen van de tv en dvd-speler.
Tijdens het koken, op vakantie en in de auto is het voor veel ouders een ideale uitkomst.
Het klinkt prachtig. En zoals je hierboven leest, is het dat ook. Maar, is er een keerzijde? Moeten we waakzaam zijn? Of komt het allemaal vanzelf wel goed?
Ik ben van mening dat het gebruik van moderne media ontzettend handig kan zijn voor jonge kinderen. Maar, ook denk ik dat we ons ervan bewust moeten zijn van het wel is en wat het niet is.

Leren en moderne media
Veel ouders zien moderne media als ideaal hulpmiddel om hun kinderen allerlei (extra) vaardigheden aan te leren. Dit kan ik hen ook niet kwalijk nemen. In reclame's op tv wordt het ook zo voorgespiegeld. Kinderen komen uit school en duiken met plezier achter de computer om verder te leren. Of peuters leren woordjes door middel van handige apps op je tablet of telefoon.
Hoe effectief zijn deze programma's? Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, dus over specifieke programma's kan ik weinig zeggen. Wel kan ik iets zeggen over het leren van taal en welke factoren daar cruciaal bij zijn. Zo is er onderzoek gedaan naar het leren van een tweede taal bij jonge kinderen. Wat blijkt? Sociaal contact is een cruciale factor bij het leren van taal!
Uit dit onderzoekt blijkt hoe groot het belang van sociale interactie is bij het leren van taal. Ouders die zeggen dat ze hun kinderen meertalig opvoeden omdat hun kind altijd naar Engelse televisie kijkt, komen bedrogen uit. Grote kans dat hun kind daar niks van onthoudt. Niet als ze deze taal niet ook op andere manieren horen.
Nu is het wellicht voorbarig om deze lijn door te trekken naar alle vormen van leren. Maar, je kunt met een beetje logisch nadenken wel bedenken dat kinderen beter en effectiever leren als ze vragen kunnen stellen en dingen op verschillende manieren uitgelegd kunnen krijgen. En voor jonge kinderen geldt dat leren door te doen nog altijd de meest effectieve vorm van leren is. Een toren bouwen en zien dat de blokjes omvallen als de toren te hoog wordt. Een puzzel maken en zelf het stukje moeten voelen en draaien tot het past. Je handen in de aarde, stampen in de plassen, kletsen met mama over de vakantie, knuffelen met de oppas, een treinbaan bouwen. Allemaal dingen die onmogelijk te overtreffen zijn met een beeldscherm. Je kind leert door te doen en door interactie met anderen zo ontzettend veel. Laten we dit niet onderschatten, maar juist de meerwaarde ervan inzien en dit middel gebruiken om onze kinderen dingen te leren.

Moderne media en spelen
Niet alleen wordt moderne media ingezet als middel om te leren, maar ook als vervanging voor spelen. Of eigenlijk is het een nieuwe manier van spelen. Een spelletje of filmpje hoeft niet altijd leerzaam te zijn, maar is soms gewoon ook leuk.
Toch heb ik ook hier een kritische kanttekening. Net zoals men 'vroeger' zei dat het niet goed was voor kinderen om lang voor de televisie te zitten, wordt ook nu weer het advies gegeven om het totaal uren 'beeldschermen' op een dag te beperken. Voor hele jonge kinderen (0-4) jaar zou ik zelfs zeggen maximaal een half uur op een dag. Vaak kunnen jonge kinderen hun aandacht er ook niet eens veel langer dan 10 minuten bijhouden, dus heeft het weinig zin om je dreumes van 1,5 voor een lange disneyfilm te zetten.
Veel tijd achter een beeldscherm doorbrengen gaat ten koste van de tijd dat kinderen actief kunnen spelen, sociale interactie hebben met andere mensen (en met jou!), buiten zijn en bewegen.
Dit maakt niet alleen dat kinderen lui worden, 'bankhangen' wordt een vast ritueel van de dag, maar ook dat hun ontwikkeling vertraagd of zelfs staakt. Zoals hierboven al beschreven, leren jonge kinderen door te doen. Zelf ontdekken, bezig zijn, buiten spelen, helpen in de keuken, dingen vastpakken en weer laten vallen, enzovoort. Hoe meer we jonge kinderen achter een beeldscherm of achter een bureau zetten, des te minder leren ze. De tijd wordt simpelweg minder effectief besteed. Wat dat aangaat zou wat mij betreft de kleuterschool ook weer echt kleuterschool mogen worden en geen verlengde van de basisschool. Maar goed, dat is weer een andere discussie.
Probeer voor jezelf ook in de gaten te houden hoeveel tijd je kind achter een beeldscherm doorbrengt en stimuleer hem om andere dingen te gaan doen. Tijdens het koken kan het wellicht handig zijn, je kind even met de tablet op de bank te zetten, maar bedenk je ondertussen eens hoeveel leuker het voor jou en je kind is om samen te koken! Zie koken niet als iets dat even snel tussendoor moet, maar maak er een activiteit van die je samen met je kind onderneemt. Ga lekker aan tafel zitten en laat je kind met een plastic mesje een komkommer snijden, of een banaan wat mij betreft. Het hoeft niet eens relevant te zijn voor de maaltijd, die banaan komt bij het toetje wel weer op. Als je kind maar lekker bezig is en het gevoel heeft bij te dragen aan de maaltijd. Denk niet te moeilijk. En als je kind het zat is, geef je hem lekker wat anders te doen aan tafel en schil jij de aardappels verder.

Moderne media, wel of niet?
Ik ben geen grote voorstander van het gebruik van moderne media op jonge leeftijd. Tablets, telefoons en computers zijn over het algemeen gewoon ook niet gemaakt voor baby's en dreumesen. Ook al doen mooie reclame's je geloven dat je kinderen er een hoop van leren, we wéten dat jonge kinderen vooral leren door te doen, actief bezig te zijn, al hun zintuigen te gebruiken.
Een beetje oefenen op jonge leeftijd kan geen kwaad hoor. Een bumba-filmpje aan het einde van de middag op de tablet is prima en gezellig samen foto's maken en kijken op de telefoon van papa is natuurlijk ook hartstikke leuk. Maar, zie het op deze jonge leeftijd niet als vervanging voor iets anders. Kinderen ontwikkelen zich door te doen en vooral ook door samen te doen. De sociale component bij het leren van taal blijkt cruciaal. Vervang het boekje voorlezen 's avonds niet voor een fimpje op you tube en zet je kind niet steeds tijdens het koken voor de tv. Dit is echt eeuwig zonde.
Dus, moderne media: prima zo nu en dan, maar met mate!


Nog meer tips om toch al die huishoudelijke klussen af te krijgen zonder je kind steeds achter de tv te hoeven zetten? Kijk op www.parentingcompany.nl voor opvoedondersteuning bij jou thuis!

vrijdag 9 januari 2015

Communicatie: contact maken met je kind

Een leidster probeert een kind mee te laten helpen met opruimen en zegt: "Jij mag ook even helpen de knuffels op te ruimen."
Kind (3): "Nee, dat heb ik niet gedaan!"
Leidster: "Jawel, dat heb ik net zelf gezien."
Dit gaat een tijdje zo heen en weer totdat het kind heel kalmpjes zegt:
"Nou, dan ga ik naar huis!"


Regelmatig hoor ik opvoeders en kind over en weer discussiëren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Soms levert dat mooie gesprekken op, maar vaak merk ik ook dat er volledig langs elkaar heen wordt gepraat. Opvoeder en kind zitten niet op dezelfde golflengte. Als je een boodschap over wilt brengen op je kind, is het ontzettend belangrijk eerst contact te maken met je kind. Echt contact, op een golflengte die aankomt bij je kind.
Hoe doe je dat? Hoe merk je dat je het goed doet? Wanneer is je kind oost-indisch doof en wanneer komt je boodschap ook daadwerkelijk niet aan?

Contact maken is altijd belangrijk!

Als je een boodschap over wilt brengen op een ander persoon, is contact maken altijd belangrijk. Niet alleen in de communicatie met kinderen, maar ook in de communicatie tussen volwassenen wordt deze stap regelmatig overgeslagen. Je ziet je collega lopen over de gang en stelt gelijk de vraag die je haar nog moest stellen. Ze kijkt even verbaasd en moet diep graven waar je het over hebt. Of je partner komt thuis en je vertelt hem gelijk dat je het toch wel erg vervelend vond dat hij de was niet had opgehangen vanochtend. Er volgt een woordenwisseling waarbij je uiteindelijke het gevoel hebt dat je totaal niet begrepen wordt. Je puber zit voor de tv en je vraagt hem om de tafel te dekken. Na drie keer vragen, stoort het je behoorlijk dat het lijkt of de boodschap nóg niet is overgekomen. Eén van deze situaties, al dan niet allemaal, zal je vast bekend voorkomen. Mij in elk geval wel.

Wat in alle bovenstaande situaties mis gaat, is dat de zender van de boodschap geen contact maakt met de ontvanger. Tenminste, de zender 'tuned' niet in op de golflengte van de ontvanger. Soms komt een boodschap alsnog aan, omdat de ontvanger vrij snel naar jouw frequentie schakelt, zoals in het eerste voorbeeld. Op andere momenten komt er wel een gesprek, maar blijven zender en ontvanger op een andere golflengte communiceren, wat ervoor zorgt dat je boodschap niet echt begrepen wordt, zoals in voorbeeld twee. En regelmatig ook komt je boodschap helemaal niet aan, je frequentie wordt niet ontvangen, zoals in voorbeeld drie.

Als je wilt dat je boodschap aankomt, wordt begrepen én dat er vervolgens ook een relevante reactie komt, is het aan jou, de zender, om eerst contact te maken met de ontvanger. Zoals we zien in de voorbeelden hierboven pakt het nog wel eens verkeerd uit als je dit niet doet. De ander begrijpt je niet of hoort je niet eens. Nu zitten de meeste volwassenen vaak nog wel op ongeveer dezelfde golflengte, wat maakt dat je uiteindelijk wel tot communiceren komt en soms gaandeweg het gesprek op een zelfde golflengte beland. Kinderen zitten doorgaans op een totaal andere frequentie. Hier moet je soms echt even naar zoeken. Doe je dit niet, dan komt een boodschap niet aan en volgt er uiteindelijk vaak ruzie tussen jou en je kind, waarbij jullie allebei gefrustreerd zijn omdat jullie je niet begrepen voelen. Je kind uit dit met opstandig gedrag en jij vraagt je af of je de enige bent die er een half uur over doet om je dreumes in zijn jas te krijgen.
Hoe los je dat op? Maak eerst contact!

Hoe maak je contact?

Communiceren met je jonge kind kost tijd. Veel meer tijd dan communiceren met volwassenen. Jonge kinderen zijn kleine autistjes. Ze leven in hun eigen wereld waarbij fantasie en werkelijkheid nog erg door elkaar lopen. Contact maken én contact houden, zijn ontzettend belangrijk in de communicatie met je jonge kind.

Een voorbeeld: Je dreumes zit voor de televisie en het is tijd om te eten. Je loopt naar hem toe, zegt dat het tijd is om te eten en doet de televisie uit. Je pakt je dreumes op om hem aan tafel te zetten. Je dreumes wordt ontzettend opstandig. "Nee!" roept hij hard en hij begint met zijn armen en benen te slaan. Jij wordt boos, omdat hij slaat. "Dat mag niet!" zeg je. Hierop wordt je dreumes nog opstandiger. Je krijgt hem met geen mogelijkheid in zijn stoel. Eten is vanavond al helemaal uitgesloten... Je dreumes blijft nog een hele tijd opstandig en valt uiteindelijk uitgeput op de bank in slaap...

Waar gaat het hier mis? Als je bovenstaande hebt gelezen, zul je wellicht zelf het antwoord al weten: er is geen contact tussen ouder en kind. Tenminste, geen contact op dezelfde golflengte. Hoe moet het dan wel? Allereerst, als je een boodschap over wilt brengen op je kind, verplaats je eerst in de leefwereld van je kind op dat moment. Wat is je kind aan het doen? Is je kind verdiept in een tekenfilm op televisie? Dan zal het even tijd kosten om contact met hem te maken. Besef je dit en bereid jezelf hierop voor. Ga naar je kind, ga rustig naast hem zitten op de bank en vraag hem iets over de tekenfilm. Is het leuk? Wat doet de beer nu? Wat heeft Dora al gedaan? Vindt Nijntje het leuk in de dierentuin? Als je kind reageert op wat je zegt, is er contact. Vraag je kind vervolgens om even weg te kijken van de televisie omdat je hem iets wilt vragen. Sla deze stap niet over! Zo weet je kind dat er iets komt, iets waarbij er een antwoord van hem wordt verwacht. Je vraag heel bewust om even om zijn volle aandacht. Als je die hebt, vertel je hem rustig dat jullie zo gaan eten. Niet nu direct, maar zo. Maak het 'zo' concreet door er iets 'tastbaars' aan te verbinden. Als de tekenfilm is afgelopen of als de wijzer van de klok op 6 staat of als de kookwekker gaat. Herhaal de boodschap na een minuutje nog eens op dezelfde manier. Als het tijd is om te gaan eten, doe je dit opnieuw. Zet samen de televisie uit en vraag je kind om aan tafel te gaan zitten. Merk je dat hij nog steeds een beetje opstandig wordt? Probeer dan niet alleen zelf je frequentie aan te passen aan je kind, maar help je kind ook zijn frequentie aan te passen op jou. Dit kun je doen door je kind heel concreet te betrekken in 'jouw' wereld. Vraag hem bijvoorbeeld zelf om zijn bord mee te nemen uit de keuken en op tafel te zetten. Laat hem kiezen uit twee borden en introduceer hem zo langzaam in de wereld van 'het gaan eten'.
Contact houden is net zo belangrijk als contact maken. Als je de aandacht van je kind hebt, houdt die dan vast door steeds 'in te tunen' op zijn frequentie. Dit doe je door je zo goed mogelijk in te leven in je kind. Waar is je kind mee bezig? Wat ziet hij? Wat hoort hij? Gebruik deze informatie als je een boodschap over wilt brengen.

Hoort mijn kind me nu wel of niet?

Hoe weet je nu of je kind je echt niet gehoord heeft, en je dus iets meer moet investeren in het contact maken, of dat je kind geen zin heeft om je te horen en net alsof doet. Jonge kinderen zijn minder vaak oost-indisch doof dan wij denken. Vaak hoor ik ouders zeggen over een twee-jarige dreumes: "Hij hoort het wel hoor, maar hij doet net alsof dat niet zo is..." Soms zal dit ook echt wel zo zijn. Als je kind je uitdagend aankijkt en toch van je wegloopt als je vraagt of hij komt, dan heeft hij je hoogstwaarschijnlijk wel gehoord. Maar, of je kind je heeft gehoord, is nog wel iets anders dan of de boodschap ook daadwerkelijk aangekomen is. Heeft je kind echt begrepen wat je van hem vraagt? Of zit hij nog in zijn speel-modus als je hem op komt halen van het kinderdagverblijf en loopt hij daarom zo uitdagend voor je weg? Contact maken, betekent inleven in je kind, weten waar hij op dat moment mee bezig is en daarop aansluiten.

En vooral: tijd nemen om je boodschap over te brengen. Tegen ouders zeg ik nog wel eens, als je je kind iets vraagt, tel in je hoofd dan even tot tien (of rustig tot vijf). Zo veel tijd heeft je kind minimaal nodig om de boodschap te verwerken. 'Even snel' is er niet meer bij als je wilt dat je kinderen meewerken. Bedenk je bij alle communicatie met je kind dat je kind meer tijd nodig heeft om het te begrijpen en erop te reageren dan jij. Naast verbale communicatie is non-verbale communicatie dan net zo belangrijk, of misschien nóg wel belangrijker. Als je het idee hebt dat je kind je niet gehoord of begrepen heeft, gebruik dan ook je non-verbale communicatiemiddelen om hem te bereiken. Laat zien wat je van hem verwacht door zijn jas te pakken van de gang, als je naar buiten wilt. Laat zijn beker zien als je wilt dat hij wat gaat drinken. Gebruik gebaren om je woorden extra kracht bij te zetten. De kracht van gebaren kan enorm groot zijn. Ik heb verschillende kinderen in mijn omgeving gezien die hier enorm veel baat bij hebben. Kinderen kunnen zich gebaren vaak eerder eigen maken dan taal. Dit maakt dat ze al op jongere leeftijd aan kunnen geven wat ze willen en hiermee meer controle hebben over hun eigen leven. Dit zorgt voor duidelijk minder frustratie bij jonge kinderen.

Het kan natuurlijk altijd zo zijn dat je nog zo je best doet om goed contact te maken met je kind en je kind jou alsnog niet hoort of niet wil horen. Bedenk dan als eerste: je jonge kind doet nooit bewust iets om jou te 'pesten'. Hij zal je niet willen kwetsen door expres niet te luisteren. Als jonge kinderen niet luisteren, testen ze de grenzen uit. Hoeveel controle kan ik uitoefenen op deze situatie? Begrijp dit en probeer, als de situatie dat toelaat, je hierop aan te passen. Speel nog even mee met je kind voordat hij zijn jas aan moet. Probeer zo tot een compromis te komen en geef je kind keuzes.

En tja, soms heb je gewoon even iets minder tijd of geduld, dat kan. We zijn allemaal mensen. Een frustratie-loos leven is voor vrijwel niemand weggelegd, ook voor je jonge kind niet.

Maar, vergeet niet: contact maken is de sleutel tot goede communicatie, ook met je jonge kind!

Tot slot, probeer echt contact maken eens uit op je werk of met je partner. Je zult merken dat veel gesprekken een stuk soepeler zullen verlopen!

Wil je graag dat ik je kom helpen om goed te leren communiceren met je jonge kind? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!

woensdag 10 december 2014

Is het wel normaal?

Kind (2) wil de korstjes van zijn brood niet opeten. Als dat van mij wel moet, zegt hij:
"Nee, Peta! Peta stout!"

Is dit wel normaal?
Als ik een euro zou krijgen voor elke keer dat mij deze vraag gesteld werd, dan was ik inmiddels miljonair... Om me heen merk ik dat veel ouders zich zorgen maken of het gedrag van hun kind wel normaal is. 'Is het normaal dat mijn dochter van 2 nog niet doorslaapt 's nachts?' 'Is het normaal dat mijn zoon van 4 nog niet zindelijk is?' 'Is het normaal dat mijn baby alleen van mama zijn flesje wil?' 'Is het normaal dat mijn dreumes ineens zo opstandig is?' 'Is het normaal dat mijn peuter zijn groente ineens niet meer opeet?' 'Is het normaal dat mijn dochter van 3 's avonds niet naar bed wil?' 'Of dat ik met mijn zoontje van 2 elke ochtend strijd heb om wat hij aantrekt?'
Om maar even gelijk antwoord te geven: 'Ja! Dit is heel normaal.'
Maar, waarom maken wij ons toch zo veel zorgen of het gedrag van ons kind wel normaal genoeg is?
In deze post een pleidooi voor praten, samen en taboe's doorbreken. Opvoeden doe je samen!

Wat is normaal?
Onze definitie van normaal hangt af van wat we in onze omgeving zien. We kijken naar anderen, vergelijken en beoordelen zo of wat we bij onszelf zien wel normaal is. Hierbij gaan we ervan uit dat wij in staat zijn om van alles wat wij in onze omgeving zien een soort algemeen gemiddelde af te leiden waaraan we onszelf kunnen toetsen. De vraag is of we dat wel kunnen.
Het begint er al mee dat wij vrijwel altijd 'gekleurd' waarnemen. We kunnen eigenlijk niet volledig zonder oordeel waarnemen. Als we iets zien of horen, komen er bewust of onbewust allerlei gedachten bij ons op. Ook kan het zijn dat we er gelijk iets bij voelen. Deze gedachten en gevoelens worden bepaald door al onze eerdere ervaringen.
Daarnaast speelt ons geheugen ook een grote rol in het bepalen of iets normaal is. Wij nemen namelijk niet alleen gekleurd waar, maar we onthouden ook 'gekleurd'. Als we eenmaal een beeld hebben van wat normaal is, zijn we geneigd om enkel de dingen te onthouden die dat beeld bevestigen. Stel, mijn oma is gewend dat kinderen op 2 jarige leeftijd al zindelijk zijn overdag. Al haar eigen kinderen waren namelijk rond het 2e jaar zindelijk en dit zag ze toen ook in haar omgeving. Dat vind zij normaal. Als zij nu, 60 jaar later, een kind tegen komt dat pas met 3 jaar zindelijk is, zal zij dit als 'niet normaal' bestempelen. Ook zal ze vooral de kinderen onthouden die wel met 2 jaar zindelijk zijn, dit bevestigd haar beeld immers. Mijn oma zal gekleurd oordelen en gekleurd onthouden. Zo kan het zijn dat in werkelijkheid de meeste kinderen pas na hun 3e jaar zindelijk worden, maar mijn oma toch het beeld heeft dat dit met 2 jaar al zo is. Wat maakt dat zij de grootste groep kinderen als 'afwijkend' beschouwd.
Daar komt dan nog bij dat het maar de vraag is of mijn oma 60 jaar geleden wel zo'n realistisch beeld had. Was haar beeld van wat normaal is niet al bepaald bij haar eerste kind dat met 2 jaar zindelijk was? Hoe groot was haar omgeving waaraan ze kon toetsen? Waarschijnlijk een stuk kleiner dan onze wereld nu.
Het opvallende is wel dat mijn oma een stuk zekerder was over haar opvoedkwaliteiten dan de meeste ouders nu. Juist doordat onze wereld groter is geworden zouden wij beter in staat moeten zijn om te beoordelen wat normaal is en wat niet, wat ons minder onzeker zou moeten maken. Toch lijkt het tegenovergestelde het geval: we zijn alleen maar meer onzeker geworden.

Waarom praten wij niet over opvoeden?
Waar mijn oma met een veel kleinere wereld gewoon eigenwijs haar mening vormde over wat normaal was, zien wij door alle informatie die we kunnen verzamelen door de bomen het bos niet meer. Als we op internet zoeken naar 'kind 2 jaar zindelijk' vinden we enorm veel informatie. Zo veel, dat het ons niets meer zegt. Het zou zomaar eens kunnen dat onze wereld alleen maar kleiner is geworden door internet. Het zorgt ervoor dat we niet meer praten met anderen, maar er enkel achter ons computerscherm achter proberen te komen hoe het bij de buren zit...
En zo betrouwbaar is het dat internet niet. De buren zullen het enthousiast op Facebook zetten als hun dochter van 1,5 voor het eerst op het potje heeft geplast. Maar, als ze dit pas doet als ze 3 is, houden ze het liever voor zichzelf. Dit schetst een vertekend beeld van de werkelijkheid.
Hieruit blijkt ook dat eerder blijkbaar beter is. Hoe eerder je kind loopt, praat en poept op de wc, hoe trotser je als ouder mag zijn. En als dit bij jou later gebeurt dan bij je gemiddelde Facebook-vriend, dan houd je liever je mond. Straks wordt jouw kind als 'traag', 'dom' of 'niet normaal' bestempeld.
Logisch ook dat je op de verjaardag van je vriendin je mond maar houdt als het gaat om wanneer elk kind zijn eerste woordje al zei. Logisch dat ouders heel voorzichtig naar mij toekomen om te vragen of het wel normaal is dat hun 2-jarige dochter elke keer zo'n scene schopt in de supermarkt. Andere kinderen zien ze dat niet doen. Nee, die blijven namelijk thuis... Wij verstoppen onze kinderen liever als ze zich niet 'normaal' gedragen. Als ik ouders dan vertel dat het wél volkomen normaal is dat je kind van 2 een driftbui krijgt als ze geen lolly's in het winkelwagentje mag doen, dan zie ik ouders enigszins verbaasd, maar ook opgelucht ademhalen. En als we dan ook nog kunnen praten over hoe je hier het beste mee om kan gaan of zelfs voor zijn, wat gaan ouders dan opgelucht weg!
Het mooie is dat praten over je twijfels en onzekerheden vrijwel altijd zorgt voor opluchting en uiteindelijk stukken meer zelfvertrouwen. Vaak blijkt dat je beeld van wat 'normaal' is helemaal niet klopt. Elke ouder heeft wel eens te maken met opstandige buien van zijn dreumes, slecht slapende baby's en peuters die geen groente willen. Praat met elkaar, juist in deze tijd van informatie-overschot!

Opvoeden doe je samen!
Niet alleen om je eigen onzekerheid weg te nemen, is praten over opvoeden goed. Ook is het nodig omdat we niet in ons eentje, of met z'n tweeën, verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van ons kind. Het lijkt er misschien op dat we vroeger veel meer samen aan het opvoeden waren en dat we nu als individuen alleen maar achter onze eigen voordeur bezig zijn met opvoeden. Het tegendeel is echter waar. In de tijd waarin mijn oma mijn moeder grootbracht, was mijn oma haar voornaamste opvoeder. Haar moeder, de oma van mijn moeder, woonde in huis en zal ongetwijfeld ook een aandeel hebben gehad. Mijn opa werkte en was nauwelijks verantwoordelijk voor de opvoeding. Eén echte opvoeder dus en twee mensen die zich er af en toe een beetje mee bemoeien. Dat is nu zeker wel anders. Uit ervaring kan ik zeggen dat het gemiddelde kind wel 5 verschillende opvoeders heeft die het kind ook allemaal evenveel zien en dus opvoeden. Ouders zijn meer samen gaan opvoeden. Een goed teken wat mij betreft. Hoewel mama nog steeds het meest thuis is met de kinderen, werkt ze er nu ook gemiddeld 2 dagen naast. Dat betekent dat een kind 2 dagen in de week door iemand anders wordt opgevoed. Meestal is deze andere vorm de dagopvang. Op een gemiddeld kinderdagverblijf heeft een kind dat twee dagen komt te maken met drie verschillende pedagogisch medewerkers. Zo zitten we al op 5 verschillende opvoeders. Daarnaast kan er in een gezin ook nog sprake zijn van een vaste oppas voor de avond of het weekend, een vaste opa/oma-dag of een au pair. Het gemiddelde van 5 verschillende opvoeders loopt in sommige gevallen uit tot wel 7 of 8 verschillende opvoeders.
Als al die verschillende opvoeders een andere manier van omgaan met het kind hanteren zorgt dit voor een uiterst onduidelijke situatie.
Dus daarom, praat met elkaar over opvoeden! Vraag de pedagogisch medewerkers op het dagverblijf naar het beleid rondom opvoeden. Vraag ze ook naar hun eigen kijk hierop, hun eigen opvoeding wellicht. Zorg dat je als dagverblijf met elkaar ook blijft praten over beleid en opvoeding. Wees je ervan bewust dat elke medewerker andere normen en waarden heeft die hij bewust én onbewust meeneemt in zijn werk. Praat met opa en oma over opvoeden. Zeker als er een vaste oppas-dag in de week is. Natuurlijk mogen opa en oma iets meer verwennen, maar er moet ook duidelijkheid zijn als zij secundaire opvoeders zijn. Leg de oppas niet alleen uit waar de luiers liggen en hoe laat je kind gaat slapen, maar vraag haar ook naar haar manier van opvoeden. Kan zij zich vinden in jouw/jullie normen en waarden?
Wees je ervan bewust dat al deze mensen jouw kind maken tot wie hij wordt. Elke opvoeder heeft een enorme invloed op hoe je kind zich gedraagt en hoe hij over dingen denkt. Probeer zoveel mogelijk één lijn aan te houden en vraag aan je mede-opvoeders of zij zich kunnen vinden in jouw manier van opvoeden. Praten over opvoeden zorgt ook voor reflectie op je eigen handelen. Gebruik dit ook! Hebben jouw manieren het gewenste effect of juist niet? Hoe denken je mede-opvoeders hierover? Misschien hebben ze ideeën in hoe het anders kan.

Juist in deze, zogezegd, individuele maatschappij met een groot informatie-overschot, lijkt praten over opvoeden een absolute must! Opvoeden doen we meer dan ooit samen. Samen met de oppas, samen met de pedagogisch medewerker, samen met oma, samen met de buren wellicht. Praat, reflecteer en doorbreek het taboe. Kom je er niet uit? Praat dan eens met een opvoedondersteuner of pedagoog. Zij zijn er om jou te helpen en je onzekerheid weg te nemen.

Wil je een afspraak met mij maken? Kom dan op dinsdagochtend naar het Griftpark of kijk op www.parentingcompany.nl!

De zon schijnt buiten en het is een heerlijke lente-dag. Kind (3): "Jaaaa, nu mogen we weer met water spelen buiten!"
Juf: "Nou, daarvoor is het nog te koud. Anders word je ziek en dan worden jouw papa en mama boos op mij."
Kind, heel zacht: "...Ik zal het niet tegen papa en mama zeggen hoor..."

woensdag 12 november 2014

Wie zoet is, krijgt lekkers. Wie stout is....

Tijdens de Sinterklaas-tijd wordt het kinderdagverblijf altijd leuk versierd. Een pienter meisje weet heel goed wat de functie is van de nep-cadeautjes die op de groep hangen: "Petra, die cadeautjes zijn toch niet voor de kindjes, maar voor de sfeer?"

De Sinterklaas-tijd. Leuk, gezellig, knus, maar vooral ook
druk... Cadeautjes kopen, naar de intocht,
Sinterklaas-journaal kijken, op bezoek bij Sinterklaas, Sinterklaas op bezoek bij het kinderdagverblijf, school, werk, het winkelcentrum.... Overal waar je kijkt zwarte pieten, pakjes, pepernoten. Ohja, en schoenen zetten natuurlijk!
Je wordt toch al moe als je dit leest?
In deze post alles over Sinterklaas! Wat doet deze tijd met je kind? Welke keuzes kun je maken? Hoe zorg je ervoor dat de nadruk ligt op de gezelligheid en het plezier die deze tijd met zich meebrengt en niet op de drukte en het 'moeten'?

Sinterklaas voor jonge kinderen
Op het kinderdagverblijf werd er altijd actief Sinterklaas gevierd. Daarbij hoorde natuurlijk ook schoenen zetten, cadeautjes krijgen, pepernoten eten en dat Sinterklaas en zijn Pieten langs kwamen. Voor sommige kinderen één groot feest, voor anderen vooral heel spannend en soms ook stressvol...
Wat doet de Sinterklaas-tijd met je baby, dreumes en peuter? Hoeveel 'hebben' deze jonge kinderen aan het feest en alles er omheen? Hoeveel begrijpen ze überhaupt van het fenomeen 'Sinterklaas'?
Het zal je niet verbazen dat voor je baby Sinterklaas nog weinig zegt. Voor een dreumes begint het besef misschien een klein beetje te komen. Hij begrijpt in elk geval wel dat er iets gaande is. Hij ziet de versieringen, hoort Sinterklaas-liedjes en zet zelf zijn schoen. Bij dreumesen loopt fantasie en werkelijkheid nog heel erg door elkaar. Ze weten niet goed wat echt is en wat niet en kunnen hier nog niet logisch over nadenken. Dat maakt ook dat het concept 'Sinterklaas' zo goed werkt bij jonge kinderen. Voor hen is het allemaal heel logisch. Voor sommige dreumesen is het Sinterklaas-feest misschien al wel echt een feestje. Ze kijken er in spanning naar uit en genieten van al het lekkers en de cadeautjes. Maar, voor veel dreumesen en baby's is de drukte en de spanning het voornaamste wat ze meekrijgen. Als een kind nog niet echt begrijpt waarom er dingen anders zijn in zijn dagelijkse ritme, is het voor hem heel moeilijk om zich hieraan aan te passen.
Veel peuters maken Sinterklaas wél bewust mee. Ook bij hen zijn fantasie en werkelijkheid vaak nog nauw met elkaar verbonden. Sinterklaas met een paard op het dak? Natúúrlijk kan dat! Toch maakt dat de spanning van deze tijd en de stress die je wellicht ervaart als ouders wel zijn weerslag kan hebben op je peuter. Jonge kinderen hebben een grote behoefte aan structuur en duidelijkheid. Als deze deels wegvallen dan zul je dit gegarandeerd merken in hun gedrag. Hoe zich dit uit, kan verschillen per kind, maar ook per moment. Weet dit, begrijp dit en pas zo nodig aan. Hoe je de Sinterklaas-tijd behapbaar houdt voor jou en je kind, lees je hieronder.

Sinterklaas als opvoedmethodiek
De titel van deze post kan iedereen waarschijnlijk zo afmaken. 'Wie zoet is, krijgt lekkers. Wie stout is de roe.' Gelukkig is de tijd dat Sinterklaas kinderen in de zak meenam naar Spanje voorbij. Maar, het blijft een 'handig' dreigement voor ouders. "Als je niet lief bent, moet je in de zak mee naar Spanje." of "Als je je zusje blijft slaan, krijg je geen cadeautjes van Sinterklaas." of "Als je nu niet ophoudt, krijg je niks in je schoen!" Dat ik geen voorstander ben van dreigementen in de opvoeding, dat weet je als je deze blog regelmatig leest. Dreigen met Sinterklaas zal ik dan ook niet adviseren. Ten eerste, het is wel erg makkelijk: we geven de schuld aan Sinterklaas. Je kind moet niet ophouden met ongewenst gedrag, omdat jij dat wilt, maar omdat Sinterklaas hem anders niet meer lief vindt. Als jij wilt dat je kind ander gedrag laat zien, zul jij je kind hier op aan moeten spreken. En dus ook zelf uitleggen waarom JIJ dat niet wilt. Uitleggen en samen een alternatief bedenken. Laat je kind jou maar uitdagen om een goede reden te bedenken waarom hij iets niet mag! Hem vertellen dat Sinterklaas hem anders niet meer lief vindt, is totaal niet onderbouwt en je kind zal daar niks van begrijpen.
Nog een reden om Sinterklaas niet te gebruiken als dreigement, heeft te maken met de emotionele ontwikkeling van je jonge kind. Zoals ik hierboven al beschreef, zien jonge kinderen het verschil tussen fantasie en werkelijkheid nog niet. Dat Sinterklaas bestaat, is voor hen een zekerheid. Alles wat daarmee te maken heeft, geloven ze. Dat Sinterklaas als enige op de hele wereld 300 jaar is, dat hij met zijn paard op het dak rijdt, dat hij in één avond alle kinderen in Nederland cadeautjes komt geven, dat zijn pieten door je schoorsteen passen... Kinderen denken hier niet logisch over na. Dit zorgt er ook voor dat alles wat jij ze vervolgens vertelt over Sinterklaas, voor hen ook waarheid is. Ook al bedoel jij het misschien als een grapje. Jij zult denken 'natuurlijk ga je niet mee in de zak naar Spanje, want dat kan helemaal niet'. Maar, voor je kind is dit niet zo logisch. Hij kan dit soort dreigementen heel serieus nemen wat vervolgens enkel zorgt voor angst. Wellicht is dit effectief om zijn gedrag op dat moment aan te passen. Maar, het is allerminst effectief op de lange termijn én op de verkeerde waarden gebaseerd.

Maak keuzes! Niet alles hoeft...
Hoe houd je het 'behapbaar'? Hoe blijft Sinterklaas leuk voor jou en je kind? Bedenk je allereerst in wat jij het allerbelangrijkste vindt in de opvoeding van je kind. Structuur? Duidelijkheid? Veiligheid? Tijd voor elkaar? Probeer deze waarden, ook tijdens de Sinterklaas-tijd, zo veel mogelijk te respecteren en te volgen. Kijk daarnaast naar je kind. Heb je het idee dat je kind begrijpt wat Sinterklaas is? Vraagt hij ernaar? Of worden hem dingen vooral opgelegd door zijn omgeving? Kijk kritisch en vraag jezelf af: Doe ik dit voor mijn kind, doe ik dit voor mezelf of doe ik dit omdat andere mensen het van mij verwachten? Met je baby of dreumes die nog niks begrijpt van Sinterklaas naar de intocht gaan, heeft vrij weinig zin. Grote kans dat je met een huilend kind terug naar huis gaat.
Ook voor je peuter die Sinterklaas wel begrijpt, is het verstandig om bewust keuzes te maken. Wat gaan we doen? Waar gaan we heen? Hoe vaak zet hij zijn schoen? Wat wordt er op het kinderdagverblijf aan activiteiten ondernomen? Wat doe ik thuis nog? Bedenk je goed: niet alles hoeft! Misschien dat je buurvrouw wel alle activiteiten afloopt of de pedagogisch medewerker op het kinderdagverblijf vindt dat je echt moet komen als Sinterklaas op bezoek komt. Jij maakt de keuze! Baseer die keuze op wat goed is voor jouw kind. Kijk naar hem, observeer zijn gedrag, vraag het hem wellicht. Baseer de keuze ook op wat goed is voor jou. Wat kun jij aan tijdens deze periode? Liggen de wensen van jou en je kind erg ver uit elkaar? Zoek samen naar oplossingen. Misschien kan oma wel mee naar de intocht en kun jij thuis blijven.
Wat betreft snoepgoed, schoen zetten en cadeautjes, maakt iedereen natuurlijk zijn eigen keus. Probeer je ook hierin bewust te zijn van jouw waarden. Ineens heel veel mogen snoepen tijdens de Sinterklaas-tijd terwijl dit anders nooit mag, is heel verwarrend voor je kind. (En bovendien maakt al het snoepgoed ze mogelijk nog drukker, labieler of opstandiger....) Schoen zetten is leuk, maar de lol is er snel vanaf als dit elke dag mag. Verder vind ik persoonlijk dat een kind niet overladen hoeft te worden met cadeautjes. Zeker jonge kinderen kunnen hun aandacht niet eens verdelen over al die cadeau's. Hoe meer, hoe meer indrukken en prikkels, hoe onrustiger je kind wordt.
Waar gaat het voor jou om als je Sinterklaas viert? Hoe denk jij terug aan je eigen Sinterklaas-tijd? Weet je nog precies wat je allemaal kreeg of heb je herinneringen aan de avond zelf? Weet je wat ik nog weet uit mijn jeugd? Dat de schoenen vaak verstopt waren als we ze hadden gezet en wij ze dan moesten zoeken. Dat ik een knutsel maakte voor Sinterklaas als hij op mijn vaders werk langs kwam. Dat was voor mij een hoogtepunt! En mijn grote broer die altijd nét voordat de zak met pakjes kwam even naar de wc moest.
Hoe wil jij dat je kind zich deze tijd herinnert?

Praktische tips:

- Maak een kalender voor je kind waarop hij alle Sinterklaas-activiteiten kan zien (aankomst, schoen zetten, pakjesavond, etc)
- Plan vooruit: het Sinterklaas-journaal kijken en schoen zetten kost tijd, eet iets eerder zodat je kind toch op tijd naar bed kan
- Plan vooruit: ook voor jezelf! Plan geen grote afspraken op je werk en stel bezoekjes aan opa en oma even uit tot na de Sinterklaastijd
- Ook in september kun je al Sinterklaascadeautjes kopen ;-)
- Stem met de mensen om je heen en met de mensen met wie je Sinterklaas viert af hoeveel je wil dat je kind krijgt
- En nogmaals: maak bewuste keuzes! Niet alles hoeft, niet alles kan. Kijk naar jezelf en kijk naar je kind.

Vergeet ook vooral niet te genieten van de dingen die je wel doet met je kind. Gebruik deze periode ook om bewust bezig te zijn met elkaar. Maak samen een mooie knutsel voor Sinterklaas en geniet van het blije gezichtje van je kind als hij pepernoten krijgt van zwarte piet. Bewuste keuzes maken en genieten!
Fijne Sinterklaas-tijd allemaal!


Wil je nog meer tips? Kom dan naar de workshop 'Geen stress, lekker genieten, van Sint en zijn Pieten' op 17 (Utrecht) of 18 (IJsselstein) november van 20.00-22.00!
Klik hier voor meer informatie. ~ Deze workshop vond plaats in 2014.

maandag 6 oktober 2014

Week van de opvoeding 2014: "Ik tel tot tien..."

Ik tel tot tien voor een kindje dat weer terug op zijn stoel moet gaan zitten. 
Ik begin te tellen: "1...2...." Achter mij hoor ik heel zachtjes van een kind (2,5) die dit met grote ogen aankijkt: "...3...."

Als ouder en opvoeder tel je vaak tot tien. Soms zachtjes in je hoofd, om je geduld te bewaren. Soms hardop om je kind te leren om tot tien te tellen. Soms in de vorm van een liedje tijdens het opruimen ("Wij ruimen alles samen op, ik tel van één tot tien. En als ik bij tien ben dan wil ik niks meer zien!"). Maar, misschien nog wel het meest als dreigement. Je kind krijgt nog tien tellen om op te houden met schreeuwen, om aan tafel te komen zitten, om naar je toe te komen, enz....
Hoe zit het eigenlijk met dit dreigement? Werkt 'ie een beetje? Hoe zit het überhaupt met 'dreigementen'? Of, laten we het consequenties noemen, dat klinkt wat vriendelijker.

Hoe vaak tel jij tot tien?
Als je kind iets doet wat niet mag, begin je vaak met tot tien tellen. Hiermee geef je je kind tien tellen de tijd om zijn gedrag aan te passen. Een prima methode wat mij betreft. Vaak hebben kinderen even nodig om überhaupt te beseffen dat ze ongewenst gedrag vertonen en om om te schakelen naar gewenst gedrag.
De meeste opvoeders zijn zelfs nog best flexibel in het tot tien tellen. Bij 8 wordt er al wat gesmokkeld door met halven te gaan werken; 'acht...acht en een half....negen....' En met een beetje geluk, als het kind echt niet opschiet, komen er bij 9 ook nog kwarten bij.
We doen dit omdat we natuurlijk het liefst hebben dat ons kind 'gewoon' luistert. En we geven ons kind het voordeel van de twijfel, als hij bij 8 nog steeds niets heeft veranderd aan zijn gedrag. 'Als ik nou heel langzaam tel.....?'
We doen dit ook, omdat we een beetje bang zijn voor de consequentie. We zijn heel goed in 'dreigen', maar het daadwerkelijk uitvoeren van de consequentie stellen we het liefst zo lang en zo veel mogelijk uit. Want, anders weet je zeker dat je weerstand krijgt. En dat willen we liever niet. We zijn nog net geen katten, maar ook wij mensen gaan conflicten het liefst uit de weg, ook met onze kinderen.
Dit zorgt ervoor dat we veel bezig zijn met 'tot tien tellen' (waarbij we vaak ook een dreigement uitspreken: "Als je binnen tien tellen niet in bed ligt, dan....."), maar dat dat tellen vaak nergens toe leidt. Je kind krijgt dit heel snel in de gaten. Tellen tot tien heeft totaal geen gewicht meer. Daarnaast wordt het een spelletje: hoe lang kan ik doorgaan tot mama echt boos wordt? En wat gebeurt er dan, als mama echt boos is?
Herken je dit? Lees dan hieronder hoe je consequenties op een goede manier kunt uitvoeren én hoe het niet alleen maar blijft bij tellen tot tien!

Wat werkt wel en wat werkt niet?
Wat ik heel veel hoor om me heen zijn ouders die dreigen met consequenties die ze onmogelijk uit kunnen voeren. Omdat het simpelweg onuitvoerbaar is: "Als je nu niet ophoudt, dan gaan we zonder jou naar opa en oma morgen." Omdat de consequenties pas over een hele tijd kan worden uitgevoerd: "Als je nu niet ophoudt, krijg je geen cadeautjes van Sinterklaas." Of omdat de consequentie veel te overdreven is: "Als je nu niet ophoudt, eten we nooit meer pannenkoeken."
Dus, als je een consequentie plakt aan bepaald ongewenst gedrag, zorg dan deze consequentie realistisch en uitvoerbaar is.
Voor jonge kinderen is het bovendien ook erg belangrijk dat de consequentie ook direct uitvoerbaar is. Dreig niet met 'vanavond geen Sesamstraat' als je kind 's middags zijn jas niet op wil hangen aan de kapstok. Daar zit zoveel tijd tussen dat je kind 's avonds al lang weer vergeten is dat hij geen Sesamstraat mocht kijken. Dit zal ongetwijfeld zorgen voor een hele hoop weerstand.
Ook is het belangrijk dat een consequentie te maken heeft met het ongewenste gedrag. Hiermee bedoel ik dat hij logisch moet zijn. Als je kind ruzie maakt met zijn vriendje tijdens een speelafspraak, is (na aangeven dat je wilt dat de twee samen gaan spelen) een logische consequentie dat de speelafspraak voorbij is als het ongewenste gedrag niet verandert. Niet dat je kind dan 's avonds zonder eten naar bed moet. Een consequentie die niets met het ongewenste gedrag te maken heeft, voelt voor je kind heel oneerlijk. Dit zorgt voor een hele hoop weerstand én bovendien leert je kind er waarschijnlijk ook weinig van. Nog een voorbeeld: Je kind zit met zijn eten te knoeien, op de grond gooien, uitspugen. Na herhaaldelijk waarschuwen dat je wilt dat hij zijn eten opeet in plaats van ermee te gooien, stopt het gedrag niet. Welke consequentie krijgt dit gedrag? Wat ik vroeger moest in zo'n geval, was net zo lang aan tafel blijven zitten tot ik mijn bord netjes leeg had gegeten. Hierdoor miste ik Tik Tak en Sesamstraat wat mij nog recalcitranter maakte en er uiteindelijk voor zorgde dat mijn moeder uiteindelijk toch met een compromis moest komen, anders zou ik gerust tot 22.00u aan tafel blijven zitten, zonder ook maar een hap te eten.
Wat werkt wel in zo'n geval? Als je kind met zijn eten blijft gooien, is etenstijd voor hem voorbij. Je haalt je kind van tafel en zegt hem dat hij maar iets anders moet gaan doen. Voor veel ouders is dit ontzettend lastig. Ze zijn veel te bang dat hun kind te weinig eet of ze hem juist zijn zin geven door hem van tafel te halen. Ik kan je geruststellen: eten is een eerste levensbehoefte van je kind. Hij zal het daarom echt niet lang volhouden om avond aan avond hetzelfde gedrag te vertonen. En bovendien zorg je er op deze manier voor dat hij het ongewenste gedrag niet meer uit kan voeren, en dan is de lol er snel vanaf.
Naast dat consequenties moeten passen bij het ongewenste gedrag en dat ze uitvoerbaar moeten zijn, is er nog een heel belangrijke voorwaarde. Blijf zelf rustig en, als het lukt, toon weinig tot geen emotie. Soms zal je kind wellicht het bloed onder je nagels vandaan halen. Maar, het heeft ontzettend weinig zin om op zo'n moment heel boos te worden op je kind. Voor jezelf is dit heel onplezierig en het zorgt ervoor dat je minder goed kan nadenken over wat je van je kind wilt en hoe je dit kunt bereiken. Maar, daarnaast ook niet onbelangrijk: jonge kinderen kopiëren jouw gedrag. Überhaupt zijn mensen geneigd om in interactie met elkaar, elkaars gedrag te kopiëren. Als jij heel erg boos wordt, zal dit er dus voor zorgen dat je kind ook boos wordt. Zo kom je in een negatieve spiraal waarbij jullie elkaar alleen maar bozer maken.
Natuurlijk zijn er momenten waarop je even boos worden op je kind heel effectief kan zijn. Maar, houdt hierbij altijd je eigen emotie onder controle. Boos worden, kan effectief zijn, maar handelen vanuit zo'n negatieve emotie is eigenlijk nooit effectief.
Zonder heel erg boos te worden, leg je je kind duidelijk en helder uit wat de situatie is en wat je nu van hem verwacht: "Bente, ik zie dat je ervoor hebt gekozen om door te gaan met het uitspugen van je eten. Dat mag niet. Etenstijd is nu klaar voor jou. Ga van tafel en ga iets anders doen. Ik hoop dat je de volgende keer een betere keuze maakt."
Door het zo te formuleren geef je ook nog eens heel duidelijk aan dat je kind zelf de keuze heeft om wel of niet aan tafel te blijven zitten en gezellig mee te eten. Zo is voor hem (haar in dit voorbeeld) duidelijk dat hij zelf invloed heeft op hoe de dingen verlopen én dat hij het de volgende keer anders kan doen.

Niet alleen maar tellen, maar ook doen!
Tot slot, ik ben al nooit een grote voorstander geweest van het 'dreigen' met consequenties. Wat mij betreft hoeft een kind helemaal niet te weten wat de consequentie is die jij verbindt aan ongewenst gedrag. Aangeven dat je iets ongewenst gedrag vindt én waarom je dat vindt, is genoeg. Dreigen met een consequentie werkt vaak volledig averechts. Zeker als je de consequentie ook nog eens niet uitvoert. Je kind handelt vanuit emotie en zal maar heel moeilijk de koppeling kunnen maken tussen jouw verbale dreigement en zijn gedrag. Direct ervaren dat zijn ongewenste gedrag een logische, uitvoerbare consequentie tot gevolg heeft, is stukken effectiever.
Maar, of we nou dreigen met een consequentie of niet, voer de consequentie altijd uit! Tellen tot tien is prima, maar als je eenmaal bij tien bent, is het ook echt uit met de pret. Laat je kind zien dat er met jou niet te sollen valt. 'Nee' is 'nee', altijd. En ongewenst gedrag kan ook niet even goed gemaakt worden met gewenst gedrag. Als je kind doorgaat met het vertonen van ongewenst gedrag en je wilt de consequentie uitvoeren, krabbel dan niet terug als je ineens een hele dikke knuffel krijgt. Super lief natuurlijk, maar ongewenst gedrag heeft nu eenmaal consequenties. Je wilt je kind niet leren dat hij kan doen wat hij wil, als hij daarna maar weer heel lief naar je kijkt. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten, zogezegd.
En dat klinkt misschien allemaal wat hard, maar laat ik je één zekerheid meegeven: als jij als opvoeder consequent bent en blijft, is tellen tot drie vaak al voldoende. En dan kun je het tellen tot tien lekker bewaren voor de momenten waarop je samen met je kind gewoon gezellig wél naar Sesamstraat kijkt!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl

maandag 22 september 2014

Vanaf vandaag: opvoedondersteuning aan huis!

Beste bloglezers,

Vanaf vandaag ben ik gestart met Parenting Company!

Parenting Company biedt opvoedondersteuning aan ouders en opvoeders met jonge kinderen.
Als speciale actie tijdens de week van de opvoeding (van 6 t/m 12 oktober 2014) biedt Parenting Company programma 1 GRATIS aan!
Ga nu naar de site www.parentingcompany.nl om je aan te melden!

Parenting Company, opvoeden doe je samen!


woensdag 17 september 2014

"Nee, niet doen!"

Alle kinderen schreeuwen heel hard door elkaar. Ik probeer op allerlei manieren de groep tot stilte te manen, maar niets werkt. Tot ik op een gegeven moment hard roep: "En nu zijn we allemaal weer even stil! Want, ik heb pijn aan mijn oren!"
Dan komt er een kind (2,5) naar me toe en geeft mee een knuffel. Vervolgens zegt ze: "Een knuffel is goed voor je oren!"

Als je werkt in de kinderopvang voel je je soms meer een soort politie-agent dan pedagoog. Je bent de hele dag bezig om regels uit te leggen aan de kinderen, maar toch worden ze ook continue overschreden. Hier en daar wordt er ruzie gemaakt en spring je ertussen en soms zet je een kindje even apart. De grootste uitdaging van het werk is om niet te vervallen in een continue 'nee'-stroom naar de kinderen toe. 'Nee', omdat iets niet mag, 'nee', omdat iets niet kan, 'nee', omdat ik iets niet wil....
Heb jij je aan het einde van de dag wel eens afgevraagd hoe vaak je die dag 'nee' hebt gezegd tegen je kind?

Je kind hoort geen 'nee'
Ouders grappen wel eens naar mij dat hun kind nog niet zo veel begrijpt, behalve het woordje 'nee', dat begrijpt hij heel goed! Want, als je 'nee' zegt, kijkt hij heel ondeugend om en doet hij het toch. We herhalen het woordje dan nog maar een keer, 'nee, het mag echt niet'. Maar, je kind gaat door. 'Nee!', roep je nu wat harder. Als je kind niet ophoudt, loop je ernaar toe, haal je je kind weg en zeg je nogmaals 'Nee, dat mag niet!' Nog geen minuut later herhaalt het ritueel zich. Vervolgens zit je met een huilend kind en voel je zelf de frustratie opborrelen... Waarom luistert hij nou niet gewoon?
Herkenbaar?
Voor veel ouders is dit dagelijkse kost vanaf het moment dat kinderen gaan kruipen tot het moment dat ze naar school gaan. 'Nee' is het dan zo'n beetje het meest gebruikte woord op een dag. En dan dacht je dat je dreumes zo opstandig was...
'Nee'  zeggen tegen je kind als hij iets doet wat niet mag, lijkt een soort instinct te zijn. Net als 'auw' als we onszelf stoten. Toch is het puur aangeleerd gedrag (evenals 'auw' trouwens). En bovendien totaal niet effectief, zoals we zien in het voorbeeld hierboven. Hoe vaker we 'nee' zeggen tegen ons kind, hoe minder ons kind het hoort. Niet omdat hij het niet wil horen, maar omdat hij het echt niet meer hoort.
Zijn hersenen filteren het woordje 'nee' in de categorie 'onbelangrijk'. Waarom eigenlijk?
Ben je wel eens bij mensen op bezoek geweest die vlakbij de snelweg of de spoorlijn wonen? 'Wat een herrie', zal jij misschien gedacht hebben. Maar, de mensen die er al een hele tijd wonen, horen het geluid van de auto's en trein niet meer. Het geluid komt nog wel binnen in je hersenen, maar die bestempelen het als 'onbelangrijke'. Iets wat er altijd is, is niet de moeite waard om op te focussen. Pas als het er niet meer is, krijg je een seintje van je hersenen en dan valt het je op. Zo werkt het met heel veel dingen, het tikken van de klok in de woonkamer, het geluid van de airco op je werk, de vogels die fluiten, het constante gezoem van de afzuiging. Na een tijdje hoor je het niet meer. En dat is maar goed ook, als al die dingen je constant zouden opvallen, zou je gek worden. Er zijn zo veel prikkels om ons heen dat we blij mogen zijn dat onze hersenen zelf filteren wat wel en niet belangrijk is.
En dingen die zich veel herhalen of er altijd zijn, komen vanzelf in de categorie 'onbelangrijk'. Of we dat nou willen of niet. Te vaak 'nee' zeggen tegen je kind, komt dus na een tijdje echt niet meer binnen.

Denk NIET aan een paarse olifant!
Wat was het eerste dat in je opkwam toen je de zin hierboven las? Toch geen paarse olifant? Ik zei nog zo: denk er NIET aan!
Helaas, zo werkt het niet. Alweer zo'n vervelend iets van onze hersenen. Het woordje 'niet' snappen we wel, maar het is ontzettend moeilijk om het uit te voeren. Dat blijkt uit het voorbeeld hierboven. Ergens niet aan denken, kunnen we praktisch niet. En helemaal niet als iemand je daar expliciet opdracht toe geeft. Bij veel mensen zorgt taal automatisch voor een visualisatie in je hoofd van wat er wordt gezegd. Als iemand zegt: 'Ik wil niet dat je je voeten op tafel legt.' popt gelijk het beeld van de tafel met jouw voeten erop in je hoofd. Je vraagt je wellicht af waarom iemand dat niet wil. Het is immers maar een IKEA tafel en hij is oud. Vervolgens moet je de daadwerkelijke handeling onderdrukken, omdat je er constant maar aan blijft denken.
Gelukkig lukt het de meeste van ons om ons te conformeren aan de regels van anderen. We hebben geleerd dat als we ergens op bezoek zijn en iemand vraagt ons onze voeten niet op tafel te leggen, we dat ook niet doen. We hebben geleerd onze drang om het toch te doen te onderdrukken.
Je leest het goed, dit hebben we geleerd. Dit konden we niet gelijk al toen we geboren waren. Jonge kinderen kunnen dit nog niet. Zo moeilijk als het voor jou is om niet aan een paarse olifant te denken als je dat wordt gevraagd, zo moeilijk is het voor je kind om niet op de bank te springen of niet zijn beker op de grond te gooien als je dat aan hem vraagt.
In de eerste plaats omdat ze het woordje 'niet' vaak helemaal niet horen. Wat ze horen is 'op de bank springen'. En al horen ze het woordje 'niet' wel, dan nog heb je er vervolgens wel voor gezorgd dat het beeld van 'op de bank springen' inmiddels in hun hoofd zit. En als kinderen ergens aan denken, gaan ze het 9 van 10 keer ook doen. Omdat ze de drang niet kunnen onderdrukken of omdat ze ontzettend nieuwsgierig zijn naar waarom iets dan niet mag. Zij zien die bank als een heerlijk springkussen, net zoals jij de IKEA tafel van je vriendin ziet als een oud ding waar je prima je voeten op kan leggen.

Wat dan wel?
Als 'nee' zeggen helemaal niet gehoord wordt door je kind en zeggen dat iets 'niet' mag averechts werkt, wat moeten we dan wel doen? Kinderen doen soms toch echt dingen die we niet willen!
De oplossing is simpel: draai je negatieve 'nee' en 'niet' om in een positieve 'dit wil ik WEL van jou'. Baby's die net beginnen te kruipen en je constant weg moet halen bij de dvd-speler, geef je iets anders om te doen. Begrijp de interesse van je kind en geef hem speelgoed met knopjes en gleufjes waar hij wel mee mag spelen. Tegen een dreumes die herhaaldelijk zijn beker op de grond gooit, zeg je: 'Wil je je beker op tafel zetten?' in plaats van 'Ik wil niet dat je je beker op de grond gooit.' Een peuter die op de bank springt, vraag je: 'Wil je op de bank gaan zitten?' in plaats van 'Je mag niet op de bank springen.' Kinderen die speelgoed van elkaar afpakken, vertel je: 'Ik zou graag willen dat jullie samen gaan spelen.' in plaats van 'Je mag niet afpakken van elkaar.'
Daarnaast geeft zeggen wat je wél wilt van een kind ook een stuk meer informatie. Alleen maar zeggen wat je niet wilt, geeft een kind enkel onzekerheid over wat hij op dat moment doet. Zeggen wat je wel wilt, geeft hem direct een alternatief voor het gedrag wat hij eigenlijk wilde doen, maar niet mag.
En als je erover nadenkt, werkt het ook zo bij jou. Als jouw partner tijdens een ruzie tegen je zegt: 'Ik wil niet dat je tegen me schreeuwt,' zit direct het beeld van schreeuwen in je hoofd. Dit maakt het heel erg moeilijk om dat dan niet te doen. Terwijl, als je partner tegen je zou zeggen: 'Ik vind het fijn als je rustig tegen me praat,' je dit veel makkelijker kan uitvoeren. Bovendien klinkt het ook een stuk minder onaardig.

'Nee is nee'... maar soms toch ook 'ja'...
Mag je dan helemaal nooit meer 'nee' zeggen tegen je kind? Natuurlijk niet, 'nee' zeggen is soms ook nodig. En er zijn momenten dat je het ook niet tegen houdt. Als je kind ineens de straat over wil steken, als je kind een ander kind slaat, er zijn momenten waarop een duidelijke 'nee' heel waardevol kan zijn. Maar, houdt het bij die paar keer. Houdt het bij de momenten waarop je echt niet wilt dat je kind iets doet en je niet direct een alternatief kan verzinnen. Zorg dat de 'nee' duidelijk overkomt. En vooral, blijf er ook bij. De 'nee's' die na lang zeuren toch ineens 'ja's' worden, zijn allerminst effectief. Zorg dat als je kind 'nee' hoort, hij ook direct weet dat het menens is.
En als je kind echt iets niet mag, leg dan duidelijk uit waarom niet en zoek samen alsnog een alternatief. 'Je mag niet slaan. Slaan doet een ander kindje pijn, dan moet dat kindje huilen. Je mag wel met je voeten op de grond stampen als je boos bent.'

Wil je weten hoe effectief deze manier is? Probeer het uit tijdens de week van de opvoeding (6-12 oktober 2014). Probeer een week lang de woorden 'nee' en 'niet' te vermijden!

Wil je dat ik een keer bij jou thuis kom om je hierbij te coachen? Dat kan! Kijk op www.parentingcompany.nl!